Update Vijfsterren Logistiek: koers 2022-2023

Vijfsterren Logistiek gaat een nieuwe (strategische) periode in met een nieuwe voorzitter en een nieuwe programma manager om de logistiek duurzaam te verankeren in Noordoost-Brabant.

Vijfsterren Logistiek is in 2016 opgericht door de logistieke platforms uit Oss (LPO), ’s-Hertogenbosch (LPsH) en Uden-Veghel-Cuijk (LPNoB) met als doel versterking van het logistieke vestigingsklimaat in Noordoost-Brabant. Financieel ondersteund door de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch, Meierijstad, Cuijk en de Rabobank.
We kijken terug op een succesvolle periode met interessante programma’s en activiteiten uitgevoerd voor de aangesloten bedrijven, partners en andere instellingen. Veel van de beoogde doelen zijn ondertussen behaald.
Actuele ontwikkelingen in de markt (schaarse arbeidsmarkt, energietransitie, digitalisering), een nieuwe strategische periode (2022-2023) en enkele personele wisselingen, zijn de aanleiding voor deze update. 

Per 1 april 2022 is er al een en ander veranderd in de organisatie; Berend Jan Schuring is afgetreden als voorzitter en opgevolgd door Roel Megens, hij vormt samen met de huidige bestuursleden Rien Geurts en Michel van Dijk, tijdelijk aangevuld met Karel de Jong, het bestuur.
Het uitvoerende team bestaat uit Nicolien Hendrickx, die de rol van Programma Manager overneemt van Pieter Keeris, Jos van Asten (financieel beheer/overall management) en Marjolein van Gaalen (communicatie).
We willen Berend Jan en Pieter enorm bedanken voor hun werk en enthousiaste inzet afgelopen jaren.

Vijfsterren Logistiek en de logistieke platforms (Oss, ’s-Hertogenbosch en Noordoost Brabant) zijn sterk met elkaar verbonden door gezamenlijke activiteiten, de gemeenschappelijke thema’s arbeidsmarkt, digitalisering en duurzaamheid, maar ook organisatorisch/bestuurlijk en financieel. En ook in de toekomst staat een optimale samenwerking tussen Vijfsterren Logistiek en (de leden van de) logistieke platforms voorop.

De komende periode zal de aangepaste koers van Vijfsterren Logistiek verder uitgewerkt worden. Het doel en de ambitie van Vijfsterren Logistiek is en blijft versterking van de logistieke sector in de regio Noordoost-Brabant. Daaraan verandert dus niets. Dit doen we op het gebied van:
• Samenwerking en kennisdeling
• Nieuwe thema’s, activiteiten, subsidies en kansen onder de aandacht te brengen
• Binnen de bestaande thema’s (arbeidsmarkt, digitalisering en duurzaamheid) de logistiek sterker te positioneren en meer trekkracht te organiseren

Rollen voor Vijfsterren Logistiek:
Aanjagen, initiëren, faciliteren, lobby (aansluiten bij bestaande lobby-activiteiten).

Uitgangspunten:
Haal en breng functie; met elkaar en voor elkaar, gedreven door ondernemers.

Voor wie is Vijfsterren Logistiek:
Werkgevers in de logistiek in Noordoost Brabant, waaronder verladers, vervoerders, logistieke dienstverleners en uitzendbureaus, die ervan overtuigd zijn dat gezamenlijk in de regio meer bereikt kan worden dan alleen.

Met wie werkt Vijfsterren Logistiek samen:
Overheden, organisaties, opleiders en onderwijsinstellingen

Waar staat Vijfsterren Logistiek voor:
Samen slimmer en sterker!

En hoe ziet dat er dan concreet uit?
• Rondom digitalisering staan de volgende events op de kalender: op 10 mei een online check-in Digitalisering (met de digitale vrachtbrief en BI & reporting als focus) en op 23 mei een bijeenkomst over de wereld van Augmented, Virtual & Mixed reality bij Enversed in Eindhoven. Daarnaast is er op 13 oktober een kijkje in de keuken bij Vetipak
• Er komt een uitbreiding van de kennistafels, ook op de thema’s verduurzaming en digitalisering
• We gaan actief in gesprek met de partners over de toekomst
• We richten een Logistics Board op waarin 2x per jaar in een andere setting over relevante onderwerpen die grenzen aan logistieke bereikbaarheid worden besproken, zoals bereikbaarheid, huisvesting van arbeidsmigranten, samenwerking met andere sectoren, ruimte voor (door)ontwikkeling van logistieke bedrijven in de regio
• We zoeken de samenwerking met Logistiekelingen, om de sector logistiek binnen onze regio het podium te geven dat het verdient en jonge mensen naar onze sector toe te trekken
• Bedrijven bezoeken en in de spotlight zetten
• Actiever contact/samenwerking zoeken met LCB, Rewin, Midpoint Brabant en Supply Chain Platform Zuidoost Brabant
• Profilering van de regio op voor logistieke bedrijven relevante thema’s
• Events en ontmoetingen
• Actuele informatie over subsidiemogelijkheden
• En nog veel meer…

Er is de afgelopen jaren al behoorlijk wat bereikt en logistiek in Noordoost Brabant heeft een positie op de diverse agenda’s. Dat die positie ook versterkt wordt of überhaupt gehandhaafd kan blijven is niet vanzelfsprekend. Toekomstgericht samenwerken en optrekken voor behoud en versterking van de logistieke sector in de regio is daarom dus essentieel.

We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen!

Even voorstellen… Roel Megens en Nicolien Hendrickx

Vijfsterren Logistiek gaat een nieuwe (strategische) periode in met een nieuwe voorzitter en een nieuwe programma manager om de logistiek duurzaam te verankeren in Noordoost-Brabant. Per 1 april 2022 is er al een en ander veranderd in de organisatie; Berend Jan Schuring is afgetreden als voorzitter en opgevolgd door Roel Megens, hij vormt samen met de huidige bestuursleden Rien Geurts en Michel van Dijk, tijdelijk aangevuld met Karel de Jong, het bestuur. Het uitvoerende team bestaat uit Nicolien Hendrickx, die de rol van Programma Manager overneemt van Pieter Keeris, Jos van Asten (financieel beheer/overall management) en Marjolein van Gaalen (communicatie).

We stellen nieuwkomers Roel en Nicolien graag even voor…

Wie is Roel Megens?
Roel (43) is geboren en getogen in Brabant, maar voor de liefde verhuisd naar Gelderland, waar hij samen met zijn vrouw en 2 kinderen woont.

Na studies Management Economie en Recht aan de Hogeschool ‘s-Hertogenbosch en Personeelswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg is hij terecht gekomen in de logistiek.
Via Laurus, Sligro Food Group, CEVA Logistics en Blokker is hij uiteindelijk weer teruggekeerd bij Sligro Food Group, waar hij als Manager Operations Logistics verantwoordelijk is voor de logistiek van Sligro Food Group in Veghel.
Daarnaast is Roel bestuurslid van Logistiek Platform Noordoost Brabant (LPNoB).


Typisch Roel:
• Enthousiast, gedreven en betrokken
• Vindt het heerlijk om met mensen te werken, plannen te maken, een organisatie in beweging brengen en samen succesvol te zijn
• Houdt van lekker eten, drinken en sport om in balans te blijven.
• Jaarlijks nieuwe dingen proberen, nieuwe ervaringen op doen en herinneringen maken.
• Family, Friends & Fun

Ambities voor Vijfsterren Logistiek:
• Samenwerking en kennisdeling
• Nieuwe thema’s, activiteiten, subsidies en kansen onder de aandacht te brengen
• Binnen bestaande thema’s de logistiek sterker te positioneren en meer trekkracht te organiseren

Wie is Nicolien Hendrickx?
Geboren in Amersfoort en opgegroeid in Nuenen, buiten tussen de dieren en in het bijzonder paarden. Na 16 jaar randstad verhuist Nicolien in 2022 terug naar Noordoost-Brabant.

Als strategisch adviseur, projectmanager en trainer/coach zet Nicolien zich in om verandering en innovatie te helpen vormgeven in met name de logistieke en agrifood sector. De mens staat hierin centraal, vanuit eigen kracht, kennis en kunde.
Na haar studie Business Engineering aan Fontys Hogeschool Eindhoven heeft zij de afgelopen 15 jaar, in diverse rollen, mensen aan elkaar verbonden om doelen te behalen en verandering in gang te zetten. In 2019 heeft Nicolien dit omgezet in haar eigen bedrijf Relations Work.
Ze heeft aan alle kanten van de tafel ‘gezeten’ bij zowel verlader, logistiek dienstverlener, onderzoek/kennisontwikkeling, advies/consultancy. Dit heeft veel waardevolle inzichten in de belevingswerelden opgeleverd.
Nicolien geeft ook training en helpt deze ontwikkelen: Facilitator training, traineeship Talent voor Logistiek & AgriFood en planner opleidingen.
Daarnaast is Nicolien Programma Manager van Logistiek Platform Noordoost Brabant (LPNoB) en Project Manager DDSZ bij LCB.

Typisch Nicolien:
• Open, puur en passievol
• Haar drijfveer is mensen en kennis aan elkaar verbinden om toekomst bestendig te handelen/ondernemen
• Ze is een paardenmeisje
• Houdt van wijn en de zoektocht naar nieuwe wijn
• Vrienden, gezelligheid, lekker eten en de kroeg

Ambities voor Vijfsterren Logistiek:
• Opzetten van duurzame samenwerkingen in regio en daarbuiten
• Kennis van diverse instellingen actief naar de partners van VSL brengen en daar samen op voort bouwen
• Samen in enkele bovenregionale projecten de logistieke sector verder brengen in de transitie opgaven (verduurzaming en digitalisering/robotisering)

Ondernemersenquête over nasleep coronacrisis en gevolgen oorlog Oekraïne

Twee jaar lang zorgde corona voor onzekere economische tijden. Veel Osse bedrijven, ondernemers en sectoren werden zwaar getroffen. Met steunmaatregelen, eigen reserves, veel creativiteit en nieuwe samenwerkingen kwamen veel getroffen ondernemers de coronacrisis door. Onverwacht is de coronacrisis opgevolgd door de oorlog in Oekraïne met nieuwe gevolgen en uitdagingen voor onze bedrijven. Daarom zet de gemeente Oss een ondernemersenquête uit om de gevolgen voor onze ondernemers in beeld te brengen.

Ondernemers kunnen de digitale ondernemersenquête tot en met zondag 29 mei invullen op www.oss.nl/bedrijven. Via deze link en QR-code komt u rechtstreeks bij de ondernemersenquête https://gemeenteoss.survalyzer.eu/qnizaeghzo?l=nl.


Wat willen wij weten?
Het kabinet heeft de coronasteunmaatregelen stopgezet en de coronamaatregelen zijn vervallen.  Maar daarmee zijn de problemen van ondernemers niet opgelost. Daarom wil Oss weten of onze ondernemers nog financiële gevolgen van de coronacrisis ondervinden of dat later nog verwachten. Denk aan vermindering van reserves, oplopende schulden en personeelstekorten. Ook vragen wij ondernemers welke gevolgen zij ondervinden van de oorlog in Oekraïne, bijvoorbeeld stijgende prijzen van energie, brandstof en grondstoffen, schaarste van grondstoffen en goederen of een krimpende orderportefeuille.

De ondernemersenquête is voor alle bedrijven. Ook ondernemers die het goed gaat, nodigen wij nadrukkelijk uit om de ondernemersenquête in te vullen. Hoe meer ondernemers meedoen, hoe beter het beeld over ondernemen en bedrijvigheid in de gemeente Oss. De gegevens uit de ondernemersenquête verwerken we anoniem. De resultaten zijn in juni bekend.

Wethouder Economie Frank den Brok:
‘In december 2021 stelde de gemeenteraad van Oss de Strategienota Economie vast. Met daarin de toezegging: ‘Zolang de (lange termijn) effecten van de coronacrisis zich nog niet laten voorspellen, zetten wij extra tandjes bij voor onze ondernemers en inwoners. Nu de coronacrisis onverwacht is gevolgd door de oorlog in Oekraïne is dat nog belangrijker. Daarom willen we horen wat er bij ondernemers speelt, hoe onze lokale economie er voor staat. Het geeft ons beter inzicht in de problemen en uitdagingen waar kleine en grote ondernemers mee kampen. En ook in de kansen en oplossingen die ondernemers zien. Zo willen we de economische uitwerking van twee crises daar waar het kan ondervangen en nieuwe kansen benutten. Dat doen we niet alleen, maar samen met partners als De Kracht van Oss, Talentencampus Oss en ondernemersverenigingen’

Dit is een bericht van Gemeente Oss.

Nieuwe veiligheidseisen voor vrachtauto’s

Vanaf juli 2022 moeten nieuwe typen vrachtauto’s voldoen aan een pakket van nieuwe veiligheidssystemen. Twee jaar later gelden de verplichtingen voor alle nieuwe vrachtwagens. Met de zwaardere eisen beoogt de Europese Commissie het verkeer veiliger te maken en het aantal verkeersslachtoffers te verlagen.

Nu al moeten nieuwe vrachtauto’s voldoen aan strenge veiligheidseisen. Sinds november 2015 zijn ESP (Electronic Stability Program), LDWS (Lane Departure Warning System) en een noodremsysteem verplicht. De veiligheidseisen worden uitgebreid. Te beginnen met de zogeheten afbuigassistent, ook wel dode hoek-systeem genoemd. Dit waarschuwt chauffeurs bij het rechts afslaan als er voetgangers of fietsers in deze zone zijn.

Verder moeten vrachtauto’s zijn uitgerust met geavanceerde voertuigsystemen zoals een intelligente snelheidsondersteuning, de ondersteuning van de installatie van een alcoholslot, een vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing, een noodstopsignaal, achteruitdetectie, een gegevensrecorder voor incidenten en een bandenspanningscontrolesysteem. Dat laatste geldt ook voor zware aanhangwagens. De EC scherpt de voorschriften voor LDWS en noodremsysteem verder aan. Voortaan kunnen de systemen niet meer tijdens het rijden worden uitgeschakeld en worden ze bij het starten van de motor automatisch geactiveerd.

2022 en 2024
De nieuwe veiligheidseisen zijn vanaf 6 juli 2022 verplicht voor alle modellen en typen vrachtauto’s waarvoor de fabrikant een nieuwe typegoedkeuring aanvraagt. Vanaf 7 juli 2024 moeten alle nieuw te registreren voertuigen aan de strengere eisen voldoen. De aangescherpte voorschriften voor LDWS en noodremsysteem treden eerder in werking. Alle nieuw te registreren vrachtauto’s vanaf 12 ton moeten daar vanaf 6 juli 2022 al aan voldoen. De nieuwe voorschriften zijn vastgelegd in de EU-Veiligheidsverordening 2019/2144 die deel uitmaakt van de Europese typegoedkeuring (ETG) voor wegvoertuigen. Voor bestaande voertuigen heeft de nieuwe Verordening geen gevolgen.

Vision Zero
In 2050 wil de EC het aantal doden en zwaargewonden op de Europese wegen terugbrengen naar nul (Vision Zero). Ondanks alle veiligheidsmaatregelen van de afgelopen decennia overlijden nu nog jaarlijks 23.000 mensen op de Europese wegen en raken 130.000 mensen ernstig gewond. Dat is de reden voor de strengere eisen.

