Update Vijfsterren Logistiek: koers 2022-2023

Vijfsterren Logistiek gaat een nieuwe (strategische) periode in met een nieuwe voorzitter en een nieuwe programma manager om de logistiek duurzaam te verankeren in Noordoost-Brabant.

Vijfsterren Logistiek is in 2016 opgericht door de logistieke platforms uit Oss (LPO), ’s-Hertogenbosch (LPsH) en Uden-Veghel-Cuijk (LPNoB) met als doel versterking van het logistieke vestigingsklimaat in Noordoost-Brabant. Financieel ondersteund door de gemeenten Oss, ’s-Hertogenbosch, Meierijstad, Cuijk en de Rabobank.
We kijken terug op een succesvolle periode met interessante programma’s en activiteiten uitgevoerd voor de aangesloten bedrijven, partners en andere instellingen. Veel van de beoogde doelen zijn ondertussen behaald.
Actuele ontwikkelingen in de markt (schaarse arbeidsmarkt, energietransitie, digitalisering), een nieuwe strategische periode (2022-2023) en enkele personele wisselingen, zijn de aanleiding voor deze update. 

Per 1 april 2022 is er al een en ander veranderd in de organisatie; Berend Jan Schuring is afgetreden als voorzitter en opgevolgd door Roel Megens, hij vormt samen met de huidige bestuursleden Rien Geurts en Michel van Dijk, tijdelijk aangevuld met Karel de Jong, het bestuur.
Het uitvoerende team bestaat uit Nicolien Hendrickx, die de rol van Programma Manager overneemt van Pieter Keeris, Jos van Asten (financieel beheer/overall management) en Marjolein van Gaalen (communicatie).
We willen Berend Jan en Pieter enorm bedanken voor hun werk en enthousiaste inzet afgelopen jaren.

Vijfsterren Logistiek en de logistieke platforms (Oss, ’s-Hertogenbosch en Noordoost Brabant) zijn sterk met elkaar verbonden door gezamenlijke activiteiten, de gemeenschappelijke thema’s arbeidsmarkt, digitalisering en duurzaamheid, maar ook organisatorisch/bestuurlijk en financieel. En ook in de toekomst staat een optimale samenwerking tussen Vijfsterren Logistiek en (de leden van de) logistieke platforms voorop.

De komende periode zal de aangepaste koers van Vijfsterren Logistiek verder uitgewerkt worden. Het doel en de ambitie van Vijfsterren Logistiek is en blijft versterking van de logistieke sector in de regio Noordoost-Brabant. Daaraan verandert dus niets. Dit doen we op het gebied van:
• Samenwerking en kennisdeling
• Nieuwe thema’s, activiteiten, subsidies en kansen onder de aandacht te brengen
• Binnen de bestaande thema’s (arbeidsmarkt, digitalisering en duurzaamheid) de logistiek sterker te positioneren en meer trekkracht te organiseren

Rollen voor Vijfsterren Logistiek:
Aanjagen, initiëren, faciliteren, lobby (aansluiten bij bestaande lobby-activiteiten).

Uitgangspunten:
Haal en breng functie; met elkaar en voor elkaar, gedreven door ondernemers.

Voor wie is Vijfsterren Logistiek:
Werkgevers in de logistiek in Noordoost Brabant, waaronder verladers, vervoerders, logistieke dienstverleners en uitzendbureaus, die ervan overtuigd zijn dat gezamenlijk in de regio meer bereikt kan worden dan alleen.

Met wie werkt Vijfsterren Logistiek samen:
Overheden, organisaties, opleiders en onderwijsinstellingen

Waar staat Vijfsterren Logistiek voor:
Samen slimmer en sterker!

En hoe ziet dat er dan concreet uit?
• Rondom digitalisering staan de volgende events op de kalender: op 10 mei een online check-in Digitalisering (met de digitale vrachtbrief en BI & reporting als focus) en op 23 mei een bijeenkomst over de wereld van Augmented, Virtual & Mixed reality bij Enversed in Eindhoven. Daarnaast is er op 13 oktober een kijkje in de keuken bij Vetipak
• Er komt een uitbreiding van de kennistafels, ook op de thema’s verduurzaming en digitalisering
• We gaan actief in gesprek met de partners over de toekomst
• We richten een Logistics Board op waarin 2x per jaar in een andere setting over relevante onderwerpen die grenzen aan logistieke bereikbaarheid worden besproken, zoals bereikbaarheid, huisvesting van arbeidsmigranten, samenwerking met andere sectoren, ruimte voor (door)ontwikkeling van logistieke bedrijven in de regio
• We zoeken de samenwerking met Logistiekelingen, om de sector logistiek binnen onze regio het podium te geven dat het verdient en jonge mensen naar onze sector toe te trekken
• Bedrijven bezoeken en in de spotlight zetten
• Actiever contact/samenwerking zoeken met LCB, Rewin, Midpoint Brabant en Supply Chain Platform Zuidoost Brabant
• Profilering van de regio op voor logistieke bedrijven relevante thema’s
• Events en ontmoetingen
• Actuele informatie over subsidiemogelijkheden
• En nog veel meer…

Er is de afgelopen jaren al behoorlijk wat bereikt en logistiek in Noordoost Brabant heeft een positie op de diverse agenda’s. Dat die positie ook versterkt wordt of überhaupt gehandhaafd kan blijven is niet vanzelfsprekend. Toekomstgericht samenwerken en optrekken voor behoud en versterking van de logistieke sector in de regio is daarom dus essentieel.

We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen!

Toolboxen voor de transport en logistiek

Onze Toolboxen zijn interactieve online-instructies over veilig en gezond werken. Ze worden afgesloten met een toets. Met deze digitale opfriscursussen vergroot je het veiligheidsbewustzijn van je medewerkers. Bij Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL) kies je uit 39 gratis Toolboxen.

Toolboxen voor veilig en gezond werken
STL heeft de Toolboxen samen met medewerkers en werkgevers in transport en logistiek ontwikkeld. Daardoor behandelen ze heel herkenbare werksituaties. De instructies zijn bovendien makkelijk te begrijpen en voorzien van foto’s en filmpjes. Je medewerkers kunnen elke Toolbox binnen een kwartier afronden met een toets, via een smartphone, pc of tablet. Hun veiligheidskennis over het Toolbox-onderwerp is dan weer up-to-date.  

Als werkgever zie je op het online dashboard de scores van je medewerkers. Je ziet dan ook wie welke toolbox heeft gevolgd. Zo zit je er bovenop.  