Pakket van maatregelen
Om deze doelstelling te bereiken, zijn ook grote investeringen nodig in duurzame en slimme verkeersveiligheidsoplossingen en in infrastructuur. De EC overweegt verder om de maximumsnelheden te verlagen, minimumnormen voor rijopleidingen in te voeren, meer te handhaven en strengere sancties in te voeren.


Dit is een artikel van TLN. Dit artikel is geschreven door Ambro Smit, beleidsadviseur Techniek bij TLN en werd eerder gepubliceerd in HUB 4, 6 mei 2022.

Alliance Healthcare Nederland centraliseert activiteiten in Veghel

Alliance Healthcare opent medio 2022 in Veghel haar nieuwe duurzame hoofdkantoor en distributiecentrum van Alloga t.b.v. de opslag en distributie van farmaceutische producten in Veghel. Als onderdeel van het plan om de logistieke dienstverlening verder te optimaliseren, is besloten om ook de overige distributieactiviteiten gefaseerd te centraliseren in Veghel en aldaar een tweede duurzaam distributiecentrum te bouwen. Naar verwachting wordt het tweede nieuwe distributiecentrum van Alliance Healthcare begin 2024 geopend in Veghel.

Alliance Healthcare Campus, zoals de locatie in Veghel genoemd wordt, zal uitgebreid worden met een compleet nieuw distributiecentrum t.b.v. de distributie van medicijnen en medische hulpmiddelen naar openbare- en poliklinische apotheken, ziekenhuisapotheken en apotheekhoudende huisartsen. Ook andere diensten zoals Central Filling (het centraal verwerken van recepten) en het ompakken en labelen van geïmporteerde medicijnen, zullen gecentraliseerd worden in Veghel.

Kalman Petro (Managing Director Alliance Healthcare Nederland): “De markt voor de distributie van farmaceutische producten is sterk in beweging. Klantenwensen veranderen voortdurend en als gevolg hiervan zoeken wij naar operationele verbeteringen om onze dienstverlening hierop aan te laten sluiten en duurzame groei te realiseren voor onze medewerkers, klanten en patiënten. Een voorbeeld van verandering in het farmaceutische zorglandschap is de groei van Central Filling.”

Kalman voegt daaraan toe: “Door onze activiteiten te centraliseren komen alle activiteiten onder één duurzaam dak, kunnen we gerichter automatiseren en optimaliseren, creëren we ruimte voor groei en flexibiliteit en kunnen we onze services gewoonweg beter en sneller afstemmen op veranderingen in de markt. Met de stap naar één centrale Alliance Healthcare operatie zijn we klaar voor de toekomst”.

De centralisatie van de activiteiten van Alliance Healthcare in Veghel heeft tot gevolg dat de distributie- en productielocaties in Meppel en Krimpen aan de IJssel in fasen en uiterlijk medio 2024 worden gesloten. De activiteiten van distributiecentrum Den Bosch verhuizen ook naar Veghel. De wijzigingen heeft impact op circa 240 medewerkers.

Alliance Healthcare zal de betreffende medewerkers persoonlijk terzijde staan en begeleiden in het proces van verandering. De voorkeur van Alliance Healthcare is dat medewerkers meeverhuizen. Medewerkers die willen meeverhuizen met hun werk worden hierin ondersteund. Door de verhuizing van de bedrijfsonderdelen naar Veghel, zullen daar ook nieuwe banen ontstaan. Voor de overige werknemers is een sociaal plan met o.a. een outplacement traject beschikbaar om ze van werk naar werk te begeleiden.

Kalman Petro: “Ik ben mijzelf terdege bewust van de impact die de verhuizing op onze medewerkers en hun gezinnen heeft. Wij gaan hen persoonlijk en actief begeleiden in de verandering en gaan ervoor zorgen dat medewerkers die niet mee (kunnen) verhuizen zo goed mogelijk begeleid worden naar een nieuwe baan”.

SPITS, leverancier van de MediRol (medicatie op een rol in zakjes) blijft gevestigd in Apeldoorn. Tevens zal het hoofdkantoor van Alcura, verantwoordelijk voor de coördinatie van medische hulpmiddelen en zorgprogramma’s, gevestigd blijven in Meppel. De centralisatie van de activiteiten van Alliance Healthcare heeft geen betrekking op collega’s van deze bedrijfsonderdelen.

Dit is een bericht van Alliance Healthcare Nederland.

Ministerie zet streep door Super EcoCombi

Terwijl steeds meer landen om ons heen voor de Super EcoCombi (SEC) kiezen, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besloten het SEC-project te stoppen. Men acht de risico’s voor de fysieke infrastructuur en de verkeersveiligheid te groot om een pilot met de extra lange trucks te starten. TLN vindt dit een gemiste kans.

De Super Ecocombi is een extra lange vrachtwagencombinatie bestaande uit een trekker met twee 13,60 meter trailers die via een dolly verbonden zijn. Eén SEC (maximale lengte 32-34m, maximum gewicht 72 ton) kan daarmee dezelfde hoeveelheid lading vervoeren als twee reguliere 16,5 meter combinaties. Het plan is om de SEC in te zetten op goederenvervoercorridors. Doordat de SEC is opgebouwd uit standaard materiaal is deze ook uitermate geschikt voor intermodaal vervoer. Zo kan ook de Modal Shift versterkt worden.
De SEC is hiermee een belangrijk middel in het terugdringen van de CO2-reductie voor de transportsector. Op basis van de positieve ervaringen in andere landen heeft de transportsector enkele jaren geleden het initiatief genomen ook in Nederland een testtraject met de SEC te starten. Dit met als doel om te onderzoeken of het concept in Nederland ook toekomst heeft.

Gestrand
Een eerste poging om te komen tot een praktijkproef met een SEC-combinatie op een vaste corridor (Rotterdamse haven – Venlo) is begin vorig jaar gestrand omdat de RDW geen ontheffing gaf. Op basis van testonderzoek en een onderzoek van de SWOV was men van mening dat de verkeersveiligheid voor de geteste configuratie op het onderliggende wegennet niet voldoende gegarandeerd was.

Testcaroussel
Voor de sector kwam het besluit als een grote teleurstelling. Vooral ook omdat er veel tijd, energie en geld in het project was geïnvesteerd. De betrokken partijen hebben vervolgens besloten een doorstart te maken. Het betekende dat men op zoek moest naar nieuwe financiering voor verder onderzoek. De doorstart was inmiddels al gestart in de vorm van een verkenningsfase waarbij verschillende nieuwe SEC-combinaties getest zouden worden tijdens een zogenaamde testcarrousel op de RDW-testbaan. Onduidelijkheid en onzekerheid over de technische eisen waar de SEC-combinaties aan moeten voldoen, zorgden voor uitstel van het testprogramma. Bij IenW was men inmiddels tot de conclusie gekomen dat er te weinig commitment was om met het project door te gaan. Daarmee is er ook geen draagvlak meer voor verdere investeringen in dit innovatieve goederenconcept.

Jammer en teleurstellend
TLN betreurt de gang van zaken. Waar Nederland als innovatief land juist een voortrekkersrol heeft gespeeld met de LZV wordt voor de SEC die kans onthouden. Dat is uitermate jammer en teleurstellend. Zeker op het gebied van duurzaamheid kan er met de SEC veel CO2-besparing behaald worden. Proeven in andere landen laten dat ook zien. De resultaten zijn zelfs zodanig positief dat Finland de SEC inmiddels al in de voertuigwetgeving heeft opgenomen. Spanje (nu al meer dan 150 SEC combinaties) en Zweden gaan dat binnenkort ook doen. Denemarken heeft net aangekondigd binnenkort met proeven te gaan starten. Ook met de komende herziening van de Europese richtlijn voor maten en gewichten gaat er meer ruimte komen voor de inzet van langere vrachtautocombinaties. Dat is ook hard nodig om de uitstoot van broeikasgassen door het wegvervoer te verminderen en zo aan de Europese Klimaatwetgeving te voldoen. Ook vanuit dit oogpunt doet het pijn te constateren dat we in Nederland niet de kans krijgen om tot een praktijkproef voor de SEC te komen. Waar we altijd hoog opgeven over innovatie en vernieuwing laten we deze mogelijkheid lopen.


Dit is een artikel van TLN.

CO₂-reductie aantrekkelijk voor ondernemers

De Topsector Logistiek, evofenedex en Transport en Logistiek Nederland lanceren vandaag de website www.co2meter.nu. Via deze website bieden de samenwerkende organisaties bedrijven een laagdrempelige manier om de CO₂-uitstoot van hun transportactiviteiten te berekenen.

Er liggen grote doelen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Nederland wil in 2030 55 procent minder CO₂ uitstoten. ‘Die uitdaging geldt voor ons allemaal, dus ook voor bedrijven in het transport en de logistiek’, aldus Aad Veenman, boegbeeld van de Topsector Logistiek. ‘We willen met deze nieuwe website bedrijven in de logistieke keten stimuleren om inzicht te krijgen in hun CO₂-uitstoot en mogelijkheden aanbieden om die uitstoot terug te dringen.’

Ketenoplossing
Met elektrische of waterstofvrachtwagens is het CO₂-probleem voor de logistiek grotendeels opgelost. Alleen is de techniek nog lang niet zo ver dat alle goederentransport met dit soort voertuigen kan worden uitgevoerd.

Wel kunnen ondernemers op kortere termijn winst halen uit efficiency. Door eerst goed te kijken naar verbetermogelijkheden in de keten kunnen vervoerders en opdrachtgevers komen tot transporten met minder kilometers en/of een betere belading. Minder kilometers en betere belading betekenen minder CO₂-uitstoot. Veenman: ‘Daarom is het goed dat TLN en evofenedex gezamenlijk als ketenpartijen optrekken om dit probleem van CO₂ te tackelen.’

Berekenen, terugdringen en vergelijken
Via de nieuwe website www.co2meter.nu kunnen bedrijven op drie manieren hun CO₂-uitstoot bepalen. Als eerste door eenvoudig te starten met een berekening van alle vervoersactiviteiten. De tweede manier is het toewijzen van CO₂-uitstoot naar een specifieke klant of zending. De derde mogelijkheid is een anonieme vergelijking van CO₂-uitstoot met andere bedrijven.

Workshops
De Topsector Logistiek, TLN en evofenedex willen zo veel mogelijk bedrijven ondersteunen in de aanpak van hun CO₂-uitstoot en organiseren daarom kosteloos workshops. Daarin kunnen ondernemers leren hoe ze hun CO₂-uitstoot kunnen berekenen en verminderen, worden ze begeleid en leren ze de tooling gebruiken. Daarnaast krijgen ze uitgebreid uitleg over de nodige gegevens voor een betrouwbare berekening en hoe dit in de praktijk werkt.
Op deze pagina staat een overzicht van alle workshops.


Dit is een artikel van de Topsector Logistiek.

Duurzaamheid & efficiency gaan prima hand in hand!

Aan het woord is Paul Versantvoort, operationeel manager bij Trans-Imex. Een familiebedrijf op De Doornhoek. Wat Paul samen met zijn vader en zijn broer leidt. In 1999 begon vader Versantvoort met 1 vrachtwagen. Hij reed veel voor Jumbo, en de groei van de supermarkt, zorgde snel ook voor een flinke groei van Trans-Imex. Het klantenbestand en het wagenpark werden uitgebreid. Een kantoor met hal was geen overbodige luxe en zo vestigde Trans-Imex zich een kleine 8 jaar terug op de Doornhoek.

Paul zelf heeft zich altijd al erg betrokken gevoeld bij duurzaamheid. Het belang om actief bezig te zijn met de klimaatverandering komt echt uit zijn hart. Maar dat neemt niet weg dat bij ondernemen de praktische en financiële oogpunten ook zwaar wegen. Dat is natuurlijk bij Trans-Imex niet anders. Een serieuze besparing in verbruik en dus ook kosten was de vervanging van de verlichting in de oudere panden. Het nieuwe LED is ook helderder wat vooral in de hallen ook een stuk fijner is. Paul vertelt: ‘Duurzaamheid is voor mij dan wel een persoonlijke overtuiging. Maar de praktijk is ook belangrijk. Dat maakt dat we keuzes goed onderzoeken en onderbouwen. Het totaal daarvan moet kloppen willen we er als Trans-Imex in meegaan. En soms moet het ook gewoon. Al onze nieuwe vrachtwagens hebben Euro-6 motoren. Die stoten maar liefst 97% minder stikstof uit dan motoren in oudere vrachtauto’s. Heel goed dus dat dit gewoon de nieuwe standaard is!”

Hand in hand
Paul vervolgt: “Die Euro-6 motoren zorgen dus voor minder uitstoot. Maar rijgedrag is ook van belang. Want dat heeft flink invloed op het verbruik. Door slimmer te rijden, wordt er minder brandstof verbruikt. Dat is beter voor het milieu. En ook voor de kosten. Dus duurzaamheid en efficiency gaan goed hand in hand.” De chauffeurs van Trans-Imex krijgen hiervoor tips tijdens cursussen. En als stimulans heeft Paul wel eens een competitie met een knipoog in het leven geroepen. “Dat is een goede en leuke manier om bewuster te worden. Het is zichtbaar wat het verbruik per vrachtwagen is en we kunnen zien hoe er gereden wordt. Daarmee zien we ook wat er verbeterd kan worden. Door daar een spelelement van te maken gaat het meer leven. En dat voorkomt onnodig brandstofverbruik. Hoe meer auto’s je hebt, hoe groter de totale besparing.”

Elektrische wagens
Zwaarder vrachtverkeer op fossiele brandstoffen is nu al niet meer in elke stad toegestaan. En dit breidt zich alleen maar meer uit. Daarnaast staan we nog maar aan het begin van de e-commerce, deze groei gaat hard. De noodzaak wordt steeds groter. Deels dus door centra die minder uitstoot in de binnenstad willen, wijken die geen grote wagens meer door de straten willen. En dat terwijl er ook steeds meer bezorgd moet worden. Dus er is een uitdaging. De verwachting is dat in 2030 de helft van de verkochte vrachtwagens elektrisch is Maar zo ver zijn we nu nog niet. Paul: ”Ik verwacht niet dat er in 2025 al een truck met voldoende range is, die vanaf Veghel de Amsterdamse binnenstad in mag en kan. Dan zijn HUB’s een oplossing. Van Veghel naar Amsterdam rijden en daar aan de rand van de stad lossen. Zodat er dan vanaf daar een elektrische auto geconsolideerd gelost kan worden. Het liefst dus ook alles verzamelen uit diverse vrachten en dan met elektrische bussen of kleinere vrachtwagens naar 1 straat rijden om te lossen.” Paul is hierover momenteel al druk in gesprek om dit eventueel voor Veghel en bijvoorbeeld Uden op te kunnen gaan zetten.

Nog tips voor anderen?
Op de vraag wat Paul als tip heeft voor andere ondernemers verwijst Paul naar logistieke platforms. “Daar tref en spreek je andere bedrijven, je krijgt de trends mee. Duurzaamheid is daar altijd een issue. Het haalt je ook even uit je eigen bubbel en je doet op een informele manier veel kennis op.” Paul vervolgt: ”Sluit je ogen ook niet voor samenwerkingen. In de logistiek is veel te halen in lege kilometers. Die kun je beter benutten door samen te werken. Ook wij bekeken in het verleden die mogelijkheden niet actief. Maar als je vrachtwagen ook terug vol zit is dat beter voor het milieu. En ook voor het rendement. Dus, stel jezelf ervoor open en begin ermee!”

Dit is een artikel van DOE Meierijstad.

Maak leeftijdsbestendig personeelsbeleid onderdeel van arbobeleid

Vanwege de huidige arbeidsmarktkrapte is het essentieel voor werkgevers een leeftijdsbestendig personeelsbeleid te voeren. Dit om een hoog verzuim te voorkomen en medewerkers vitaal met plezier en vanuit vakmanschap hun pensioen te laten halen. Hoe kan een werkgever dit invullen?

Leeftijdsbestendig personeelsbeleid, wat is dat eigenlijk? “Dat is personeelsbeleid dat rekening houdt met de veranderende omstandigheden in het leven van medewerkers”, licht Daphne van Paassen, adviseur duurzame inzetbaarheid bij Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL), toe tijdens het STL-webinar over dit onderwerp. “In de praktijk heeft dit meer te maken met de persoonlijke fase waarin iemand zich bevindt dan met een harde leeftijdsgrens. Daarom spreken we ook van levensfasebewust personeelsbeleid.” 

Dat levensbestendig personeelsbeleid een actueel onderwerp is, hoeft – gezien de vergrijzing en arbeidsmarktkrapte – geen betoog. Ook blijkt uit onderzoek van STL dat maar liefst 44 procent van de werknemers in de sector transport en logistiek aangeeft niet door te kunnen werken tot aan het pensioen. Bovendien maakt een helder personeelsbeleid een bedrijf een aantrekkelijke werkgever. En dat is een must voor wie nieuw personeel wil aantrekken. 

Leeftijdsbestendig beleid
Eén aspect van een leeftijdsbestendig personeelsbeleid is dat werk en privé in balans moeten zijn. “Dat is van essentieel belang”, stelt Adri Buitenhuis, casemanager en praktijkondersteuner bedrijfsarts (POB’er) bij STL. “Bij veelvuldig verzuim kan sprake zijn van een onbalans tussen werk en privé. Vaak hoor ik uit de praktijk dat werknemers aan hun werkgever niet durven vragen om minder uren of dagen te werken. Zij vinden het lastig om hierover in gesprek te gaan met hun werkgever. Vooral omdat er al zo’n grote krapte op de arbeidsmarkt is. Dat geldt zowel voor de oudere generatie als voor de jongere generatie die tegenwoordig vaak een papadag wil. Het betreft niet alleen de chauffeurs maar de gehele organisatie. Als die werk-privébalans er niet is, kan dit verzuim teweeg brengen. En als iemand fysieke klachten krijgt door overbelasting kunnen die al snel leiden tot drie maanden verzuim, wat erg veel geld kost. Door iemand minder te laten werken kun je soms verzuim beperken. Het kan daarbij gaan om een dag minder of minder uren per dag. Soms gaat het om het verminderen van het werk in de avonden, eventueel tijdelijk zoals bij een scheiding.” Buitenhuis erkent dat deze insteek soms lastig kan zijn voor de planning en de bezetting. 

Minder werken?
Volgens Remco Keus, adviseur preventie bij STL, is het verstandig de mogelijkheden om minder te werken bij een bedrijf vast te leggen in beleid. “Als onderdeel van het arbobeleid, waar ook onder meer de mogelijkheden voor loopbaan en persoonlijke ontwikkeling in staan. Betrek medewerkers bij het opstellen van dat beleid. Maak vervolgens duidelijk aan de medewerkers dat er een beleid is, communiceer hierover en ga met je medewerkers hierover in gesprek. Dat laatste is het allerbelangrijkste: besteed aandacht aan je medewerkers en probeer erachter te komen wat zij nodig hebben. Probeer als werkgever, leidinggevende of personeelsfunctionaris signalen op te pikken als een medewerker minder goed functioneert, vaak ziek is of bijvoorbeeld meer schade rijdt. Vertel hen vooral wat de mogelijkheden zijn.” 

Minder verzuim!
Esther Huls, hr-manager bij Dasko Groep in Almelo en Zwolle, bevestigt dat aandacht voor de medewerkers heel belangrijk is. “Van aandacht worden zij blij. Heb oog voor hen. Weet wat er speelt op de werkvloer en hoe het met hen gaat. In deze krappe arbeidsmarkt moet je als werkgever je stinkende best doen om medewerkers binnen boord te houden. Gelukkige werknemers zijn de beste werknemers. Vroeger was een goede chauffeur een chauffeur die zestig uur per week werkte. Maar een chauffeur die één of twee dagen beschikbaar is, is ook een goede chauffeur. De directie ziet dat ook. Dat is wel een kentering.” 

“Wat die aandacht voor het personeel ons heeft gebracht?”, vervolgt Huls. “Gelukkige medewerkers en een lager verzuim. Die aandacht begint bij leidinggevenden, die hun voelsprieten moeten uitzetten om bij signalen in gesprek te gaan om verzuim te voorkomen. Luister als werkgever naar je medewerkers en laat voelen dat zij gehoord worden. Je kunt niet alles oplossen, maar vaak kom je wel een heel eind. Natuurlijk is er beperkte tijd, maar maak hier tijd voor vrij, want dat gaat je iets brengen. Als hr-afdeling kun je dit ondersteunen.” 

Duurzame inzetbaarheid
Volgens STL is het belangrijk voor bedrijven om structureel aan de slag te gaan met duurzame inzetbaarheid. Van Paassen: “We merken dat veel bedrijven het nut en de noodzaak van duurzame inzetbaarheid zeker zien. Hiermee bedoelen we dat medewerkers vitaal, met plezier en vanuit vakmanschap hun werk doen, in een sociaal veilige werkomgeving. Nu en in de toekomst. Vaak starten zij met een losse interventie en dan ebt dat weer weg.”

Hoe een bedrijf blijvend met dit thema aan de slag blijft, daar helpt STL de sector bij, aldus Van Paassen. “We hebben een beproefde aanpak ontwikkeld om duurzame inzetbaarheid binnen een bedrijf wortel te laten schieten. Deze aanpak neemt het bedrijf als vertrekpunt, bouwt op de goede zaken en gaat aan de slag met de aandachtspunten. We hebben onlangs trajecten geëvalueerd en bedrijven zijn enthousiast over de aanpak. Je schept als bedrijf de context die maakt dat mensen optimaal met hun inzetbaarheid aan de slag kunnen. Hoe hou je het vol, hoe hou je het levend en appelleer je aan de eigen regie van medewerkers?”

Regelingen voor levensfasebewust beleid:
• Zwaarwerkregeling beroepsgoederenvervoer; 
• Pitstop: persoonlijk opleidingsbudget van € 3.000 (ook voor jongeren;
• MDIEU: Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden; hiermee ondersteunt het kabinet sectoren die investeren in duurzame inzetbaarheid. STL heeft deze subsidie aangevraagd en daarvan bekostigt het dienstverlening op het gebied van duurzame inzetbaarheid voor werkgevers en werknemers.

Meer informatie is te vinden op de website van STL. Of neem per e-mail contact op met Daphne van Paassen.


Dit is een artikel van Transport & Logistiek.

Piekmomenten in FMCG logistiek in goede banen

Iedereen herkent het wel; met Valentijnsdag halen we nog snel even een doosje chocola bij de supermarkt en met de eerste zonnestralen zitten de terrassen vol. Voor de consument is dat vanzelfsprekend. De schappen zijn gevuld en de menukaart op het terras is een zekerheidje. Maar achter de beschikbaarheid van al deze FMCG-producten gaat een heel netwerk schuil. Met een complexe supply chain waarin piekmomenten zich vaak gelijktijdig voordoen. Hoe zorg je er als ketenpartner voor dat de voorraden bij de horeca en retail op peil blijven in tijden van een toenemende vraag?

Wat zijn piekmomenten in de Supply Chain?
Piekmomenten zijn periodes waarbij in een relatief korte periode veel volume wordt gevraagd. Dat klinkt als een open deur, maar piekmomenten zijn er in soorten en maten. Thema’s zoals Pasen, Kerst en Back-to-school bijvoorbeeld, maar ook seizoensgebonden pieken zoals start evenementen- of het barbecueseizoen. En wat dacht je van piekmomenten door uitzonderlijke weersvoorspellingen, promotionele acties of – voor de opdrachtgever minder wenselijk – terugroepacties? Een piekmoment betekent voor alle ketenpartners altijd veel voorbereiding, naadloze afstemming met een scherpe focus op het doel.

Pieken in dalmomenten
Om de piekmomenten in goede banen te leiden gebruik je de dalmomenten. Voor de horeca is dat van oktober tot februari en voor de supermarkten in januari, februari en tijdens de bouwvak. In deze dalmomenten begint de voorbereiding voor de nieuwe pieken. Dat start met het evalueren van de voorgaande piekmomenten. Was er voldoende capaciteit? En was er voldoende kwalitatief materieel? Klopten de data waarop we beslissingen namen en waar we op planden? Wat moeten we bijsturen of verbeteren? Door niet achterover te leunen en te wachten tot de volgende piek, is pieken in een dalmoment hét juiste moment.

Flexibiliteit op projectniveau
Planning en forecasting zijn cruciaal voor een supply chain dienstverlener wanneer het gaat om het opvangen van dal- en piekmomenten. Dit zal voor niemand een verrassing zijn. Maar een gedegen planning maken kan en lukt niet altijd vanuit opdrachtgevers. Weersvoorspellingen, uitzonderlijke vragen vanuit de eindklant of vertraging van grondstoffen, zijn voorbeelden waardoor een planning mis kan gaan. Niet elk project past in de standaard. Dat vraagt dus om flexibiliteit. Direct contact met leveranciers, samenwerken met concullega’s, aangepaste werktijden of het voorladen van vrachtwagens. Natuurlijk afhankelijk van het product, want chocola kun je natuurlijk niet voorladen bij 30 graden.

Yes we can!
Planningen rond, mensen stand-by en verwachtingen helder? Mooi, dan is het nu zaak om de handen uit de mouwen te steken. Piekmomenten betekent ook gewoon hard werken. Bij Nabuurs vinden we het ook belangrijk dat we klanten volledig ontzorgen tegen marktconforme prijzen. Dat kan alleen met een can-do-mentaliteit! Of we nu onze medewerkers enthousiaste maken over een nieuwe promotionele actie waarvoor ze in het weekend een dagje werken of dat we de eindklant direct benaderen om bijvoorbeeld afspraken te maken voor een korte opslag van goederen. Niet moeilijk doen en gewoon organiseren is ons motto.

Wat kan jij als klant doen?
Sta je op het punt om een grote promotionele actie in te plannen? Laat je dienstverlener in de supply chain dit dan altijd tijdig weten. Want hoe eerder deze vraag bekend is, hoe beter beide partijen erop kunnen inspelen. Gesprekken hierover gaan wij maar graag aan om samen met jou te kijken naar de beste oplossing. Samen staan we sterk, bij pieken én dalen!

Dit is een artikel van Nabuurs.

Dit wordt het nieuwe DC van Raben in Oss

Raben blijft zijn imperium uitbreiden. De logistieke dienstverlener, die vorig jaar Bas Logistics overnam, bouwt in Oss een nieuwe distributiecentrum.

Raben, dat vorig jaar nog Bas Group overnam, bouwt een nieuw distributiecentrum in Oss. Het warehouse, ontworpen door Palazzo in opdracht van Goldbeck, staat op een zichtlocatie langs de A59 op bedrijventerrein Vorstengrafdonk en krijgt afwisselende lichte gevelvlakken van glas, beton en staal, passend bij de bedrijvigheid die erachter plaats vindt, aldus de ontwerper.

Groei
Het nieuwe Warehouse wordt gebouwd om de groei van bestaande klanten op te kunnen vangen en om nieuwe klanten te kunnen verwelkomen.

De grootte van het pand is zo’n 15.000 m2 en inclusief het buitenterrein is het 22.000 m2.
Er zal opslag voor klanten plaatsvinden incl. orders picken / packen / Value added services etc.
Januari 2023 moet het nieuwe distributiecentrum operationeel zijn.

Dit is een artikel van Warehouse Totaal.

Brandpunt van vernieuwing van voedselverpakkingen

Van karton tot plastic, van blik tot folie. Dit zijn enkele materialen waar de verpakkingsindustrie in Oss wel raad mee weet bij het verpakken van allerlei soorten en maten voedingsmiddelen. 

De Osse verpakkingssector wil toonaangevend zijn in duurzame verpakkingen. Daarom hebben de gemeente Oss, verpakkingsbedrijven, HAS Hogeschool, foodbedrijven en partijen uit de verpakkingsketen – inclusief reststroomverwerkers – samen de krachten gebundeld in het ‘Innovatieprogramma Circulaire verpakkingen.’ Dit nog relatief jonge innovatieconsortium richt zich op de ontwikkeling van duurzame verpakkingsprocessen en -producten.

In veel keukenkastjes
De verpakkingssector is sterk vertegenwoordigd in Oss. Om een idee te krijgen van de aard en omvang van de industrie: trek een willekeurig keukenkastje in open en de kans is groot dat er een verpakking uit Oss bij zit. 

“Al zolang er in onze gemeente voedsel wordt geproduceerd, zijn er bedrijven actief in voedselverpakkingen”, vertelt Cindy Hagenstein, beleidsmedewerker Economie van de gemeente Oss en projectleider van het innovatieprogramma. “Bijna iedere soort verpakking (met uitzondering van glas) in de supermarkt is op de een of andere manier wel terug te leiden naar Oss. De verpakkingssector is in onze gemeente goed voor zo’n 700 banen.” 

Sinds 2017 ondersteunt de gemeente verpakkingsbedrijven actief bij het verduurzamen van de sector.

“Het Innovatieprogramma Circulaire Verpakkingen vormt hierbij het innovatiebrandpunt van de voedselverpakkingen”, vertelt Cindy. “Hierin zetten we samen met studenten van HAS Hogeschool, Osse verpakkingsbedrijven, ontwerpers en kennispartners zoals het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken vol in op onderzoek, kennisdeling en samenwerking. Het programma helpt bedrijven slim in te spelen op de nieuwste ontwikkelingen op verpakkingsgebied.”

Uitdagingen
De verpakkingsindustrie zoekt steeds naar oplossingen om verpakkingen slimmer en duurzamer te produceren. Daarbij spelen ook wettelijke voorschriften en gebruiksgemak voor de consument een belangrijke rol. “Je kunt verpakkingen van milieuvriendelijkere materialen maken of bijvoorbeeld minder folie gebruiken maar wat betekent dat voor de houdbaarheid van een product?”, aldus Cindy. “Of is het haalbaar om naar minder verschillende soorten verpakkingen te gaan omdat dat beter is voor de recycling? De circulaire wens versus gebruiksgemak. Daar liggen interessante uitdagingen.”

Regio Deal
In 2020 kreeg het Innovatieprogramma ondersteuning vanuit Regio Deal Noordoost Brabant met Cindy als projectleider en aanspreekpunt. Binnen de Regio Deal werden het Innovatieprogramma Circulaire Verpakkingen en Circular Food Center – met projectleider Toine Timmermans – gebundeld tot één Regio Deal project. 