Dit is een artikel van STL. Ga naar hun website voor alle informatie en het aanvragen van de toolboxen transport en logistiek.

Bijna 7 procent meer goederen over het spoor in 2021

In 2021 werd 42,6 miljoen ton goederen over het Nederlandse spoor vervoerd. Dit is 6,5 procent meer dan in 2020. De af- en aanvoer over het Nederlandse spoor nam met respectievelijk 10,1 en 9,5 procent toe. Het binnenlands vervoer en de doorvoer namen allebei af. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

In het eerste kwartaal van 2021 daalde de hoeveelheid over het spoor vervoerde goederen met 1,4 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2020. Deze daling komt onder andere door het winterse weer in februari van dat jaar, waardoor het treinverkeer grote hinder ondervond. Het vervoer over het spoor steeg in het tweede (27,3 procent) en derde kwartaal (9,7 procent). In het vierde kwartaal nam de hoeveelheid goederen weer af, met 4,9 procent ten opzichte van het vierde kwartaal in 2020. Deze daling werd deels veroorzaakt door langdurige werkzaamheden aan het spoor bij verschillende grensovergangen. Vooral de doorvoer had hier last van, en nam in het vierde kwartaal met 35,5 procent af.

Meer containers via het spoor
De hoeveelheid goederen die in containers over het spoor wordt vervoerd, bijna 44 procent van het totale gewicht, nam in 2021 met 6,7 procent toe tot 18,7 miljoen ton ten opzichte van het jaar ervoor. Het aantal vervoerde containers steeg het afgelopen jaar 9,8 procent, vergeleken met 2020.

Minder chemische producten
Na containers worden de bulkgoederen kolen en metaalerts het meest vervoerd over het Nederlandse spoor. Deze goederen worden voornamelijk naar Duitsland vervoerd, waar ze onder andere gebruikt worden in de metaalindustrie en als energievoorziening. Het vervoer van kolen (inclusief ruwe aardolie en aardgas) en metaalerts (inclusief andere delfstoffen) steeg in 2021 ten opzichte van een jaar eerder met respectievelijk 6,5 procent en 7,1 procent. De hoeveelheid vervoerde metalen, waaronder staal, steeg vorig jaar met 16,6 procent. Chemische producten werden juist minder over het spoor vervoerd (-8,4 procent).

Af- en aanvoer Duitsland
Ruim 84 procent van het totale spoorvervoer is aan- of afvoer. Hiervan worden de meeste goederen van en naar Duitsland vervoerd. In 2021 nam de goederenstroom per spoor naar Duitsland, vergeleken met een jaar eerder, met 10,1 procent toe tot 17,7 miljoen ton. Naast de toename van het vervoer van kolen en metaalertsen, steeg ook het vervoer van goederen in containers naar Duitsland (9,2 procent).

De aanvoer vanuit Duitsland naar Nederland was in 2021 met 3,9 miljoen ton gelijk aan de hoeveelheid in 2020. De aanvoer vanuit de andere belangrijkste partnerlanden steeg met 13,2 procent voor Italië en 22,8 procent voor België.

Doorvoer
Binnen de doorvoer ruim 8 procent van het totale spoorvervoer, gaan de meeste goederen van België via Nederland naar Duitsland en omgekeerd. De doorvoer van België naar Duitsland steeg in 2021 met 8,4 procent ten opzichte van het jaar daarvoor, naar 1,4 miljoen ton. Deze stijging kwam voornamelijk door goederen in containers. De hoeveelheid goederen die per spoor de andere kant op vervoerd werden, van Duitsland via Nederland naar België, daalde met 14,2 procent naar 0,9 miljoen ton. Deze daling kwam voornamelijk door minder voedings- en genotmiddelen.


Dit is een artikel van Transport & Logistiek.

Return home-regeling geldt ook voor trailers

De Europese Commissie heeft in een uitleg van de regelgeving omtrent de terugkeerverplichting voor vrachtwagens, aangegeven dat de return home-regeling ook geldt voor trailers en aanhangwagens. TLN is verbaasd dat de Europese Commissie de regelgeving uitbreidt naar getrokken materieel.

Door de nieuwe terugkeerverplichting, die begin dit jaar is ingegaan, moeten vrachtwagens elke acht weken terugkeren naar het land waar ze geregistreerd staan. Daar is in de uitwerking van de regels door de Europese Commissie ook het terugkeren van trailers en aanhangwagens aan toegevoegd. De return home vehicle (RHV) geldt dus volgens Brussel ook voor deze aanhangers.

In tegenstelling tot de eerdere Q&A’s van de EC over het Mobility Package heeft er deze keer geen consultatie plaatsgevonden van de Europese sociale partners IRU en ETF. Wel geeft de EC de mogelijkheid om voor eind juni te reageren op de concept Q&A.

Uitbreiding return home-regeling
Transport en Logistiek Nederland reageert verbaasd op de uitbreiding van de RHV voor getrokken materieel. “Trailers of aanhangwagens hebben natuurlijk geen tachograaf”, stelt een TLN-woordvoerder, “dus onduidelijk is hoe lidstaten hierop kunnen gaan handhaven.”

Voor de ondernemersorganisatie blijft de belangrijkste zorg dat de terugkeerverplichting voor de vrachtwagens in gelijke mate wordt gehandhaafd in alle lidstaten. Lidstaten kunnen controleren op overtredingen van de RHV, maar een sanctie kan alleen worden toegepast door het land waar het bedrijf is gevestigd. Dat komt omdat de terugkeerverplichting onderdeel is van de criteria voor de reële vestigingseis.

Adequate handhaving
Wanneer niet (meer) wordt voldaan aan de vestigingseis, kan de vergunning worden ingetrokken. “Zodoende kunnen er grote verschillen tussen de EU-lidstaten ontstaan, doordat sommige landen ervoor kunnen kiezen geen prioriteit te maken van de handhaving van de terugkeerplicht. Of je nu voor of tegen deze maatregel bent, de effectiviteit van de maatregel valt en staat met een adequate controle erop”, aldus de TLN-woordvoerder.

De handhaving van de RHV is onderdeel van de onderwerpen die het komende jaar op het programma staan van Trace2, een handhavings- en trainingsgids voor handhavers, ontwikkeld door Corte, IRU en de ETF in opdracht van de Europese Commissie. Trace2 moet voor meer harmonisatie van handhavingsinterpretatie gaan zorgen. TLN is als lid van IRU en Corte betrokken bij dit project.

Dit is een artikel van Transport & Logistiek.

Supply chain performance check

Het slim organiseren van de goederen- en informatiestromen is voor verladers een belangrijk onderdeel in de logistieke keten.

Knelpunten zorgen immers voor hogere kosten, een lager rendement en een lagere performance. Om jouw interne supply chain proces te kunnen toetsen, ontwikkelde evofenedex de online Supply Chain Performance Check. Het doel van deze kosteloze check is om inzicht te krijgen in de prestaties van de huidige interne supply chain processen in jouw organisatie. De check gaat in op het Supply Chain beleid in jouw organisatie en de samenwerking tussen de afdelingen: transport, inkoop, logistiek, voorraadbeheer en/of productieplanning.

Inzicht in interne supply chain
De volgende onderwerpen worden behandeld: organisatie, productintroductie, forecast, productuitfasering, inkoop, voorraadmanagement, verkoop, transport en niet-verkoopbare producten.

Kosteloze online check
De supply chain performance check is specifiek bedoeld voor supply chain managers, planning managers en/of logistiek managers. Na afloop van de online check ontvang je een terugkoppeling van de resultaten. De check is ontwikkeld door evofenedex in samenwerking met hoogleraar Jack van der Veen, evofenedex-leerstoel Supply Chain Management Nyenrode Business Universiteit.

Alles wat je moet weten over de Supply Chain Performance Check
• De online check behandelt de totale interne supply chain
• Direct inzicht in verbetermaatregelen van de interne supply chainprocessen
• Voorstel voor een efficiëntere logistieke keten en kostenbesparingen
• Mogelijkheid tot benchmark

Ga voor alle informatie en de Online Check naar de website van evofenedex.

Supply chain management ook geschikt voor mkb’ers

Supply chain management is een begrip dat je steeds vaker tegenkomt. Het klinkt chique en ingewikkeld, maar het gaat toch vaak over heel praktische en kleine verbeteringen in de samenwerking tussen mensen of systemen. Tussen verschillende disciplines binnen jouw bedrijf, of tussen jouw bedrijf en anderen.

Supply chain management is absoluut niet alleen voor grote bedrijven. Sterker nog: ik denk dat ook mkb’ers dagelijks te maken hebben met supply chain management, al noemen zij het misschien niet zo. Misschien is het bijvoorbeeld gelukt om een leverancier betere informatie te laten meesturen met de goederen en kunnen zij hun goederen daardoor sneller identificeren, inruimen en betalen. Tadaah – zie hier de supply chain gedachte: je hebt meer efficiency in het aankomsttraject, de leverancier krijgt zijn geld eerder en de klant zijn spullen. Of het nu gaat over de administratie rondom pakbonnen en vrachtbrieven, de stapeling op pallets, het managen van de voorraad of om het bieden van track-and-trace-informatie: er liggen klompen goud te wachten om gedolven te worden.

Vergelijk het eens met een estafette. Daar zijn de lopers sterk afhankelijk van elkaar. Alleen als ze rekening houden met de vorige en volgende schakel in de keten, leveren ze een topprestatie. Je hebt er zelf ook niet veel aan als je de orders goedkoop verpakt en de spullen daardoor tijdens transport beschadigd raken. En je hebt niets aan een staffelprijs die verkoop vaststelt als de klant daardoor zoveel in één keer bestelt, dat je steeds niet genoeg voorraad hebt, en extra moet rijden om een deellevering na te sturen.

Estafettelopers moeten dus niet alleen hard kunnen rennen (lees: hun eigen taak uitvoeren), maar ook heel goed op elkaar ingespeeld zijn, zodat het stokje niet valt. Als ze alleen maar heel hard kunnen rennen, kunnen ze beter sprinter worden. In de sprint zijn geen schakels in een keten. In de logistiek wel. Dus als je processen sneller wilt maken, verspilling wilt wegwerken en kwaliteit verbeteren, probeer dan altijd verder te denken dan alleen jouw eigen stokje, eh, stukje.

Dit is een artikel van evofenedex.

Voortgang Heesch West

Het bestemmingsplan Heesch West is na goedkeuring van de gemeenteraden in Bernheze, ’s-Hertogenbosch en Oss op 17 maart gepubliceerd. Hierna volgde een beroepstermijn van zes weken die eindigde op 28 april 2022.

De verwachting is dat de Raad van State de betrokken gemeenten spoedig inhoudelijk op de hoogte zal brengen van de bezwaren die zijn ingediend met daarbij de vraag om als voorbereiding op verdere behandeling een verweerschrift op te stellen. De Crisis- en herstelwet is van toepassing op de procedure van dit bestemmingsplan. Dat wil zeggen dat de Raad van State beroepschriften versneld zal behandelen. Hiervoor geldt als termijn van 6 maanden. In de praktijk wordt deze termijn vaak niet behaald. Via de nieuwsbrief houden we u op de hoogte over de verdere voortgang van de beroepsprocedure.

Moties bij vaststelling van het bestemmingsplan
Bij de vaststelling door de raden zijn verschillende moties aangenomen die verder zullen worden uitgewerkt. Zo werd een motie ingediend over het monitoren van verkeersontwikkelingen nabij Nuland. De Gemeenschappelijke Regeling betrekt deze motie niet alleen op de situatie nabij Nuland maar neemt het breder op: ook op andere locaties rond Heesch West worden ontwikkelingen gemonitord. Vooraf en tijdens de aanleg worden in afstemming met het omgevingsoverleg maatregelen en effecten ontwikkeld en actief gecommuniceerd.

Een tweede motie betrof compensatie van het groen bij de afrit Nuland. Die wordt aangepast en samen met in ieder geval Landschapsbelang Maasdonk en de landschapsarchitect. Dit krijgt in plek in de verdere ontwerpfase van het plan. Heesch West beoogt breder dan alleen voor deze locatie af te stemmen met onder meer Landschapsbelang Maasdonk en IVN over landschapsontwikkeling en -beheer.

In een derde aangenomen motie is terughoudendheid en sturing op milieucategorie 5.1 aan de orde. Het vestigen van bedrijven in milieucategorie 5.1 is niet direct mogelijk. Bij eventuele afweging worden hier strikte voorwaarden aan verbonden. Met aandacht voor de moties die bij vaststelling van het bestemmingsplan in de gemeenteraden zijn aangenomen zal terughoudend met toelating worden omgegaan en met zorgvuldige afweging van voornoemde prioritering.