Cindy, die een echte verbinder is, ziet hier de voordelen wel van. “Dankzij de Regio Deal kwam er een direct contact tussen ons innovatieprogramma en het Circular Food Center. Daardoor zijn de gemeenten Oss en Meierijstad sterker met elkaar verbonden. Ook is het makkelijker om gebruik te maken van elkaars kennis en kunde, netwerk en faciliteiten op gebied van circulariteit en verspilling.” 

Op de vraag wat de ondernemers van de Regio Deal merken, antwoordt Cindy: “Bij het circulair maken van hun bedrijfsproces worden de ondernemers begeleid door de Kracht van New Business Oss. De verpakker leert anders te kijken naar zijn bedrijfsvoering. Dankzij de Regio Deal is dit begeleidingstraject voor de ondernemers gratis.“

Verbinding 
Voor Cindy is het duidelijk dat de Regio Deal voor meer verbindingen en betere samenwerking in de regio zorgt. “Door de Regio Deal kwam een aantal verpakkingsbedrijven voor het eerst bij elkaar. Ze kenden elkaar wel maar werkten nog niet samen.”

Ook hebben verschillende andere Regio Deal projecten inmiddels een lijntje naar het Innovatieprogramma. “Het is nog interessanter en leuker om elkaar in de regio op te zoeken. Door de interesse in elkaars projecten, kennisuitwisseling en de korte lijnen kun je elkaar helpen. Zo wordt het voor andere gemeenten veel makkelijker om onze aanpak over te nemen. Maar ook kon ik bijvoorbeeld in mijn zoektocht naar boeren om grondstoffen voor verpakkingen te gaan produceren een heel nieuw netwerk aanboren.”

Samenwerken loont
Voor het Innovatieprogramma Circulaire Verpakkingen is inmiddels een breed draagvlak binnen de gemeente Oss. “Het is mijn droom om met veel meer gemeentes en andere partijen binnen en buiten de regio samen te werken aan circulaire verpakkingen. En om samen EU subsidies binnen te halen voor innovatieve projecten. De Regio Deal bewijst dat samenwerken loont!” 

Investeren in talentontwikkeling
Cindy werkt veel én graag samen met studenten van HAS Hogeschool. Elk jaar biedt het Innovatieprogramma Duurzame Verpakkingen ruimte aan zo’n 15-16 afstudeerders van de HAS Hogeschool en aan 20 tweedejaars studenten die de module Duurzaam Verpakken volgen. Er zijn vier afstudeeropdrachten: drie onderzoekstrajecten en de organisatie van de jaarlijkse Dag van de Duurzame Verpakking in Oss. De onderzoekstrajecten variëren van de ontwikkeling van een circulaire verpakking voor een voedingsmiddelenbedrijf tot het opzetten van een monitor om de verduurzaming van de sector te kunnen meten. “Deze studenten zijn de verpakkingsexperts van de toekomst”, aldus Cindy.


Lees het hele artikel op de website van RNOB.

Zijn jouw medewerkers nog blij met jou als werkgever

Stel je voor. Je werkt je suf, maar je werkgever ziet je niet en eigenlijk is je beloning ook niets bijzonders. Collega’s denken hetzelfde en maken zich zorgen of het bedrijf wel bij hen past. Een teamgevoel is er al helemaal niet. De enige reden waarom je ’s ochtends tóch opstaat en naar je werk gaat is omdat je je rekeningen nou eenmaal moet betalen.

Als jouw werknemer dit ervaart, beleeft hij of zij een slechte ‘employee experience’, ofwel: de ervaring die hij of zij als medewerker heeft bij jou als werkgever is niet goed. En dat zorgt uiteraard voor een hoog verloop, iets wat we – zeker in deze arbeidsmarkt – willen voorkomen. In dit artikel nemen we je mee in alles rondom de employee experience.

Een employee experience
Hoe je werknemer het ervaart om bij jou te werken, is belangrijk. Deze beleving is de employee experience. Het gaat dan om alles wat hij of zij tijdens het werk meemaakt en beleeft, dat met jou als werkgever te maken heeft. Met andere woorden: alle interactie tussen de organisatie en de medewerkers.

Dan kan je dus denken aan de werkzaamheden, de omgeving (werkplek), verwachtingen van werknemers, maar ook aanwezigheid of transparantie van arbeidsvoorwaarden. Duidelijke afspraken, maar ook teamuitjes. Denk maar zo: alles wat de medewerker tijdens het werken ervaart wat hem positief of negatief beïnvloedt.

Werken aan een goede beleving
Een goede employee experience biedt enkele voordelen. Allereerst voor werknemers, maar ook voor werkgevers. Deze voordelen lichten we toe. Alle positieve ervaringen dragen bij aan een enthousiaste werknemer die zich aan het bedrijf bindt en inzet voor het bedrijfsbelang. Hoe meer enthousiasme en positief gevoel er heerst onder werknemers, des te meer er een teamgevoel ontstaat. Ook draagt het bij aan een loyale werknemer: iemand die jou niet zomaar verlaat voor ‘een beter bod’. Want ook dat zien we in de krappe arbeidsmarkt, concurrenten azen op jouw grootste kapitaal: je mensen.

Dus, om toe te werken naar een sterk team, dat presteert, het goed heeft en bij je blijft, wil jij een goede employee experience verzorgen! Hoe doe je dat?

Een goede employee experience in de praktijk
Dat jij aan zet bent, is een feit. Je hebt enkele stappen te doorlopen, om te weten waar je staat. Hoe ga je nu, overtuigd van het belang, aan de slag?

Begin bij het bevragen van je mensen. Laat hen bijvoorbeeld (anoniem) een vragenlijst invullen of ga ‘live’ met ze in gesprek. Vraag wat ze nodig hebben, wat ze belangrijk vinden, waar ze van dromen. En geef de mogelijkheid om ideeën in te dienen. Zorg vervolgens voor een samenvatting van de belangrijkste punten waar je aan wilt werken. Vergeet ook niet te delen wat al goed gaat: benadruk ook de positieve kanten

Ken je waardepropositie en schrijf deze op. En dan bedoelen we niet wie jij als mens bent, maar hoe je als organisatie en als werkgever functioneert. Welke normen en waarden gelden er? Leef je deze ook na? Wat is de unieke waarde die jij als werkgever kunt bieden aan je werknemers? Schrijf ook op wat je denkt dat je grootste kapitaal, je medewerkers, belangrijk vinden. Door een goed verhaal te hebben, kun je een onderscheidende positie als werkgever in de markt innemen en trek je de werknemers aan die bij je passen.

Schakel een adviseur in. Bijvoorbeeld als je twijfelt over je beleid en de arbeidsvoorwaarden die je biedt. Of als je tips wilt over hoe je dit beleid kunt aanscherpen. Het lijkt misschien overbodig, maar je werknemers vinden dit steeds belangrijker. Het weegt zwaar. Doe er wat mee, nu je weet dat dat zo belangrijk is. Wie schakel je in? Nou, het WSP Noordoost-Brabant: neem contact op met ons.


Dit is een artikel van WSP Noordoost-Brabant.

Waterstofhubs zijn nodig, een Stappenplan

Waterstof krijgt in de verduurzamingsopgaven van bedrijven en de overheidsdoelen een steeds grotere rol. De voorziene hoofdbuisleidingensysteem (backbone) voor waterstof gaat de grote afnemers van waterstof voorzien, maar komt niet overal in Nederland. Hoe komen andere industrieën, bedrijven en logistieke hotspots dan aan waterstof? Regionale waterstofhubs vormen hierop het antwoord. Buck Consultants International onderscheidt 5 stappen om tot zo’n waterstofhub te komen.

BCI heeft op basis van haar ervaringen met gebiedsontwikkeling, verduurzamingsvraagstukken (waaronder waterstoftoepassingen), Clean Energy Hubs en laadinfrastructuur een stappenplan ontwikkeld. Dit stappenplan biedt inzicht in de acties die lokale overheden, provincies en private partijen gezamenlijk moeten nemen om tot een waterstofhub te komen.

Multimodale knooppunten worden vaak niet ontsloten door de waterstofbackbone
De grote industriële complexen en zeehavens zullen door de waterstofbackbone ontsloten worden. Wanneer het zware en lange afstandsvervoer overstapt op waterstof (trucks, binnenvaart en misschien spoor) zal ook voldoende aanbod van waterstof op de logistieke knooppunten aanwezig moeten zijn. Naast veel industriële bedrijven, worden ook deze lang niet allemaal door de backbone ontsloten (figuur 1). Zij moeten dus op een andere manier waterstof geleverd krijgen. BCI verwacht dat regionale energiehubs of waterstofhubs daarbij een rol gaan spelen. Dit zijn locaties waar productie, opslag, transport en gebruik van waterstof op regionale schaal met veel inspanningen bij elkaar gebracht worden.

Stappenplan Waterstofhub
BCI heeft onderstaand stappenplan ontwikkeld voor het realiseren van deze waterstofhubs.

Stap 1: Bepalen rol van waterstof in multimodale ketens
Waterstof kan verschillende rollen hebben in multimodale ketens: gebruik als grondstof voor industrie, brandstof voor modaliteiten, productie, opslag en transport. Als waterstof lokaal wordt geproduceerd (liefst met lokaal opgewekte zonne- of windenergie) moet dat ook lokaal worden opgeslagen en getransporteerd. Als waterstof niet of onvoldoende lokaal wordt geproduceerd, wordt waterstof vanaf de zeehavens of andere regio’s aangevoerd. Dat kan op de lange termijn via regionale buisleidingen, die op de backbone worden aangesloten. Tot die tijd wordt waterstof (al dan niet via waterstof dragers zoals ammoniak) aangevoerd met truck, binnenvaart of spoor en moet de waterstof worden overgeslagen. Het is belangrijk om voor de regio scherp te krijgen welke van deze rollen in meer of meerdere mate nodig zijn om aan de verwachte vraag te kunnen voldoen.

Stap 2: Selectie van hub locaties
Wanneer in beeld is welke rollen waterstof in de regio kan spelen, moet geïnventariseerd worden welke stakeholders die rollen kunnen invullen. Denk bijvoorbeeld aan potentiële afnemers van de waterstof, opweklocaties voor groene elektriciteit (bijvoorbeeld daken van warehouses op bedrijventerreinen), tanklocaties voor modaliteiten (bus, truck, auto, binnenvaart, etc.), productielocaties, opslag locaties, overslaglocaties etc. Zijn deze partijen al in de regio aanwezig (bijvoorbeeld multimodale hubs)? Welke partij wil welke rol op zich nemen? Daarnaast moet worden bepaald hoe groot de potentiële volumes aan waterstof zullen zijn en hoe de logistieke ketens daarvan er uit gaan zien (vervoer via buisleidingen of via tube trailers of containers, benodigde tussen opslag, afnemers, etc). Op basis van deze inventarisatie wordt bepaald op welke locaties in de regio een waterstofhub met de benodigde faciliteiten ontwikkeld kan worden. Indien er meerdere locaties zijn, kan op basis van belangrijke criteria (o.a. beschikbare kavelgrootte, grondprijzen, ontsluiting, reeds bestaande faciliteiten etc.) aan de hand van een afwegingskader een keuze gemaakt worden (BCI heeft hiervoor een afwegingskader ontwikkeld).

Stap 3: Vaststellen specificaties hub op locatieniveau
Nu een eerste beeld van de waterstofhub is ontstaan, dienen de specificaties voor de betreffende hub in detail gedefinieerd te worden. Per activiteit wordt uitgewerkt wat het ruimtegebruik zal zijn, welke faciliteiten nodig zijn en welke randvoorwaarden daarbij gelden. Denk hierbij aan zowel benodigde infrastructuur (wegen, elektriciteitsvoorzieningen, etc), maar ook aan veiligheidsafstanden en milieueisen. BCI heeft voor verschillende verschijningsvoren, die bij de energietransitie naar voren komen, een impact analyse uitgevoerd. Dit overzicht kan als leidraad worden gebruikt.

Met de betrokken partijen wordt bepaald welke investeringen nodig zijn en hoe het exploitatiemodel van de faciliteiten eruit gaat zien, ook wordt bepaald welke onderdelen van de hub inkomsten gaan genereren en aan de hand van de volumes hoeveel dat kan zijn. De business case wordt daarmee duidelijk. In deze fase kan voor de publieke stakeholders een maatschappelijke kosten baten analyse worden gemaakt, zodat de maatschappelijke toegevoegde waarde van de faciliteiten aangetoond worden. Dat is immers bij publieke financiering vaak een belangrijke voorwaarde.

Stap 4: Coalitievorming
Om tot realisatie van de hub te kunnen komen moeten partijen in deze fase eerst met elkaar formelere afspraken maken over taken en verantwoordelijkheden. Belangrijk bij een succesvolle ontwikkeling is dat private partijen de trekkers worden. Met elkaar kan gekozen worden voor individuele ontwikkeling van faciliteiten (ieder ontwikkelt zijn eigen faciliteit), collectief (een aantal faciliteiten worden gezamenlijk ontwikkeld) of de hub direct op grote schaal te ontwikkelen. De rol van overheden hoeft hierbij niet altijd direct financieel (subsidies) te zijn. Het kan soms effectiever zijn wanneer zij faciliterend zijn bij procedures, ruimtereserveringen en voorwaardenscheppend opereren door bijvoorbeeld aanleg van infrastructuur en uiteindelijk misschien de launching customer worden of garant staan bij leningen. Lokale overheden of provincies kunnen bijvoorbeeld de OV-bussen op waterstof laten rijden met waterstof geleverd door de regionale waterstofhub. De formele samenwerking tussen alle stakeholders wordt vastgelegd in een Letter of Intent.

Stap 5: Naar realisatie: ontwikkelingsplan
Om tot realisatie te komen is tot slot een concreet ontwikkelplan nodig, waarin is uitgewerkt hoe de hub gerealiseerd wordt en door wie, welke planning daarbij hoort en hoe de financiering georganiseerd is. Met dat concrete ontwikkelingsplan kan het samenwerkingsverband actief aanvragen doen voor (Europese) fondsen, zoals CEF, DEI+, SDE++ etc. Per onderdeel kan de financiering op een andere manier georganiseerd worden. Ook kunnen publiek-private financieringsconstructies gezocht worden. Banken staan daar tegenwoordig steeds meer voor open.

Zodra de financiering rond is, wordt gestart met realisatie. Bij deze fase is het van groot belang om tijdig met de ruimtelijke- en milieuprocedures te beginnen. Deze procedures kunnen namelijk enkele jaren in beslag nemen.

Actie is nodig
Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen zijn waterstofhubs in het binnenland noodzakelijk. Nauwe samenwerking tussen stakeholders (zowel publiek als privaat) is nodig om zo’n waterstofhub te realiseren. Zij moeten samen de strategie bepalen en duidelijk de verschillende rollen afspreken. Voor de ontwikkeling van zo’n waterstof hub is tijd nodig. Om toch tijdig aan de klimaatdoelstellingen te kunnen gaan voldoen, is daarom nu al actie nodig!


Dit is een artikel van Buck Consultants International. Lees het hele artikel op hun website en download daar ook de presentatie: Stappenplan Waterstofhub in Multimodale Ketens.

Huidige situatie containerlijnvaart

De situatie in de containerlijnvaart blijft onrustig. Dat merkt iedereen. Maar wat is er precies aan de hand? In de marktupdate zetten we onze ervaringen met deze situatie uiteen. We zoomen in op de gehele keten en hoe een opeenstapeling van omstandigheden de situatie in de havens beïnvloed en de productiviteit verminderd.