Zonnepark
Aan de oostkant van het bedrijventerrein heeft de Gemeenschappelijke Regeling het voornemen een zonnepark te ontwikkelen. Dit is een zelfstandig project, los van Heesch West. Al in 2019 werd hiertegen beroep aangetekend bij de Raad van State. Dit beroep tegen de omgevingsvergunning is 20 mei behandeld en de uitspraak wordt binnen enkele weken verwacht. Bij een positief oordeel zal de ontwikkeling en realisatie verder worden aangepakt. Met lokale energiecoöperaties wordt dan afgesproken op welke wijze de omgeving verder wordt betrokken en hoe geïnteresseerden zich voor deelname in het zonnepark kunnen aanmelden.

Natuurmitigatie
Vooraf aan de werkzaamheden voor het bedrijventerrein moet worden geregeld dat Heesch West passende maatregelen neemt voor beschermde soorten in het gebied. In dit kader vinden en vinden er uitgebreide ecologische inventarisaties plaats en wordt een zogenaamd activiteitenplan opgesteld. Uiteraard worden de kwaliteiten van het landschapsplan benut voor het behouden en ontwikkelen van natuurwaarden. Er worden ook actief maatregelen genomen. Er werden bijvoorbeeld in 2020 voorzieningen getroffen voor mussen en vleermuizen. Verdere maatregelen in dit kader volgen, vooruitlopend op de beoogde sloop van gebouwen in de toekomst.


Bedrijven
De belangstelling van bedrijven om zich te vestigen op Heesch West is groot en neemt nog steeds toe. De belangstelling komt voor een groot deel van lokale en regionale ondernemingen. Deze sluit goed aan bij de doelgroepen. Met verschillende bedrijven worden oriënterende gesprekken gevoerd over vestgingsmogelijkheden en bijvoorbeeld duurzame ambities. Er wordt op dit moment nog geen grond aangeboden, de verkoopprocedure zal starten als er meer zekerheid is over een onherroepelijk plan.

Op dit moment is het in afwachting van verder uitsluitsel van Raad van State op het bestemmingsplan nog niet mogelijk om bedrijven zekerheid bieden. Bij de selectie worden bedrijven nadrukkelijk beoordeeld naar herkomst en lokale/regionale ruimtelijk-economische impact van bedrijven.

Heesch West zal in de komende periode de lokale bedrijvenverenigingen en de geïnteresseerde bedrijven op de hoogte houden van ontwikkelingen en naar wij hopen rond de jaarwisseling nader kunnen informeren over de formele inschrijvingsprocedure ten behoeve van het toedelen van bedrijfskavels.

Cereslaan-West
De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West bereidt, als zelfstandig plan, de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Cereslaan West voor. Het betreft een uitbreiding tussen A59 en het huidig bedrijventerrein/de Bosschebaan. Voor dit plan wordt een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, waarbij verschillende omgevingsonderzoeken worden uitgevoerd. In verschillende omgevingsonderzoeken die eerder voor Heesch West werden gehouden, is al rekening gehouden met deze ontwikkeling. Verwacht wordt dat het plan na de zomervakantie voor bestuurlijke behandeling in de gemeente Bernheze wordt aangeboden. Op basis van het planvoorstel wordt ook de nabije omgeving verder geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het plan in te dienen.   

_____________

Voorlopige stop nieuwe aansluitingen elektriciteitsnetwerk
Deze week hebben de netwerkbeheerders TenneT en Enexis aangegeven dat de maximale capaciteit van het hoogspanningsnetwerk van TenneT in de provincies Brabant en Limburg is bereikt. Dit betekent dat er vanaf 9 juni zogenaamde ‘grootverbruikers’ in beide provincies een voorlopige stop is voor nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnetwerk. Begrijpelijk roept dit ook vragen op bij in vestiging op Heesch West geïnteresseerde bedrijven. 

Voor de duurzame, aardgasvrije ontwikkeling van Heesch West is er al langer afstemming met Enexis. Er wordt in het plan Heesch West en bij Enexis in de investeringsplannen voorzien in een nieuw verdeelstation op Heesch West, waarmee voortvarend lokaal voldoende aansluitcapaciteit voor bedrijven kan worden gerealiseerd. Echter is Enexis ook afhankelijk van de landelijke netbeheerder TenneT die de capaciteit van het landelijke elektriciteitsnet moet uitbreiden. Dit betekent concreet dat de periode die TenneT afroept voor de afnameschaarste impact gaat krijgen op de energievoorziening voor plan Heesch West. De afstemming met Enexis wordt voortgezet met de beoogde duurzame ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein onverminderd als uitgangspunt.

De netbeheerders werken hard aan uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk en andere oplossingen voor het actuele probleem, maar kunnen helaas niet aangeven met welke termijn dit opgelost is. Op het moment dat bedrijfskavels Heesch West in de verkoop komen (beoogt 2023) zal er voor bedrijven goed inzicht worden geboden over de mogelijkheden van grootverbruiksaansluitingen in combinatie met (lokale) oplossingen.

Dit zijn artikelen van Heesch West.

Stroomstop grote gevolgen voor Noordoost-Brabant

Het elektriciteitsnetwerk in Brabant en Limburg gaat tijdelijk op slot omdat de maximale energiecapaciteit is bereikt. Voor de gemeenten in Noordoost-Brabant is dit onacceptabel. “Iedereen zag het probleem van een overvol energienetwerk al langer aankomen, maar nu deze draconische maatregel nemen, is voor ons onaanvaardbaar”, aldus Jan Goijaarts, voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg Economie in RNOB.

De impact van deze maatregel is duidelijk. Nieuwe bedrijven kunnen zich niet vestigen in Noordoost-Brabant als ze een grootverbruikersaansluiting nodig hebben. Bestaande bedrijven kunnen niet uitbreiden. Dit heeft grote gevolgen voor de economische ontwikkeling van Noordoost-Brabant, een van de belangrijkste economische regio’s van Nederland. 

Grote maatschappelijke gevolgen
De gevolgen van deze stroomstop zullen ook voelbaar zijn in andere delen van Nederland. “We weten niet hoelang deze tijdelijke stop gaat duren en dat baart ons nog wel de meeste zorgen”, aldus Jan Goijaarts. “Onze regio wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan bedrijvigheid. Maar we zijn vooral sterk in landbouw en voedselverwerking, maakindustrie en logistiek. Doordat de stroomstop impact heeft op de verduurzaming van de hele voedselketen komt niet alleen de economie onder druk te staan maar mogelijk ook onze voedselvoorziening. Dat heeft grote gevolgen voor de brede welvaart, binnen én buiten Noordoost-Brabant.”