Hoe graag we het ook willen, vervoerende partijen kunnen de capaciteit in de zeehavens niet uitbreiden. Terwijl een hoge productiviteit bij de terminals juist gewenst is voor alle partijen:

• Rederijen, omdat zeeschepen en transshipment sneller kunnen worden afgehandeld.
• Terminals, omdat ze meer handlings per etmaal kunnen verrichten.
• Achterlandvervoerders, doordat wachttijden afnemen.
• Niet in de laatste plaats de ladingbelanghebbenden, zodat  containers weer binnen de gestelde kaders kunnen worden ingeleverd of uitgehaald.

In deze marktupdate spreken we de wens uit dat rederijen en terminals methodes weten te vinden om de productiviteit van afhandeling in de zeehavens weer naar een maximum te krijgen. Wellicht kunt u hier zelf ook een bijdrage aan leveren door de juiste partijen hierover te bevragen. Maar leest u eerst het verhaal over de keten in onze marktupdate.

Dit is een artikel van van Berkel Logistics.

Nieuwe innovatieregeling voor bedrijven in Brabant

Voor veel ondernemers zijn het uitdagende tijden. Door de krapte op de arbeidsmarkt, toenemende digitalisering, nieuwe technologieën en duurdere grondstofprijzen is het belangrijk om alert te blijven op mogelijkheden om te verbeteren of te vernieuwen. Om het innovatieve vermogen van het Brabantse bedrijfsleven te ondersteunen, heeft de provincie Noord-Brabant de regeling Stimulering van Innovatie in de Regio (SIR) opengesteld. Kortweg: de SIR-regeling.

Vroegste fase
Met deze subsidieregeling kunnen bedrijven innovatieve producten, diensten en productieprocessen ontwikkelen die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, mobiliteit en verduurzaming van de voedselketen. Tegelijkertijd biedt SIR die ondernemingen nieuwe perspectieven. Het gaat om innovatie-initiatieven van ondernemers in de vroegste fase van de ontwikkeling.

De regeling is bedoeld voor mbk-ondernemingen en innovatieve startups uit alle economische sectoren in de regio’s Noordoost-Brabant, Midden-Brabant en West-Brabant. Het subsidiepercentage voor bestaande ondernemingen is 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van 50.000 euro. Voor innovatieve startups is dat 50% met een maximum subsidiebedrag van 15.000 euro.

Maarten Jilisen, voorzitter van de kopgroep Innovatie & Agrifood: “De SIR-regeling stimuleert de economische ontwikkeling en daarmee de brede welvaart van onze regio. Het is goed dat we op dat vlak binnen Brabant zoveel mogelijk samenwerken als één overheid. In RNOB bundelen we onze economische kracht door bedrijven bij elkaar te brengen. Ook ondersteunen we de ondernemers bij de aanvraag van de subsidie.” 

Aanvragers uit Noordoost-Brabant
Heeft u contact met bedrijven in uw gemeente? Gevestigde mkb-er en innovatieve starters die gebruik willen maken van de SIR regeling kunt u doorverwijzen naar Miloe Bosten, Regisseur Innovatieregelingen, via miloe.bosten@rnob.nl of 06 82 19 58 45. Zij adviseert en ondersteunt de bedrijven bij het indienen van de subsidieaanvraag. Bij de begeleiding van startups werkt RNOB nauw samen met OndernemersLift+.

De nieuwe SIR regeling heeft een doorlooptijd van drie jaar. Voor elke Brabantse regio is een subsidieplafond vastgesteld; voor Noordoost-Brabant is dit 400.000 euro per jaar. In 2022 kunnen bedrijven tot en met 1 oktober 2022 subsidie aanvragen. 

Dit is een artikel van RNOB.

Project voor digitalisering logistiek krijgt € 51 miljoen uit Nationaal Groeifonds

Het projectvoorstel voor een Digitale Infrastructuur Logistiek heeft € 51 miljoen gekregen uit het Nationaal Groeifonds om met een consortium de digitale transitie van logistieke ketens te gaan versnellen. Dat moet gaan zorgen voor een versnelde aanpak van verstoringen in logistieke toeleveringsketens.

De ministerraad heeft het mogelijk gemaakt dat bedrijven en organisaties actief in handel en logistiek kunnen gaan samenwerken om de grote verstoringen in de supplychains aan te pakken. Binnen het project Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt ingezet op:

• De realisatie van een overkoepelende, decentraal georganiseerde datadeelinfrastructuur (BDI);
• De ontwikkeling van nieuwe (digitale) infradiensten;
• De uitrol van een ‘transitieagenda’ om minimaal de helft van de Nederlandse bedrijven in de logistieke keten over de digitale streep te trekken.

Samenwerken in supplychains
Betere data en een digitaal volwassen bedrijfsleven moeten zorgen voor versnelde aanpak van verstoringen in logistieke toeleveringsketens. Een consortium van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de havenbedrijven Rotterdam en Amsterdam, Schiphol/Cargonaut, Portbase, evofenedex, TNO en de douane gaat het project uitvoeren. Het doel is om de meeste betrokken organisaties en specifiek het mkb (meer) te laten samenwerken in supplychains, en daarmee het functioneren ervan sterk te verbeteren door de inzet van beschikbare en nieuwe data.

Digitalisering en data delen in logistiek
Onderzoek laat steeds weer zien dat digitalisering en het delen van data de sleutel bieden voor het oplossen van de meest voorkomende problemen in supplychains. Denk daarbij aan een effectieve voorspelbaarheid van de vraag, een betere afstemming over de benodigde voorraad, het kunnen volgen van goederen in de keten, een efficiënte afhandeling van formaliteiten, het moderniseren van het toezicht, het efficiënt laten aansluiten van verschillende stappen in de keten en efficiency, en duurzame stappen door samenwerking in de keten via bundeling van goederenstromen.

Laagdrempelig deelnemen aan data delen
Betrokken partijen bezitten al veel data. Deze data hebben, mits goed gebruikt, een grote positieve impact in de hele supplychain. Alleen door samenwerking kunnen partijen die data compleet en optimaal inzetten. Momenteel verschillen data vaak van formaat. Door een uniforme standaard wordt uitwisseling vele malen eenvoudiger. Een decentrale infrastructuur en afspraken over een veilige en vertrouwde omgeving voor data delen nodigen individuele ondernemers uit om laagdrempelig deel te nemen aan het data delen.

Concrete projecten
Uniek en essentieel aan dit project is dan ook het accent op samenwerking en actieve participatie van partijen. Het gaat niet (alleen) om papieren wijsheden of theoretische modellen, maar om concrete projecten die meteen resultaten laten zien, maar ook informatie en ervaring leveren voor andere partijen om mee te doen en projecten op te starten. Voorbeelden zijn een containervolgsysteem en een goederenvolgsysteem, waardoor de positie en statussen van goederen in de keten transparant door de hele keten kunnen worden gedeeld. 

Ook bijzonder is de actieve deelname van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de douane, die zich als ketenpartner opstellen en daardoor grote stappen realiseren in de afhandeling van formaliteiten en het aanjagen van efficiency en duurzaamheid.

Nederland als koploper
Op Schiphol sluit het project aan op de unieke samenwerking in het Smart Cargo Mainport Program. In dit programma wordt onder meer gewerkt aan het beter planbaar maken van ophalen en afleveren van vracht, zodat vrachtauto’s niet onnodig lang hoeven te wachten. Daarvoor is meer, betere en veilige datadeling nodig. Het initiatief sluit aan bij de koploperspositie die Nederland op dit gebied al inneemt en zal die positie internationaal nog verder versterken. De participatie van het mkb maakt dat deze ruggengraat van de economie ineens een voorsprong neemt op collega’s in het buitenland.

Het project Digitale Infrastructuur Logistiek loopt van medio 2022 tot medio 2027.

Dit is een artikel van Transport & Logistiek.

Ondersteuning voor MKB (innovatiemakelaars en netwerkactiviteiten)

Heeft u een innovatief idee? Bent u op zoek naar innovatiemogelijkheden voor uw bedrijf? Of wilt u een project starten? TKI Dinalog helpt u hier graag bij. Innoveren doen we samen.

MIT-Innovatiemakelaars
Een MKB-ondernemer met een innovatievraag kan een aanvraag indienen voor een MIT-Innovatiemakelaar. Een MIT-Innovatiemakelaar is bedoeld voor het inhuren van innovatieadviesdiensten. Hierbij kan het gaan om 1) innovatie van producten, processen of diensten, 2) het verlenen van technologische bijstand, en 3) diensten voor het overdragen van technologie.

U kunt uw aanvraag indienen bij TKI Dinalog. Aanvragen voor MIT-Innovatiemakelaars worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.

Datum:
Maandag 31 augustus 2022 is de deadline voor de uitvoering van projecten. Dit betekent dat aanvragen voor en de uitvoering van innovatie adviesdiensten en alle gerelateerde subsidiabele kosten, de facturen en betaalbewijzen voor deze datum gemaakt moeten zijn.

Hoofdaanvrager: 
MKB-ondernemer(s).

Maximale subsidie per project:
De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal €10.000 per mkb-ondernemer.

Aanvraagloket:
TKI Dinalog Formulier voor subsidie-aanvraag MIT innovatiemakelaar.

De kosten die voor subsidie in aanmerking komen moeten na beschikking van de aanvraag voor 31 augustus 2022 worden gerealiseerd, gefactureerd en betaald. Gemaakte kosten na de genoemde einddatum komen niet voor subsidie in aanmerking! De te declareren kosten zijn slechts subsidiabel voor zover deze zijn gemaakt voor het door innovatiemakelaars laten leveren van innovatieadviesdiensten aan u als MKB-ondernemer. Deze adviesdiensten zijn slechts subsidiabel indien zij tegen marktconforme tarieven door innovatiemakelaars worden uitgevoerd.

Meer weten?
Ga naar de website van TKI Dinalog voor alle informatie.
Of neem contact op met Nicolien Hendrickx via nicolien@relations.work.

Onderneem slimmer met data!

Platform Driven By Data helpt MKB-ondernemers in de regio ’s-Hertogenbosch structureel te groeien door de slimme inzet van data. Dat doen we door je te verbinden met wetenschappers, studenten, experts en bedrijven.
 
Krijg toegang tot professionele expertise, zonder grote investeringen. Ontdek hoe data ook voor jouw bedrijf kan werken!
 
Ruim honderd MKB-ondernemers gingen je voor en worden geholpen door JADS MKB Datalab, Avans Digitale Werkplaats of een van de expertbedrijven. Lees op de website over hun ervaringen of bekijk alle praktijkvoorbeelden.
 

Ga naar de website van Platform Driven By Data voor alle informatie.


De Brabantse energietransitie in cijfers

Provincie Noord-Brabant wil in 2030 50% van de energie opwekken uit duurzame bronnen en de CO2-uitstoot met 50% verminderen ten opzichte van 1990. Dat is de stip op de horizon. Maar hoe verloopt de voortgang van de Brabantse energietransitie? Dat houdt de provincie bij met monitoring.

De provincie heeft een Energiemonitor ontwikkeld, waarbij de gekozen indicatoren en de wijze van presentatie landelijk als voorbeeld worden gezien. De infographic toont een paar interessante highlights uit de monitor.

De cijfers uit de infographic zijn zoveel mogelijk gebaseerd op data die al door diverse organisaties (zoals CBS, RVO en Enexis) worden verzameld. De cijfers zijn door het gebruik van landelijke definities te vergelijken met andere provincies en het Rijk.
Download de volledige infographic Brabantse energietransitie in cijfers.


Dit is een artikel van Provincie Noord-Brabant.

Versproducten binnen 24 uur leveren is onhoudbaar

De import, export en het binnenlands vervoer van versproducten groeit nog steeds en gaat binnen Europa vrijwel volledig via wegtransport. De klanten in de versketens, zoals de retail en de grote warenhuizen, gaan de komende jaren naar verwachting hogere eisen stellen aan de verduurzaming van vervoer in hun ketens. Maar hoe kan aan die eisen worden voldaan? Paul Bleumink, managing partner van Buck Consultants, pleit voor een meerjarig duurzaam investeringsprogramma voor de verslogistiek.

Waarom is de verslogistiek zo weg-georiënteerd?
Producten zijn vaak wekenlang op zee onderweg of groeien een langere periode in een kas, maar eenmaal beschikbaar en in het warehouse zien vervoerders zich verplicht om binnen 24 uur te leveren. Dat maakt het hectisch en voor de snelheid wordt dan vaak wegtransport ingezet.

Kan dat eigenlijk wel anders?
Het zal moeten. Op de weg zie je duizenden wagens met geconditioneerd vervoer van versproducten. Dat moet beter te bundelen zijn.

Is het zo erg dat versvervoer over de weg gaat?
Nee, maar het vervoer moet duurzamer. Als we straks het vervoer op waterstof of met elektrische trucks kunnen realiseren, is dat ook duurzamer, maar dat kan voorlopig nog niet. Aangezien de verduurzaming op de weg te lang duurt, moeten we voor de komende tien jaar aan andere oplossingen denken. En dan speelt ook nog het chauffeurstekort.

Wat voor oplossingen zijn er?
Er zijn er meerdere. We moeten beter gebruik maken van het spoor. Neem bijvoorbeeld het wegvervoer naar Duitse steden zoals Berlijn en München. Dagelijks rijden daar zóveel vrachtwagens met versproducten achter elkaar naartoe, dat kan best gebundeld per spoor. Of denk aan de reefercontainers die vanuit Rotterdam met de binnenvaart naar het achterland worden gebracht. Er moet het nodige aan infrastructuur gebeuren en er moeten overslagpunten in het achterland worden gecreëerd. Dat kost geld en het vraagt regie vanuit de overheden.

Komt de ambitie om te verduurzamen vanuit de klanten of vanuit de keten zelf?
Vanuit beide. Grootgrutters doen veel duurzaamheidsbeloftes, maar de stapjes zijn klein. Dat geldt ook voor de handelaren in versproducten. Het heeft alles te maken met die beschikbaarheid van producten en de eis om binnen 24 uur te leveren naar de dc’s. De haast moet uit de keten worden gehaald.

Zijn er voorbeelden uit andere sectoren te noemen waar het transport duurzamer is geworden?
De bouwlogistiek in binnensteden. Daar zie je dat er nu meer wordt geprobeerd om materiaal via de binnenvaart aan te voeren. Ook worden materialen vaker gebundeld vervoerd. De gedachte dat de bouwplaats alleen met grote vrachtwagens te beleveren was, is daar losgelaten. Dat is deels ook onder dwang van de overheid gebeurd. In de verslogistiek ontstaat die druk ook, en dat leidt snel tot nieuwe concepten.

Waar moet op worden ingezet in het meerjarige investeringsprogramma dat u voor ogen heeft?
Allereerst op het spoor. Denk aan automatische wagonkoppelingen en capaciteit. Het spoor moet qua doorlooptijd kunnen concurreren met het wegvervoer. Ten tweede moeten we inzetten op het verplaatsen van reefercontainers naar het achterland. Daar is ruimte voor nodig en wellicht ook douane- en inspectiepunten. Het zwaartepunt van de investeringen ligt bij het bedrijfsleven, maar ook de overheid en de Europese Unie moeten hierin mee.