Uitgestoken hand
Namens alle wethouders Economie in Noordoost-Brabant reikt Jan Goijaarts de hand uit naar alle direct betrokken partijen. “De gemeenten in de regio Noordoost-Brabant willen met alle betrokken partijen, zoals TenneT, Enexis en de provincie, om de tafel om zo snel mogelijk tot een acceptabele oplossing te komen. Wij hebben een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Voor de toekomst van onze regio moeten we dat zo houden!” 


Dit is een artikel van RNOB.
Een vervolg hierop lees je hieronder.

Regionale taskforce aan de slag met ‘stroomstop’

Samen op een positieve manier tot een werkbare en acceptabele oplossing komen voor de stroomvoorziening van nieuwe bedrijven en bedrijven die willen uitbreiden in Noordoost-Brabant. Dat was de afdronk van het extra overleg van de portefeuillehouderoverleggen (poho’s) Economie en Duurzame Leefomgeving vrijdag 17 juni. 

Het online overleg was ingelast naar aanleiding van de onlangs aangekondigde ‘stroomstop’ door TenneT en Enexis voor bedrijven in Brabant en Limburg. Door RNOB is hierover al eerder een bestuurlijke statement afgegeven (zie artikel hierboven). Omdat deze tijdelijke stop op nieuwe aansluitingen grote gevolgen heeft voor de economische ontwikkeling van Noordoost-Brabant, zijn maatregelen op korte termijn dringend gewenst.

Alle betrokken partijen in de regio slaan de handen ineen om snel tot oplossingen te kunnen komen  
Ruim 50 betrokkenen waren aangeschoven aan de digitale tafel: bestuurders en andere betrokkenen van de gemeenten en de Regionale Energie Strategie (RES) Noordoost-Brabant, de provincie Noord-Brabant, Enexis en VNO-NCW Brabant/Zeeland.

Transportschaarste 
Na een uitleg over de werking van het elektriciteitsnetwerk, lichtte Robert Aerts van Enexis toe hoe het elektriciteitsverbruik door de energietransitie een enorme vlucht heeft genomen. Dat komt door de elektrificatie van de industrie, de groei van elektrisch vervoer en de opkomst van warmtepompen in de gebouwde omgeving. 

Door de forse doorlooptijden kan de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk de toegenomen elektriciteitsbehoefte niet bijbenen. Omdat de vraag naar stroom groter is dan het aanbod ontstaat er ‘transportschaarste’. “TenneT en Enexis blijven investeren in het elektriciteitsnetwerk en doen er alles aan om transportschaarste te voorkomen”, aldus Robert Aerts van Enexis. “Transportschaarste is overigens altijd een tijdelijke situatie.”

Tijdelijke maatregelen overheden en bedrijfsleven
Totdat de noodzakelijke netwerkuitbreiding is gerealiseerd, willen overheden, bedrijfsleven en netwerkbeheerders samen naar werkbare oplossingen kijken. Er zijn verschillende opties. Zo zouden lokale en provinciale overheden bijvoorbeeld de procedures en processen voor het verlenen van uitbreidingsvergunningen kunnen verkorten. Bedrijven die veel elektriciteit nodig hebben (grootverbruikers) kunnen door middel van ‘congestiemanagement’ bijvoorbeeld de piekbelastingen van het netwerk meer spreiden.

Tasforce Energienetwerk
Hoe nu verder? Er komt een regionale Taskforce Energienetwerk bestaande uit bestuurders en andere betrokken partijen in regio Noordoost-Brabant. Deze regionale taskforce houdt verbinding met de door de minister aangestelde speciale coördinator Ben Voorhorst voor de aanpak van het volle elektriciteitsnetwerk Brabant en Limburg, zodat snel en effectief gehandeld kan worden.

Constructieve samenwerking
“Het is geen makkelijke situatie waar we als regio nu inzitten”, vertelt Jan Goijaarts, voorzitter van het poho Economie. ”Het belangrijkste is dat we nu allemaal over dezelfde informatie beschikken, begrijpen waar de knelpunten zitten en dat we met elkaar op een constructieve manier aan oplossingen willen werken.”

“Dat we op zo’n korte termijn bij elkaar konden komen, kenmerkt de kracht van onze regio en de welwillendheid om er samen met alle betrokken partijen uit te komen”, vervolgt hij. “Nu slaan we de handen ineen om snel tot oplossingen te komen.” 


Dit is een artikel van RNOB.

Overstap naar TMS-systeem leidt tot nog beter klantcontact

Planners en chauffeurs van Chain Logistics B.V. hebben het gemak van een Transport Management Systeem (TMS) omarmd. Business Operations Manager Frank van den Dobbelsteen: “Onze wagens hadden al langer een boordcomputer. Dankzij de koppeling met het TMS-systeem, maken we nu slim gebruik van data.”

Chain Logistics werkt met Business Central, een ERP-pakket van Microsoft vol logistieke modules . Op de werkvloer was men al bekend met een Warehouse Management Systeem (WMS). Sinds 2022 is ook het TMS-gedeelte live. Die livegang was een flinke stap voor Chain Logistics. Planner Bart van Bussel: “Zo’n livegang is een hele leerweg, voor iedereen. In korte tijd moet je leren werken met een nieuw systeem.”

Opsomming van gegevens
Ritten van chauffeurs komen voortaan binnen op hun boordcomputer. Ze zien precies waar ze moeten lossen. Chauffeurs krijgen ook te zien wat ze moeten laden en hoeveel die lading weegt. Een prettige opsomming van alle relevante gegevens, die rechtstreeks naar de chauffeur gaat.

Navigatie
Inmiddels rijdt geen enkele wagen van Chain Logistics nog zonder boordcomputer. Dat betekent dat in 29 wagens alle benodigde informatie binnenkomt. Bart: “Het was even wennen voor de chauffeurs, maar nu willen ze niet meer terug. Het systeem geeft hen duidelijkheid over het verloop van de dag. De chauffeur drukt op een knop en wordt via de meest logische route genavigeerd. Voorheen was je nog weleens door de telefoon aan het roepen waar iemand naartoe moest, als diegene bijvoorbeeld buiten stond.” Ging een chauffeur op pad, dan schreef hij het volledige adres op van de plek waar een vracht moest worden gelost. Frank blikt terug: “Nu ontstaat er geen verwarring meer als een chauffeur naar Beuningen bij Nijmegen moet rijden en per ongeluk kiest voor Beuningen bij Enschede.”

Inkijkje in wat met de goederen gebeurt
Klanten van Chain Logistics werken met een nieuwe portal via het TMS-systeem. Zij kijken live mee met de goederen en zien wanneer die worden gelost. Frank: “Het geeft hen echt een inkijkje in wat er met de goederen gebeurt. Heeft onze chauffeur de goederen gelost, dan ziet de klant een tijdstempel.” Iedere order van een klant, komt automatisch binnen in het systeem. Bart plant de order op een rit en zet de rit door naar een chauffeur.

Grafische weergave van planning
Het planbord is een veelgebruikt hulpmiddel van de planning. In een oogopslag zien ze welke chauffeur is ingepland op welke rit. Ook laat het planbord aan de hand van een tijdsbalk de status zien van een rit. Bart: “Dat maakt het eenvoudiger om specifieke vragen van klanten direct te beantwoorden. Is een tijdstip niet langer haalbaar, dan valt dit meteen op en koppelen we het terug aan de klant. We zijn nu minder bezig met administratie en krijgen meer werk af. Dankzij deze omslag bellen we nu vaker met klanten dan met de chauffeurs. Het contact is intensiever geworden.”

Dit is een artikel van Chain Logistics.

Digitalisering in spoorvervoer is absolute noodzaak

Hoewel er veel maatregelen op tafel liggen voor het stimuleren van het spoorgoederenvervoer, lijken verladers het spoor nog niet altijd even betrouwbaar te vinden. Tijdens Multimodaal Transport Expo werd besproken hoe dat verbeterd zou kunnen worden.

Onno de Jong van onderzoeksbureau Ecorys ging op de Expo in discussie over het spoorvervoer met Rob Morsink van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Rik Poulus van onderzoeksbureau TNO en Roland Verbraak van BTT Multimodal Container Solu­tions, onder andere gespecialiseerd in het vervoer van containers per spoor. Rik Poulus leidt het innovatieproject dat wordt ondersteund van de Topsector Logistiek met Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over paradigm Shift in rail.

‘Zitten er verladers in de zaal? En zijn zij tevreden spoorgebruikers?’, zo wierp De Jong een steen in de vijver. Er bleek wel een verlader aanwezig te zijn met interesse in vervoer via het spoor. ‘Wij doen nog niet zoveel met spoor’, stelde deze niettemin. ‘Wel met een aantal bestemmingen, maar het grootste gedeelte gaat nog altijd via de zee – deepsea – en via de weg.’ Maar, stelde ze, ‘we willen wel meer met het spoor doen’. Dan moeten er alleen wel dingen gaan verbeteren. ‘Het probleem is vaak de communicatie die echt op het allerlaatste moment binnenkomt. Op het moment dat er geladen moet worden, komen we dan tot de constatering dat de trein niet kan rijden omdat er werkzaamheden zijn, omdat er oponthoud is of omdat passagierstreinen voorrang krijgen op goederentreinen.’

Om de beurt
Ook Verbraak heeft als vervoerder heel wat problemen ervaren, vertelde hij. ‘Er was voorheen veel congestie die nu wel minder is geworden. En er zijn heel veel werkzaamheden die de processen vertragen. Maar waar we vooral tegenaan lopen, is dat projecten vaak niet tegelijk gedaan worden, maar om de beurt. In Duitsland worden werkzaamheden bijvoorbeeld deze week gedaan en in Nederland volgende week. Daardoor heb je twee weken oponthoud. Dat zou allemaal beter afgestemd kunnen worden.’

Poulus beaamde deze afstemmingsproblemen. ‘Wij merken dat de communicatie over vragen als ‘wie doet nu wat?’ en ‘wat wordt er nu gedaan om het spoor beter te maken?’, dat dat beter kan. Ik heb bijvoorbeeld van Contargo gehoord dat zij een week of anderhalve week van tevoren te horen kregen dat een bepaald traject waar zij veel op rijden, dat dat even niet kon. Dan moet je dus heel snel dingen gaan regelen om toch je vervoer te kunnen leveren. Want je hebt klanten om te bedienen. Aan dit soort communicatieproblemen moet echt iets gebeuren.’

Ingestorte tunnel
En dat gaat volgens Poulus niet alleen om procescommunicatie naar de gebruikelijke partijen binnen het spoor. ‘Maar ook om communicatie over onderhoud en calamiteiten, zoals bijvoorbeeld bij lage waterstanden, omdat je dan vervoer misschien naar het spoor moet brengen. Of als er een tunnel instort. Wat doe je dan? Hoe ga je daarmee om? Dat betekent dat je, om oplossingen te vinden, op verschillende niveaus en niet alleen richting de gebruikelijke partijen moet kunnen communiceren’, aldus Poulus.

Het ministerie van IenW ziet digitalisering en uitwisseling van data als evidente oplossingen voor de communicatieproblemen. ‘Wij zien dat echt wel als een absolute noodzaak voor de toekomst’, aldus Morsink. ‘Het bedrijfsleven moet vooral zelf aan de slag met digitalisering en data-uitwisseling, maar we kunnen als ministerie natuurlijk wel kijken wat we kunnen doen om die te faciliteren. Soms is er een beetje subsidie nodig. Of een aanpassing van regelgeving. Dat zijn dingen waar we naar kijken’, lichtte Morsink toe.

Poulus ziet een betere communicatie, tussen bijvoorbeeld degenen die een trein op pad sturen en degenen die hem op het eindstation opwachten, als oplossing. ‘Allemaal schakeltjes die op elkaar aangesloten moeten worden.’ Maar iemand, zo benadrukte hij, moet daartoe dan wel de eerste stap nemen.

Potentie
Verbraak denkt dat ook het verbeteren van de capaciteit wat lucht kan geven. ‘We zijn steeds meer internationaal aan het overschakelen op elektrische locomotieven. Vroeger hadden wij geen bovenleidingen in Tilburg, maar die hebben we wel gerealiseerd omdat het anders echt voor oponthoud bleef zorgen. Door die bovenleidingen komen nu eigenlijk alleen nog maar elektrische locomotieven naar Tilburg. Een elektrische locomotief accelereert sneller. Daardoor neemt hij minder baancapaciteit in gebruik en kan hij ook zwaardere treinen meenemen. En er zijn proeven voor het dichter bij elkaar laten rijden van treinen. Op die manier zou je de capaciteit kunnen vergroten. Al zit er wel een maximum aan in de toekomst.’