Hoe ziet het kostenplaatje eruit?
Het gaat om miljarden. Alleen al die spooraanpassingen komen op honderden miljoenen. Ik denk wel aan een samenhangend pakket. Wat investeren we in de verduurzaming van wegvervoer? Waar komen de knooppunten voor de binnenvaart? Hoe komen we tot innovatie in rail? Alles bij elkaar is het dus wel een paar miljard.

Zijn er al praktijkvoorbeelden te noemen van duurzaam vervoer van versproducten?
Je ziet op meerdere plekken initiatieven ontstaan. Denk aan de trein die vanuit Rotterdam rijdt naar Coop-supermarkten in Denemarken. Of de fooddistributie in Amsterdam waarbij fietskoeriers de last mile pakken. Of Ahold en Jumbo die boodschappen bezorgen bij de klant met e-trucks. Iedereen wéét dat er over tien jaar stappen moeten zijn gezet en er ontstaan meer en meer voorbeelden. Die CO2-footprint moet nu eenmaal omlaag, dat besef is er alvast.

De verduurzaming moet niet alleen in Nederland gebeuren. Hoe krijg je Europa en de rest van de wereld mee?
De versketens zijn internationaal. Twee derde van alle voedsel komt van buiten Europa. Verduurzaming is een Europees vraagstuk. Nederland loopt enigszins voorop, maar het belangrijkst is het besef dat binnen 24 uur leveren niet meer houdbaar is.

Meer weten over dit onderwerp? Paul Bleumink is spreker op het Agri en Food Logistiek Congres 2022 van Nieuwsblad Transport op 21 april in Breda.


Dit is een artikel van Rieneke Kok voor Nieuwsblad Transport.

Verduurzamingsproject Grote Oogst

Ondernemersorganisatie VNO-NCW Brabant-Zeeland krijgt 255.000 euro subsidie van de provincie Brabant als strategisch partner in lokale verduurzamingsprocessen op 4 bedrijventerreinen in de provincie, onderdeel van project Grote Oogst.

In dit project werkt Noord-Brabant samen met haar partners op een integrale en gebiedsgerichte manier aan de verduurzaming van 13 bedrijven(terreinen). Op die manier werkt zij aan een toekomstbestendige economie, het behalen van de klimaatdoelstellingen en het invullen van de opgaven uit de Brabantse Omgevingsvisie.

Collectieve oplossingen
Het gaat hier om Haven- en Industrieterrein Moerdijk en de bedrijventerreinen Vosdonk in Etten-Leur, De Dubbelen/Amert in Veghel (Meierijstad) en De Hurk in Eindhoven. Deze 4 bedrijventerreinen zijn samen met 9 anderen bedrijventerreinen onderdeel van het project Grote Oogst. Met behulp van deze subsidie organiseert VNO-NCW Brabant-Zeeland samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden om collectieve oplossingen te realiseren op het gebied van energie, circulaire economie, klimaatadaptatie en stikstof. De inzet is om zo snel mogelijk aan concrete oplossingen te werken.

Gedeputeerde Ronnes van Ruimte en Wonen: “Als provincie stimuleren we, geven we richting en maken we mogelijk. Maar complexe zaken als slimme verduurzaming van bedrijventerreinen doen en kunnen we niet alleen. Voor het succes van Grote Oogst is het van groot belang dat vele betrokken partners van de bedrijventerreinen samenwerken zoals lokale overheden en parkmanagement maar ook waterschappen en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij BOM. In zo’n proces heb je kartrekkers nodig en met een organisatie als VNO-NCW krijg je bovendien een goede balans in de aanpak.”

Eric van Schagen, voorzitter van VNO-NCW Brabant Zeeland: “Als bedrijfsleven erkennen we dat ondernemen alleen nog op een duurzame manier kan. Ondernemers nemen daarvoor hun verantwoordelijkheid. We zien grote winst in collectieve oplossingen op het niveau van bedrijventerreinen. Dat vraagt om samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden. Juist daarom hebben we VNO-NCW Co-creatie opgericht om dit mogelijk te maken. Inmiddels zijn we op zo’n tien bedrijventerreinen aan de slag, waaronder de Grote Oogst terreinen. Het is mooi om te zien dat dit al tot concrete resultaten leidt!”

Volledig op groene energie produceren
Robert-Jan ter Morsche, Regulatory Affairs Director Europe bij Ardagh Group: “Bij Ardagh Group is het doel om volledig op groene energie te produceren. Dat betekent een elektrificatie strategy met groene elektriciteit en inzetten op groene alternatieven voor aardgas. We kopen daarvoor al deels groene elektriciteit in, maar moeten ook andere duurzame bronnen aanboren. We mogen door netcongestie niet verwachten dat het elektriciteitsnet voldoende aanbod gaat bieden. Een oplossing is om op bedrijventerreinen veel meer duurzame energie op te wekken en deze energie te bundelen en delen. Daar liggen allerlei uitdagingen. Technische uitdagingen zoals het opwekken van voldoende krachtstroom voor onze processen en de samenwerking tussen bedrijven om gezamenlijke energienetwerken te realiseren. Het is belangrijk dat bedrijven daarbij begeleid en ontzorgd worden.”

Gedeputeerde Anne-Marie Spierings van Energie, Circulaire Economie en Milieu licht toe dat op bedrijventerreinen veel bereikt kan worden als het gaat om duurzaamheid: “Op groene daken kan water opgevangen en zonne-energie opgewekt worden. Bedrijven kunnen de duurzame energie inzetten voor hun processen en helpen bij tijdelijke opslag van pieken zonne-energie. Wat afval is voor de een, kan een grondstof zijn voor de buurman. En bedrijven kunnen restwarmte leveren aan een woonwijk of de glastuinbouw. Door slim lokaal te combineren is minder transport nodig. Met dit alles gaat de uitstoot van stikstof omlaag en verbetert de luchtkwaliteit.”

Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kan de verduurzaming van bedrijventerreinen een substantiële bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie, een speerpunt uit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof. Daarom wordt er door veel verschillende partijen hard gewerkt aan de verduurzaming van bedrijventerreinen.

In totaal gaat het bij het project Grote Oogst naast de 4 eerder genoemde terreinen om Moleneind in Oss en De Rietvelden in ’s Hertogenbosch (Noordoost-Brabant). Daarnaast Hoogeind / BZOB in Helmond en Ekkersrijt in Son en Breugel (Zuidoost-Brabant). Verder Kraaiven / Vossenberg in Tilburg, Haven in Waalwijk en Loven in Tilburg (Midden-Brabant). En ten slotte Vijf Eiken in Oosterhout en Theodorushaven in Bergen op Zoom (West-Brabant). Deze terreinen kennen een grote gecombineerde opgave én de kansen om impact te realiseren. Zo zijn de geselecteerde terreinen samen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen.

Dit is een artikel van Provincie Noord-Brabant.

Provincie versnelt realisatie Smart Mobility innovatiecentrum Helmond

De provincie stelt €2,5 miljoen euro ter beschikking om samen met initiatiefnemers TNO en de gemeente Helmond de realisatie van een open innovatiecentrum voor slimme mobiliteitsoplossingen te versnellen. De investering wordt gedurende 2022 ingezet om de testinfrastructuur te realiseren waarmee nieuwe mobiliteitsoplossingen geoptimaliseerd in te richten.

Nieuwe prioriteiten: testen op systeemniveau
Nederland heeft een uitstekende reputatie opgebouwd als het gaat om slimme mobiliteitsinnovaties voor minder uitstootreductie, meer efficiency en grotere verkeersveiligheid. Het intelligent functioneren van het voertuig in zijn omgeving krijgt steeds meer aandacht van nationale en internationale beleidsmakers dan alleen het innovatieve voertuig zelf. Dat betekent ook dat onderzoek en R&D zich steeds meer op het voertuig in zijn omgeving richt: in het verkeer, in de stad, op corridors en op logistieke hubs. Om van experimenteren met slimme mobiliteit tot opschaling richting praktijk te komen moeten innovaties getoetst worden op systeemniveau. Niet alleen functioneel, maar juist ook om de maatschappelijke impact te toetsen. Ellen Lastdrager, Managing Director Traffic & Transport, TNO: “Onze ambitie is om met het open innovatiecentrum vruchtbare grond te bieden aan bekende en nieuwe partners in innovatie-ecosystemen. Die ecosystemen gaan een stap verder zodat we samen de toekomstige systemische mobiliteitsuitdagingen bij de horens kunnen vatten én daarmee tegelijkertijd de economische slagkracht van Nederland en die van zuidoost Brabant in het bijzonder kunnen vergroten. De uitdaging én kans ligt daarbij in het verbinden van de traditionele automotive industrie met de ICT sector en nationale en regionale overheden.”

Gedeelde R&D zorgt voor slagkracht
Om die ambitie te kunnen verwezenlijken zijn breed toegankelijke state-of-the-art onderzoeksfaciliteiten en nieuwe innovatieve manieren van samenwerken nodig. Op deze manier gedeelde R&D biedt het voordeel om kennisontwikkeling en implementatie in de dagelijkse praktijk te versnellen en verlaagt bovendien de drempel voor het MKB om met innovatie aan de slag te gaan. Martijn van Gruijthuijsen, gedeputeerde Economie Provincie Noord Brabant: “Een open innovatie centrum is van cruciaal belang om de technologie rondom autonoom rijden door te ontwikkelen en creëert economische kansen voor het Brabantse MKB, de regio, en het verdienvermogen van Nederland.”

Fysieke testfaciliteiten maken Helmond de perfecte thuisbasis
Het testen van mobiliteitsoplossingen op systeemniveau vergt uitgebreide R&D infrastructuur. Vaak betreft het complexe systemen, die over verschillende waardeketens lopen (automotive, ICT, fysieke infrastructuur, verkeersmanagement), wat veiligheidsbeoordeling en implementatie ingewikkeld maakt. Een nauwe koppeling tussen virtuele modellen, en fysieke testomgevingen is nodig om de effecten over de keten te kunnen beoordelen en voorspellen. In en rondom de Automotive campus in Helmond is die infrastructuur reeds aanwezig, zoals bijvoorbeeld de A270; een kilometerslange real life testomgeving uitgerust met camera’s, transponders en wifibakens, en kruispunten met intelligente verkeerslichten.

“Een open innovatie centrum draagt bij aan het nog breder en dieper wortelen van het automotive innovatie ecosysteem in de regio en het versterken van de competitiviteit van de mobiliteitssector in Nederland. Helmond als broedplaats is een logische keuze gezien de volop aanwezige test- en demonstratiefaciliteiten op de openbare weg.”
Elly Blanksma, Burgemeester Helmond.

Blik vooruit: next steps
Om de bestaande testfaciliteiten te transformeren tot een breed gedeeld open innovatiecentrum zijn er samen met de partners reeds een aantal vervolgstappen gedefinieerd.
1. Aanpassing van het exploitatiemodel waarbij het instrumentarium ten dienste komt te staan van innovatieprojecten en programmatische samenwerkingen binnen innovatie-ecosystemen, met hierin bijzondere aandacht voor MKB en onderwijs.
2. Positionering, waarbij wordt gekeken naar de inbedding van het centrum in het bestaande innovatielandschap om het onderscheidend vermogen en toegevoegde waarde met het oog op de innovatie- en R&D agenda’s te borgen.
3. Aanpassing en vernieuwing van het instrumentarium gekoppeld aan nationale R&D-agenda’s met de programma’s resulterend uit de R&D-mobiliteitsregeling, Groeifonds Digitale infrastructuur voor Toekomstbestendige Mobiliteit en het Smart Transport Delta Plan.
4. Passende huisvesting

Neem voor meer informatie contact op met Provincie versnelt realisatie Smart Mobility innovatiecentrum Helmond via 073-6812812 of het contactformulier.


Dit is een artikel van Provincie Noord-Brabant.

Wegtransport gaat meters maken met schone waterstof

Na de introductie van HyTrucks in het voorjaar van 2020 en de bekendmaking van de ambitie om in 2025 minimaal 1000 vrachtwagens in Nederland, België en West-Duitsland op waterstof te laten rijden hebben steeds meer partijen te kennen geven aan te willen sluiten op dit initiatief en samen te willen werken aan vrachtvervoer op basis van waterstof. Het initiatief van Air Liquide en de Haven van Rotterdam, is inmiddels uitgebreid naar meer dan 60 partijen in drie landen, en wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen de havens van Rotterdam, Antwerpen en Duisburg. Het gaat hier om waterstofleveranciers, truckproducenten, exploitanten van tankstations, vervoerders en verladers. Nog steeds komen er partijen bij die graag mee willen doen.

Een belangrijke stap naar zero emissie transport
Naast elektrificatie en andere bestaande alternatieven is schone waterstof nodig in de energiemix om het zware wegtransport emissie-loos te laten plaatsvinden. Met de ontwikkelingen op het gebied van zowel de trucks als het netwerk wordt het mogelijk om lange afstanden af te leggen met een truck die rijdt op waterstof. Hiermee wordt het behalen van de Europese klimaatdoelstellingen, en het invoeren en handhaven van zero emissie zones in steden haalbaar. De transitie naar volledig groene waterstof is hierbij een belangrijke voorwaarde waar, dankzij beleidsvoering en ondersteuning vanuit de overheid, gezamenlijk naartoe gewerkt wordt.

“De transitie naar zero emissie transport is een van de grote opgaven waar de transport sector voor staat. Naast het feit dat Vos Logistics al jaren lang intensief werkt aan het terugdringen van emissies zal de sector als geheel hier nu ook echt toe over moeten gaan. De toepassing van waterstof speelt hierin, naast batterij-elektrisch, een belangrijke rol. Vanuit onze ervaring met de inzet van LNG, 12 jaar geleden, weten we dat de inzet van een compleet nieuwe brandstof als waterstof complex is. Door die ervaring hebben we geleerd dat we deze ambitie alleen kunnen realiseren door intensief samen te werken met alle betrokken partijen in de keten. Dat is onze drijfveer om deel te nemen aan Hytrucks.”
Frank Verhoeven, CEO, Vos Logistics

HyTrucks is een van de grootste projecten in Europa voor de ontwikkeling van vrachtwagens op waterstof en de daarbij horende infrastructuur. Het project zorgt voor verbetering van de luchtkwaliteit en een vermindering van de CO2-uitstoot van naar schatting meer dan 100.000 ton, het equivalent van 110 miljoen vrachtwagenkilometers. 

Zonder netwerk geen transport
Het tanken van waterstof is feitelijk niet nieuw. Vanuit diverse locaties in het land rijden al bussen en personenauto’s, taxi’s en ook enkele trucks op waterstof in Nederland. Belangrijk voor trucks is de snelheid waarmee getankt kan worden bij een grote hoeveelheid waterstof. Een truck verbruikt nu eenmaal meer dan een personenauto en truckrijders hebben strakke leverschema’s. Daarnaast kunnen trucks niet altijd op dezelfde plek tanken, omdat ze geen vaste routes afleggen vanuit één centraal punt.

Een goed en gedegen waterstof netwerk is essentieel om de inzet van waterstof in het zware wegtransport succesvol te maken voor bovengenoemde partijen. Ook op dit gebied zijn nu met HyTrucks een aantal cruciale stappen gezet om waterstof op de kaart te zetten waaronder zo’n vijfentwintig waterstoftankstations langs de belangrijkste transportcorridors tussen Nederland, België en het Ruhrgebied in Duitsland. Hiermee wordt waterstof een goed en serieus alternatief voor transporteurs. De Europese standaardisatie en de samenwerking met andere internationale truck-projecten, gaan het mogelijk maken om dit op grote schaal uit te rollen en niet te beperken tot Nederland, België en Duitsland.