Al met al zagen de deelnemers aan de discussie zeker de positieve kanten van het spoorgoederenvervoer. ‘Er zijn altijd wel eens momenten waarop verkeer niet kan plaatsvinden. Maar als logistiek dienstverlener moet je laten zien wat voor potentie er is, wat voor kostenbesparingen er uiteindelijk te realiseren zijn en welke oplossingen je biedt voor die 10% waar het toch nog fout gaat’, zo betoogde Morsink.


Dit is een artikel van TKI Dinalog.

Ondernemersenquête over nasleep coronacrisis en gevolgen oorlog Oekraïne

Twee jaar lang zorgde corona voor onzekere economische tijden. Veel Osse bedrijven, ondernemers en sectoren zijn zwaar getroffen door de gevolgen van de coronacrisis. Onverwacht is deze opgevolgd door de oorlog in Oekraïne met nieuwe uitdagingen voor onze bedrijven, zoals grote prijsstijgingen en schaarste van grondstoffen. In een ondernemers enquête heeft de gemeente Osse ondernemers gevraagd naar de gevolgen.

Thermometer Osse economie
De Ondernemersenquête Oss stopt opnieuw de thermometer in de Osse economie. Dat deden we ook drie keer in 2020 om een beeld te krijgen van de gevolgen van de coronacrisis. Met steunmaatregelen, eigen reserves, veel creativiteit en nieuwe samenwerkingen zijn ondernemers de coronacrisis doorgekomen. In maart 2022 zijn de coronasteunmaatregelen van het kabinet stopgezet. Maar de problemen van ondernemers zijn in veel gevallen niet opgelost.

In de enquête van mei 2022 zijn ook vragen gesteld over de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Met de informatie uit de enquête kan gemeente Oss beoordelen of we de goede dingen doen om onze ondernemers te ondersteunen en hen op maat te helpen.

Helft ondernemers gebruikte coronasteun
In totaal hebben 435 ondernemers in de gemeente Oss de online vragenlijst ingevuld, een deel van hen heeft de vragenlijst niet afgerond. Van de landelijke coronasteunmaatregelen maakte 45% van de Osse ondernemers gebruik. Meest gebruikt zijn Noodmaatregel Ondersteuning Werkgelegenheid (NWL), tegemoetkoming vaste lasten (TVL) en Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO), met name door horeca en publieke diensten. Gemeentelijke steunmaatregelen zijn door 1 op de 10 ondernemers gebruik.

Financiële schade
Ruim de helft van de Osse ondernemers heeft financiële schade door de coronacrisis, in veel gevallen gaat het om € 50.000 of meer. De meeste ondernemers lenen (nog) niet en gebruiken eigen reserves om tekorten op te vangen. Ondanks deze forse aantallen zijn de financiële zorgen minder erg dan gedacht: 73% van de bedrijven verwachten geen problemen nu de steunmaatregelen zijn gestopt. De coronacrisis heeft bij 40% van de bedrijven invloed gehad op investeringsplannen; die zijn in veel gevallen uitgesteld.

Werkgelegenheid
In de Ondernemersenquête geeft 1 op de 3 ondernemers aan dat de coronacrisis invloed had op de werkgelegenheid. In veel gevallen kampen bedrijven met personeelstekorten door de algehele krapte op de arbeidsmarkt. De invloed op de werkgelegenheid is kleiner bij bedrijven met minder dan 10 werknemers.

Gevolgen oorlog Oekraïne
In de enquête geeft 60% van de ondernemers aan dat zij economische gevolgen ervaren door de oorlog in Oekraïne. Energiebesparing en overgaan op duurzame energie zien bedrijven als belangrijkste mogelijkheid om de gevolgen het hoofd te bieden.

De overgrote meerderheid, zo’n 80% van de bedrijven, maakt zich geen zorgen over de financiële situatie van het bedrijf in relatie tot de oorlog in Oekraïne. Van alle ondernemers maakt de horeca zich de meeste zorgen, de vervoerssector de minste. De export naar en de import vanuit Rusland is gering bij bedrijven in de gemeente Oss. Veel ondernemers voelen zich betrokken bij de gevolgen van de oorlog voor mensen uit Oekraïne. Dat blijkt uit de bereidheid voor donaties als hulpbijdrage voor de vluchtelingen. Ook geeft 12% van de bedrijven aan wel werk te hebben voor Oekraïense vluchtelingen.

Bekijk alle uitkomsten van de Ondernemersenquête 2022 via onderstaande blauwe button.

 

Dit is een bericht van Gemeente Oss.

Even voorstellen… Roel Megens en Nicolien Hendrickx

Vijfsterren Logistiek gaat een nieuwe (strategische) periode in met een nieuwe voorzitter en een nieuwe programma manager om de logistiek duurzaam te verankeren in Noordoost-Brabant. Per 1 april 2022 is er al een en ander veranderd in de organisatie; Berend Jan Schuring is afgetreden als voorzitter en opgevolgd door Roel Megens, hij vormt samen met de huidige bestuursleden Rien Geurts en Michel van Dijk, tijdelijk aangevuld met Karel de Jong, het bestuur. Het uitvoerende team bestaat uit Nicolien Hendrickx, die de rol van Programma Manager overneemt van Pieter Keeris, Jos van Asten (financieel beheer/overall management) en Marjolein van Gaalen (communicatie).

We stellen nieuwkomers Roel en Nicolien graag even voor…

Wie is Roel Megens?
Roel (43) is geboren en getogen in Brabant, maar voor de liefde verhuisd naar Gelderland, waar hij samen met zijn vrouw en 2 kinderen woont.

Na studies Management Economie en Recht aan de Hogeschool ‘s-Hertogenbosch en Personeelswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg is hij terecht gekomen in de logistiek.
Via Laurus, Sligro Food Group, CEVA Logistics en Blokker is hij uiteindelijk weer teruggekeerd bij Sligro Food Group, waar hij als Manager Operations Logistics verantwoordelijk is voor de logistiek van Sligro Food Group in Veghel.
Daarnaast is Roel bestuurslid van Logistiek Platform Noordoost Brabant (LPNoB).