Stijgende vraag naar duurzaam transport
De vraag naar duurzaam transport en de inzet van waterstof groeit gestaag en de verwachting is dan ook dat de eerste trucks op waterstof in dit project in 2024 onderweg zijn. Ook grote verladers zoals bijvoorbeeld Albert Heijn hebben aangegeven de eerste concrete stappen te willen zetten om deze ambitie waar te maken. Dit bedrijf heeft al veel gedaan op het gebied van elektrisch rijden, en blijft dat doen, maar ziet ook heil in trucks op waterstof en zal deze optie gaan verkennen. Albert Heijn is niet het enige bedrijf dat zich hierop actief oriënteert.

“Albert Heijn is vastbesloten om snel grote stappen te zetten richting Zero Emissie transport. De afgelopen jaren hebben we vanuit die ambitie de Batterij Elektrische trucks intensief getest. We zijn positief over de toekomst van batterij-elektrisch transport, tegelijk zijn we vastbesloten om alweer verdergaande technische mogelijkheden te onderzoeken. Nu er werkbare oplossingen komen voor brandstofcellen op basis van groene waterstof is Albert Heijn dan ook zeer geïnteresseerd om hiermee te testen in ons intensieve 24/7 distributieproces. Waterstof kan een goede een oplossing zijn voor dit intensieve vervoer.”
Peter Leegstraten, Manager Transport Expertise, Albert Heijn

Er zullen dus naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren steeds vaker trucks op waterstof de winkels en logistieke centra van bekende merken bevoorraden. 

Unieke samenwerking
Om de doelstelling van HyTrucks te behalen van 1000 waterstof trucks op de weg in 2025, werken veel bedrijven intensief samen en worden bedrijfsbelangen in het licht van de klimaatdoelstellingen opzij gezet. Dit is een uniek samenwerkingsverband, dat het mogelijk moet maken om snel en gedegen op te schalen. Vanuit Europa worden dit soort samenwerkingen om de klimaatdoelstellingen te behalen toegejuicht en ondersteund. Alle ingrediënten om de ambitieuze doelstelling te behalen zijn voorhanden. Gezamenlijk zorgen we ervoor dat het succesvol wordt.

“Onze deelname aan HyTrucks komt voort vanuit het maatschappelijk verantwoord ondernemen dat wij als familiebedrijf hoog in het vaandel hebben staan. Het gebruik van groene waterstof als brandstof voor onze vrachtwagens is voor ons de weg naar een emissie-loos transport.”
Ruud Jongeneel, Algemeen Directeur Jongeneel Transport

Wat houdt het project HyTrucks in?
De partners van het HyTrucks project hebben als missie om zwaar wegvervoer in Europa te decarboniseren door middel van schone waterstof. Dit vanuit de visie dat zwaar wegtransport operationeel en financieel haalbaar gemaakt moet worden voor transport ondernemingen door middel van een gefocust maar grootschalig kick-start project.

De partners van het HyTrucks project gaan daarom voor:
• De uitrol van een netwerk van 25 waterstof tankstations voor zwaar wegvervoer langsheen de belangrijkste Europese TEN-T corridors in Nederland, België en Duitsland
De bouw van 1.000 trucks op waterstof
De inzet van deze trucks en tankstation in normale commerciële operaties vanaf 2024
De productie van 40 ton schone waterstof per dag om uit te leveren aan de waterstof tankstations.
Een netwerk van waterstof tankstations waarbij alle trucks op alle stations kunnen tanken

Het resultaat waar alle partijen naar streven, door aan dit project mee te doen: 
Deze eerste 1.000 trucks binnen het project vertegenwoordigen een vermindering van de CO2 uitstoot met 120.000 ton per jaar. In Europa rijden in totaal ongeveer 6,1 miljoen vrachtwagens rond, voor zwaar wegvervoer over langere afstanden. Indien deze op waterstof gaan rijden, wordt daarmee een reductie van CO2 uitstoot bereikt van 732 miljoen ton per jaar.

De eerste 1.000 trucks vertegenwoordigen een vermindering van het dieselverbruik met 37 miljoen liter diesel per jaar. Als alle 6,1 miljoen trucks niet meer op diesel zouden rijden, maar op waterstof, dan wordt hiermee een vermindering van het dieselverbruik in Europa bewerkstelligd van 227 miljard liter diesel op jaarbasis.

Daar doen we het voor!


Dit is een artikel van Vos Logistics.

Hoe verzamel je data op de juiste manier?

Data Structuur: Starten bij de Basis

Is mijn data al klaar voor analyse? 
Vaak horen we dat (big) data de olie van de 21ste eeuw is. Hierdoor kun je het gevoel krijgen dat je blindelings alle data moet gaan verzamelen die je mogelijk zou kunnen verzamelen. Echter is dit niet in alle gevallen nuttig. Stel jezelf een bedrijf voor dat de afgelopen 10 jaar veel klantgegevens heeft verzameld en deze wil analyseren. Een eerste stap hierin zou een gesprek met een data analist kunnen zijn. Het bedrijf vertelt de analist dat ze al flink veel data verzameld hebben, dus dat het waarschijnlijk gemakkelijk zou moeten zijn om veel interessante inzichten uit de data te halen. Echter, wanneer de analist naar de beschikbare data kijkt, is de kans groot dat hij/zij zal zeggen: “Ik heb eerst een paar maanden nodig voordat we tot de gewenste inzichten kunnen komen, want jouw data is nog niet schoon genoeg voor analyse”. 

Hoe kan deze blogreeks me helpen mijn data bruikbaar te maken voor analyse?
Deze reeks blogspost zal je helpen begrijpen waarom het langer kan duren dan verwacht om zinvolle inzichten te halen uit jouw bedrijfsgegevens en wat je als MKB’er kunt doen om jouw data op de juiste manier te prepareren zodat het analyseren ervan makkelijker wordt. Zodra je het concept van schone en gestructureerde data begrijpt, kun je je eigen data gaan verbeteren. Na het opschonen en structureren van je data, is je data klaar voor exploratie en analyse!

Bruikbare data in 3 stappen
In deze blogreeks worden de volgende stappen uitgelegd, gevolgd door enkele voorbeelden en vragen die je kunnen ondersteunen bij het opschonen van je eigen data:
1. Data verzameling: Welke data moet je verzamelen? (als je dat nog niet hebt gedaan)
2. Verzamelen van de juiste data: Hoe verzamel je de juiste data?
 Gestructureerde data
 Schone data
 Relationele database
3. Data voorbereiden voor verdere analyse

Wil je met jouw bedrijf aan de slag om meer datagedreven te worden?
Mocht jij al veel data verzameld hebben en graag te weten komen hoe een data scientist tegen jouw data aankijkt? Stuur JADS MKB Datalab dan even een berichtje en dan plannen wij samen een kennismakingsgesprek in. Tijdens te kennismaking kijken we samen wat jullie ambitie is en of die past bij de data die jullie momenteel al beschikbaar hebben.

Dit is een artikel van JADS MKB Datalab.

Een statushouder in dienst nemen 

Zoek je vrachtwagenchauffeurs? Kraanmachinisten? Logistiek medewerkers? Statushouders staan klaar om bij jou te beginnen! Hebben ze nog een cursus, training of rijopleiding nodig? Die betaalt Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL)! We hebben de geschikte kandidaten al voor je geselecteerd.

Al aan statushouders gedacht? Neem ze in dienst!
Samen met gemeenten begeleidt STL statushouders naar een baan in de sector. We hebben de ambitie om vele statushouders aan een baan en een opleiding te helpen. Daarmee helpen we ook tientallen ondernemers om goede, gemotiveerde medewerkers in dienst te nemen, onder prettige voorwaarden Een win-winsituatie dus.

Wat zijn de voordelen als je een statushouder in dienst neemt?
• Je hoeft geen kandidaten te selecteren en te testen; dat doen wij voor je. 
• Je haalt gemotiveerde nieuwe medewerkers binnen. 
• Je betaalt géén wervings- en selectiekosten. 
• Je hebt geen financiële investeringen. 
• Je hebt geen kosten voor de (rij)opleiding en trainingen. 
• Je hebt geen omkijken naar het opleiden van je nieuwe medewerker; wij helpen de statushouder bij de inschrijving en bieden begeleiding tijdens de opleiding. 
• Je levert een maatschappelijke bijdrage én vergroot de diversiteit binnen jouw bedrijf.

100% subsidie op de opleiding 
STL zorgt voor de selectie van geschikte statushouders. We testen of ze de juiste vaardigheden hebben om de werkzaamheden in jouw bedrijf te verrichten. We kijken daarbij ook naar hun taalvaardigheid, intelligentie en rijvaardigheid. 

Als een kandidaat een (aanvullende) opleiding of extra taallessen nodig heeft, dan organiseren wij dat. Wij vergoeden die opleidingen, cursussen en de eventuele taallessen voor 100%. Ook als er een rijopleiding nodig is voor het werk als vrachtwagenchauffeur of koerier, dan geldt een 100% vergoeding. Een subsidie van het Europees Sociaal Fonds (ESF) stelt ons daartoe in staat. 

Statushouders in dienst nemen. Zo werkt het! 
• Meld jouw bedrijf aan op de website van STL. Hier vind je ook meer informatie over het traject. We nemen daarna contact met je op. 
• Elke kandidaat wordt door STL getest op vaardigheden en motivatie. Je hebt vervolgens ook zelf een kennismaking en (sollicitatie)gesprek met de kandidaat. Dan kun je beoordelen of er een match is. Je beslist dan of je de kandidaat in dienst neemt. 
• Vóórdat de statushouder bij jou aan de slag gaat, teken je een contract voor een aanstelling van minimaal 1 jaar (bij 32 uur per week), of voor minimaal 2 jaar (bij 24 uur per week). De statushouder heeft dan een dienstbetrekking bij jou. 
• De leidinggevende en ‘buddy’ van de statushouder krijgen een training van 4 dagdelen die zij kosteloos kunnen volgen. 
• Samen met jou, de STL-loopbaanadviseur, de coach en de statushouder wordt het leerarrangement samengesteld. Dit doen we kosteloos.  
• Wordt jouw kandidaat vrachtwagenchauffeur? Of koerier? Dan treedt hij of zij eerst bij jou in dienst in een andere functie (bijvoorbeeld als magazijnmedewerker of bijrijder). Zodra de rijopleiding (B, C, of CE) is afgerond, kan jouw nieuwe medewerker zelfstandig de weg op.  
• De ESF-subsidie wordt niet aan jouw bedrijf uitgekeerd. De subsidie is bedoeld voor de opleiding en loopbaanbegeleiding van de statushouder en het vergoeden van verleturen. Je kunt de subsidie dus niet achteraf verhalen op de statushouder. 
• Het in dienst nemen van statushouders is mogelijk voor alle SOOB-bedrijven. 

Volledig ontzorgd én prima begeleiding 
We ontzorgen je zo veel mogelijk. Als een statushouder bij jou aan het werk gaat en onder werktijd een opleiding volgt, dan vergoeden wij deze ‘verleturen’. Je kunt ze bij ons declareren tot € 12,95 per verloren werkuur.  

De training voor de leidinggevende en de buddy zorgt ervoor dat je statushouders op een prettige manier aan boord haalt. Statushouders kunnen zich dan sneller aanpassen aan de werkcultuur. De training levert ook extra draagvlak op onder de collega’s op de werkvloer. Dat is een belangrijk onderwerp als je statushouders aanneemt.  

Informatiebijeenkomst statushouders opleiden
Wil je meer informatie over de subsidiemogelijkheden voor het opleiden van statushouders en het traject? Meld je hier aan voor één van onze informatiebijeenkomsten op 28 april, 12 mei en 31 mei.

Dit is een artikel van STL.

Basis Data Infrastructuur voor goederenvervoer en logistiek steeds dichterbij

De Basis Data Infrastructuur (BDI) moet het fundament leggen voor volledige digitalisering en naadloos data delen in het multimodale goederenvervoer. En voor een toekomstbestendige digitale infrastructuur die zorgt dat vlot, veilig en duurzaam goederenvervoer mogelijk is in Nederland. Maar wat is de BDI precies? En welke stappen worden er door de Topsector Logistiek en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gezet? Een korte update.

Digitalisering en data delen zijn ‘hot’. Iedereen praat erover. Veel partijen zijn ermee bezig. Ook het kabinet heeft behoorlijke ambities op dit onderwerp. Het coalitieakkoord stelt dat de huidige digitale revolutie geweldige kansen biedt voor samenleving en economie. Kansen die benut kunnen worden met een hoogstaande digitale infrastructuur. Die overtuiging hebben vele partijen binnen het domein van goederenvervoer en logistiek al jaren.

De Digitale Transport Strategie goederenvervoer is juist op die leest geschoeid: volledige digitalisering en naadloos data delen in het multimodale goederenvervoer en een toekomstbestendige digitale infrastructuur voor een vlot, veilig en duurzaam goederenvervoer in Nederland. De Basis Data Infrastructuur (BDI) moet het fundament hiervoor leggen. De afgelopen twee jaar is onder de motorkap behoorlijk hard gewerkt. Wat is die BDI eigenlijk? Hoe staat het er momenteel mee? Welke stappen worden er door de Topsector Logistiek en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) gezet? Een korte update.

BDI als afsprakenstelsel
De BDI is een federatieve, voor iedereen toegankelijke en neutrale digitale infrastructuurvoorziening. Géén nieuw, centraal (overheids-)IT-systeem, maar een ‘netwerk van platformen’. Van bestaande en nieuwe, van markt en overheid. Die platformen worden verbonden via een afsprakenstelsel. Dat stelsel bevat de spelregels waar je je als deelnemer aan dient te houden om mee te mogen doen. Denk hierbij aan verschillende rechten en plichten, afspraken over processen, normenkaders en een stukje architectuur met standaarden en techniek die je dient te gebruiken. Wanneer je als bedrijf of overheid hieraan voldoet, kun je op de BDI je data aan anderen beschikbaar stellen en data bij anderen raadplegen.

Datasoevereiniteit en semantische technologie
Veel bestaande federatieve afsprakenstelsels gaan uit van berichtenverkeer. Dat heeft allerlei nadelen, zeker in complexe en dynamische logistieke ketens. Informatie is heel snel achterhaald en het kost veel moeite (telefoon, e-mail, nieuwe berichten) om ketenpartners updates te sturen. Veel makkelijker is het om partijen inzage te geven in de data bij de bron. Op het moment dat het nodig is. De eigenaar van de data bepaalt wie welke data mag raadplegen (datasoevereiniteit), wanneer en waarom. Denk alleen al aan het moment waarop een zeecontainer wordt vrijgegeven in de Rotterdamse haven. Bij deze informatie hebben heel veel ketenpartners belang. Iedereen toegang geven tot de brondata is vele malen efficiënter dan elkaar continu berichten sturen over gewijzigde tijdstippen.

Een toekomstbestendige en schaalbare digitale infrastructuur in het multimodaal goederenvervoer, die gebaseerd is op deze datasoevereiniteit kan niet anders werken dan met zogenaamde ‘semantische technologie’ en ‘linked data’. In de huidige situatie hebben systemen en platformen in het weg- en spoorvervoer en de binnen- en zeevaart elk hun eigen digitale taal en structuur (standaarden, syntaxen, datamodellen) die zijn gebaseerd op het delen van platte tekst. Systemen in bijvoorbeeld wegvervoer en binnenvaart kunnen uit deze tekst geen relaties tussen de data leggen en daar betekenis uit ontlenen. Dit hebben ze wel nodig om bijvoorbeeld het moment van vrijgave van een zeecontainer en de beschikbare capaciteit op een binnenvaartschip bij elkaar te brengen. Om door die situatie heen te breken, dient data als semantische datasets via een ontologie ontsloten te worden. Data delen via één gemeenschappelijke digitale taal en ‘links’ naar de bron van de data, zodat deze via query’s gecombineerd kan worden tot nieuwe informatie. Tot voor kort was er géén semantisch model voor het multimodaal goederenvervoer beschikbaar. Het Europese consortium FEDeRATED heeft, onder leiding van Nederland, een eerste versie ontwikkeld dat toepassing krijgt in de Nederlandse BDI.

BDI en iSHARE
Een semantisch model is slechts één van de componenten van een federatieve digitale infrastructuur als de BDI. Je moet immers als data-eigenaar ook toegang verlenen tot de data. Dat doe je niet zomaar: digitaal vertrouwen realiseren is lastig. Want, hoe controleer je digitaal de identiteit van een systeem of medewerker achter die computer? Hoe authentiseer je gebruiker en controleer je of een bedrijf geautoriseerd is om jouw data te mogen raadplegen? Hiervoor is de afgelopen jaren door de Topsector Logistiek en het ministerie van IenW iSHARE ontwikkeld. iSHARE brengt datasoevereiniteit in de praktijk door de eigenaar van de data in staat te stellen via identificatie, authenticatie en autorisaties partijen tot op data-elementniveau toegang te geven. Bovendien maakt iSHARE iets heel belangrijks in de logistiek mogelijk: delegatie van autorisatie aan subcontractors. Bijvoorbeeld: een chauffeur in dienst van een transportbedrijf dat een opdracht van een ander transportbedrijf overneemt moet weten hoeveel pallets hij moet laden en hoe zwaar ze zijn. De chauffeur hoeft niet te weten welke goederen het betreft, wat de kosten zijn, wie de eindklant is enzovoorts. iSHARE is hiermee een belangrijke basiscomponent van de BDI, maar is niet de volledige BDI.

De BDI-node en twee wegen naar het digitale Rome
De BDI brengt verschillende componenten van een digitale infrastructuur samen:
• componenten op het gebied van de digitale taal: semantisch model, data transformatie en support op bestaande standaarden.
• componenten op het gebied van toegang en identiteit: identificatie, authenticatie, autorisatie.
• componenten op het gebied van vindbaarheid van data: zoekfuncties, index, serviceregister.

Een aantal van deze componenten worden samengebracht in een ‘BDI-node’, een soort stekkerdoos. Iedereen die data wil delen via de BDI, dient deze node in haar eigen systemen te implementeren. Dit kan door de stekkerdoos als het ware op de kast van de computer te zetten. Dat kan eenvoudig en op meerdere manieren.

Het ministerie van IenW werkt allereerst de komende tijd met de Douane, mainports en hun Port Community Systemen aan een aantal eerste toepassingen van de BDI-node in een aantal mainport-achterlandketens. De focus ligt daarbij op data delen tussen overheden onderling en tussen bedrijven en de overheid. Daarbij gaat het om de federatieve koppeling van een aantal grote platformen. Tegelijkertijd werkt de Topsector Logistiek aan het opstarten van zoveel mogelijk use cases, waarbij bedrijven de voordelen van federatief data delen kunnen ervaren. Bijvoorbeeld cases voor afleverprofielen voor winkeldistributie en de import van melk uit het Verenigd Koninkrijk. Beide wegen leiden tot veel leerervaringen over de toepassing van de BDI-node in specifieke cases, maar ook tot nuttige inzichten in hoe de BDI-node verder kan worden verbeterd. De Topsector Logistiek start binnenkort een Adoptie Support Team om als tweede- en derdelijns helpdesk partijen te ondersteunen bij hun start met federatief data delen via de BDI.

In 2022 en 2023: op naar werkende toepassingen en beheer
De Topsector Logistiek, de Logistieke Alliantie en het ministerie van IenW hanteren in het Platform Digitaal Transport een gecoördineerde aanpak bij het realiseren van een digitale transitie in het bedrijfsleven. De gezamenlijke strategie is gericht op het werkend krijgen van zoveel mogelijk toepassingen van data delen via de BDI. Of het nu gaat om het innen van havengelden in binnenhavens, afleverprofielen voor bouw en supermarktdistributie of de import van zuivel uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland, het gaat erom bedrijven daadwerkelijk de eerdergenoemde kansen van digitalisering te laten verzilveren. Niet in losse projecten en pilots, maar via structurele toepassingen. Voor de juiste borging zal in nauw overleg met onder andere iSHARE en de Stichting Uniforme Transport Code een eerste publiek-private beheerorganisatie voor het afsprakenstelsel van de BDI worden opgestart. Het gaat er de komende tijd echter ook om actuele en bepalende Europese trajecten op het gebied van data delen te voorzien van werkende praktijkervaringen. Want, er zijn nog geen federatieve infrastructuurvoorzieningen voor logistiek in Europa verder dan de conceptuele R&D-fase. De BDI gaat daar verandering in brengen.


Dit is een artikel van Topsector Logistiek.

MIT: R&D-samenwerkingsprojecten Artificiële Intelligentie (AI)

Werkt u met andere mkb’ers samen om producten, productieprocessen of diensten te ontwikkelen of vernieuwen en wilt u bijdragen aan de ontwikkeling van de digitale sleuteltechnologie Artificiële Intelligentie (AI)? U kunt dan een aanvraag indienen voor een R&D-samenwerkingsproject op het thema AI. Zo stimuleert de overheid innovatie.

Er is een digitale transformatie gaande in de samenleving en economie, onder andere als gevolg van AI. Mkb’ers hebben vaak niet voldoende actuele kennis en kunde op het gebied van AI in huis om de mogelijkheden ervan te benutten. Daarbij komt dat AI zelf ook nog sterk in ontwikkeling is. De tender MIT R&D-samenwerkingsprojecten op het thema AI ondersteunt deze ontwikkeling en draagt bij aan een sterke kennis- en innovatiebasis op het gebied van AI voor het mkb.

Budget
Het totaal beschikbare budget is € 2,9 miljoen.

Voorwaarden
U kunt voor het thema AI subsidie aanvragen voor een klein of een groot samenwerkingsproject. De algemene voorwaarden zijn gelijk aan de generieke voorwaarden MIT R&D samenwerkingsprojecten.

Thema AI
AI verwijst naar systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met een zekere mate van zelfstandigheid – actie te ondernemen om specifieke doelen te bereiken (definitie van de Europese Commissie).
• In bijlage 3.4.1 paragraaf 5.a (Digital Technologies: Artificiële Intelligentie) staan de thema’s waarop projecten in het kader van de MIT zich kunnen richten. Om voor subsidie in aanmerking te komen, draagt het project bij aan de generieke ontwikkeling van AI door de inzet van ‘machine learning’ waaronder ‘supervised learning’ (gesuperviseerd leren), ‘unsupervised learning’ (ongesuperviseerd leren) en ‘reinforcement learning’ (bekrachtigingsleren).
• Daarnaast moet de aanpak van het project oog hebben voor betrouwbare en mensgerichte AI. Betrokkenen bij de AI toepassing (bijvoorbeeld burgers en/of werknemers) worden zoveel mogelijk betrokken in het maken van keuzes over de ontwikkeling en het gebruik.
• Het project biedt verder een aantoonbaar nieuwe oplossing voor één of meerdere toepassingsgebieden van de Nederlandse AI Coalitie (NL AIC). De NL AIC is een samenwerkingsverband dat gericht is op het ontwikkelen van kennis en innovatie over AI.
Lees meer over NL AIC en de toepassingsgebieden.

Alle informatie en aanvragen
Ga naar de website van RVO voor alle informatie. U kunt MIT R&D-samenwerkingsprojecten AI aanvragen vanaf 15 maart 2022, 9:00 uur tot en met 10 mei 2022, 17:00 uur.

Dit is een artikel van RVO.

Support International Business: om succesvol zaken te doen over de grens

U bent een ondernemer met de ambitie en capaciteit om de internationale markt op te gaan. U weet al welke buitenlandse afzetmarkt het beste bij uw product of dienst past en u ziet daar kansen. Toch heeft u nog wat handvatten nodig om tot export over te gaan. Met de subsidie Support International Business (SIB) helpt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) u om uw internationale ambities waar te maken. U kunt deze subsidie aanvragen vanaf 1 april.

Met SIB helpt RVO Nederlandse en Caribisch Nederlandse mkb-ondernemingen om duurzaam internationaal te ondernemen op voor hen nieuwe buitenlandse markten.

Internationaal zakendoen is de logische volgende stap om uw onderneming te laten groeien. Door gebruik te maken van SIB kan uw onderneming snel starten met het voorbereiden en de export naar een specifiek doelland.

Waar kunt u SIB voor gebruiken?
De subsidie van SIB kunt u voor verschillende activiteiten gebruiken.
• Vind samenwerkingspartners, investeerders of potentiële afnemers in het buitenland. Denk aan meegaan met een (digitale) handelsmissie of meedoen met een vakbeurs.
• Doe samen met een ervaringsdeskundige kennis op over juridische of fiscale zaken van het doelland.
• Laat een marktanalyse maken om te zien wie de concurrenten en mogelijke afnemers zijn in het land.
• Vergroot via trainingen of coaching uw kennis over exporteren.

Bent u al wat verder gevorderd in uw internationale ambities? Gebruik de SIB dan om met de juiste lokale partijen in contact te komen en zo uw bedrijf te positioneren en te vestigen in het doelland.

SIB ook voor de situatie Oekraïne/Rusland
Bent u als ondernemer (structureel) actief in Oekraïne of Rusland? En wordt u getroffen door de handelsbeperkingen? Ook dan kunt u gebruikmaken van SIB, met name van de SIB Alternatieve afzetmarkten Oekraïne en Rusland. Lees er meer over in het nieuwsbericht over deze SIB-subsidie.

Aanvragen
U kunt vanaf 1 april een aanvraag voor SIB indienen? Bekijk welke activiteit het beste bij uw behoefte past en vraag de subsidie aan.

Wijziging in SIB regeling
Vanaf 1 april 2022 verandert SIB van een vouchersysteem naar een subsidie. Als ondernemer krijgt u bij aanvragen vanaf 1 april 2022 dus een subsidie toegekend, mits u aan de voorwaarden voldoet. Maakte u vóór 1 april 2022 gebruik van SIB en heeft u een SIB-voucher? Dan kunt u de voucher nog binnen de geldende termijn overdragen en verzilveren.

Meer weten?
Wilt u meer informatie over de SIB-regeling? Neem contact op met de klantadviseurs. Zij helpen u graag verder.


Dit is een artikel van RVO.

Predicaat Hofleverancier voor Van Kessel

Bij de viering met het personeel van het 100-jarig bestaan van Van Kessel Olie B.V. uit Milheeze ontving op 26 maart directeur-eigenaar Joan van Kessel het predicaat ‘Hofleverancier’. Ter ere van deze eervolle onderscheiding onthulde burgemeester Van Veen het wapenschild dat hoort bij het predicaat Hofleverancier.

De basis voor het huidige bedrijf werd in 1921 gelegd door Jan van Kessel, de grootvader van de huidige eigenaar. Hij begon als vrachtrijder voor de “NV Helmondse Bouwmaterialenhandel en Kolenhandel”. In de afgelopen 100 jaar is het bedrijf van een éénpersoons lampolie en kolenhandel uitgegroeid tot een toonaangevende speler in de oliemarkt in Zuid- en West-Nederland met inmiddels zo’n 100 medewerkers, 36 tankstations en een wagenpark van 26 tankwagens.

Vanuit het hoofdkantoor in Milheeze worden brandstoffen, smeermiddelen en tankpassen geleverd aan zakelijke relaties in landbouw & loonwerk, landbouwmechanisatie, transport, grondverzet, industrie, garagebedrijven en tankstations. Daarnaast focust men op de energietransitie met diverse initiatieven voor duurzame brandstoffen, laadpleinen voor elektrische voertuigen en waterstof tankstations.

Van Kessel is het vijfde bedrijf in de gemeente Gemert-Bakel dat het recht heeft gekregen tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’.

100 jaar Van Kessel: een tijdreis doorheen de geschiedenis van het bedrijf.


Dit is een artikel van Van Kessel Olie.

Ik ben Harrie

Harrie© is de personificatie van de ideale collega-werknemer die begeleiding op de werkvloer geeft aan werknemers
met een arbeidsbeperking: Hulpvaardig; Alert; Realistisch; Rustig; Instruerend en Eerlijk.

Harrie word je niet zomaar; het moet je liggen. Het begeleiden en ondersteunen van een collega-werknemer met een arbeidsbeperking op de werkvloer heeft vaak een relatie met de dagelijkse werkzaamheden. Harrie doet bijvoorbeeld hetzelfde werk, of werkt op dezelfde afdeling. Harrie heeft en krijgt tijd om een collegawerknemer te begeleiden.
Het voordeel hiervan is dat hij of zij altijd in de buurt en een direct aanspreekpunt is. Harrie kent de werkinhoud en geeft de
collega-werknemer instructies of corrigeert.

Ook werkgevers kunnen de rol van Harrie op zich nemen, bijvoorbeeld binnen een klein bedrijf. Het is een voordeel wanneer Harrie eerder een begeleidende rol heeft vervuld, of zelf weet wat het is om een beperking te hebben (ervaringsdeskundige).
 
Ga voor meer informatie naar de website Ik ben Harrie of klik op onderstaande blauwe button voor de brochure.
 

Stappenplan aannemen van mensen uit Oekraïne

De recente asielstroom leidt niet alleen tot uitdagingen; het leidt ook tot kansen.
Wilt u ook een vluchteling in dienst nemen? Met dit stappenplan weet u binnen twee minuten of u iemand mag aannemen!

Dit Stappenplan betreft mensen uit Oekraïne, per 1 april 2022:
Een werkvergunning kan zijn: een TWV (tewerkstellingsvergunning) of een GVVA (gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid).
• De TWV is voor personen die korter dan 3 maanden in Nederland werken. Een TWV wordt afgegeven aan de werkgever. Vraag een TWV aan bij het UWV.
• Een GVVA kan zowel door de werkgever als de werknemer aangevraagd worden bij de IND. De GVVA is voor personen die langer dan 3 maanden naar Nederland komen.
• Voor sommige specifieke groepen gelden afwijkende regels.
 
Tewerkstellingsvergunning aanvragen
Dit zijn de stappen die je volgt: zie ook het algemene stappenplan als bijlage.
1. U controleert eerst of u voldoet aan de voorwaarden voor een werkvergunning.
2. U vraagt een tewerkstellingsvergunning aan op uwv.nl.
3. UWV bekijkt of uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de Wet arbeid vreemdelingen.
4. Binnen 5 weken hoort u of u voor uw werknemer een tewerkstellingsvergunning krijgt.
 

Klik op de blauwe button hieronder voor het stappenplan Werk en vluchtelingen.