Typisch Roel:
• Enthousiast, gedreven en betrokken
• Vindt het heerlijk om met mensen te werken, plannen te maken, een organisatie in beweging brengen en samen succesvol te zijn
• Houdt van lekker eten, drinken en sport om in balans te blijven.
• Jaarlijks nieuwe dingen proberen, nieuwe ervaringen op doen en herinneringen maken.
• Family, Friends & Fun

Ambities voor Vijfsterren Logistiek:
• Samenwerking en kennisdeling
• Nieuwe thema’s, activiteiten, subsidies en kansen onder de aandacht te brengen
• Binnen bestaande thema’s de logistiek sterker te positioneren en meer trekkracht te organiseren

Wie is Nicolien Hendrickx?
Geboren in Amersfoort en opgegroeid in Nuenen, buiten tussen de dieren en in het bijzonder paarden. Na 16 jaar randstad verhuist Nicolien in 2022 terug naar Noordoost-Brabant.

Als strategisch adviseur, projectmanager en trainer/coach zet Nicolien zich in om verandering en innovatie te helpen vormgeven in met name de logistieke en agrifood sector. De mens staat hierin centraal, vanuit eigen kracht, kennis en kunde.
Na haar studie Business Engineering aan Fontys Hogeschool Eindhoven heeft zij de afgelopen 15 jaar, in diverse rollen, mensen aan elkaar verbonden om doelen te behalen en verandering in gang te zetten. In 2019 heeft Nicolien dit omgezet in haar eigen bedrijf Relations Work.
Ze heeft aan alle kanten van de tafel ‘gezeten’ bij zowel verlader, logistiek dienstverlener, onderzoek/kennisontwikkeling, advies/consultancy. Dit heeft veel waardevolle inzichten in de belevingswerelden opgeleverd.
Nicolien geeft ook training en helpt deze ontwikkelen: Facilitator training, traineeship Talent voor Logistiek & AgriFood en planner opleidingen.
Daarnaast is Nicolien Programma Manager van Logistiek Platform Noordoost Brabant (LPNoB) en Project Manager DDSZ bij LCB.

Typisch Nicolien:
• Open, puur en passievol
• Haar drijfveer is mensen en kennis aan elkaar verbinden om toekomst bestendig te handelen/ondernemen
• Ze is een paardenmeisje
• Houdt van wijn en de zoektocht naar nieuwe wijn
• Vrienden, gezelligheid, lekker eten en de kroeg

Ambities voor Vijfsterren Logistiek:
• Opzetten van duurzame samenwerkingen in regio en daarbuiten
• Kennis van diverse instellingen actief naar de partners van VSL brengen en daar samen op voort bouwen
• Samen in enkele bovenregionale projecten de logistieke sector verder brengen in de transitie opgaven (verduurzaming en digitalisering/robotisering)

Elektrische zonnetrein gaat Nederlandse binnensteden bevoorraden

Trens Smart City Trains bouwt elektrische treinen met zonnepanelen om op een schone en duurzame manier via de weg de Nederlandse binnensteden te kunnen bevoorraden. Dus geen stinkende dieselvrachtwagens meer die de straten in historische centra kapot rijden en opstoppingen veroorzaken, maar stille emissieloze treinen die als een slang door smalle straatjes kronkelen.

In Den Bosch is groothandel Sligro als eerste met de Trens-trein begonnen om zijn horecaklanten te bevoorraden. Volgende maand komt er een tweede stad bij. Als het aan oprichter en directeur Jan van Haaren van Trens ligt, volgen daarna nog vele steden. “Wij willen een rol spelen bij de groene revolutie in binnensteden. Dat die emissievrij moeten worden zit inmiddels bij iedereen tussen de oren”, zegt hij.

Dertig zero emissiezones in 2025
Hij heeft het politieke tij mee. In het klimaatakkoord is namelijk afgesproken dat in 2025 minimaal dertig en hopelijk veertig Nederlandse steden een zero-emissiezone hebben ingevoerd, zodat ze schoon bevoorraad kunnen worden. Dat betekent dus geen uitlaatgassen meer van vrachtwagens of bedrijfsbusjes in de stad. Daarvoor is elektrisch vervoer nodig. Het invoeren van deze zero-emissiezones scheelt in 2030 circa 1 megaton CO2 per jaar. Dat is net zoveel als alle huishoudens in Den Haag en Rotterdam samen in een jaar uitstoten. Steden in heel het land zijn er al mee bezig: 27 hebben aangekondigd in 2025 zo’n zone in te voeren. Gemeenten en bedrijven bouwen hubs aan de rand van de stad om van daaruit via kleine elektrische busjes en vrachtwagens mensen en goederen naar de binnenstad te vervoeren. Vervoerders die moeten overstappen kunnen 5.000 euro subsidie krijgen om zo’n bus of vrachtwagen te leasen of aan te schaffen. Vanaf 2030 mogen er sowieso geen bussen of vrachtwagens met een verbrandingsmotor de binnensteden in.

Veranderingen gaan te langzaam
De elektrische zonnetreinen van Trens kunnen steden helpen om winkels en horeca te bevoorraden. De komende jaren hoopt het bedrijf tientallen compacte, elektrische voertuigen te kunnen bouwen en leveren om steden te ontlasten. Eind vorig jaar vond het bedrijf daarvoor nieuwe investeerders en startte het een samenwerking met Bloomit Ventures, MPPD en Karhod om zijn ambitie te versnellen. Van Haaren: “Iedereen zegt dat ik goud in handen heb, maar dat moet nog blijken. Men is al een hele tijd bezig met het milieu, maar de veranderingen die nodig zijn worden niet actief genoeg ondersteund om echte stappen te zetten van diesel naar elektrisch en van zwaar naar licht. Ik ben een groot voorstander van zero emissiezones, maar vind wel dat de vervoerders en distributeurs een handje geholpen moeten worden. Het is een enorme opgave. Ze moeten allemaal de knop omzetten.”

Alternatief voor stank en opstoppingen
Wie in een willekeurige binnenstad ’s ochtends op een terras gaat zitten, weet waar hij over praat. Walmen van stationair draaiende vrachtwagens, lawaai van af en aanrijdende leveranciers en overal busjes en vrachtwagens die de weg versperren en voor opstoppingen zorgen. Het is een ongezonde chaos. In historische binnensteden met smalle straatje, die nooit ontworpen zijn voor vrachtwagens, is dit helemaal een probleem. Niet alleen de vervuiling, maar ook de zware aslast van vrachtwagens. Die beschadigen straten en bruggen. Voor de eerste klant Sligro was de keuze voor een duurzaam alternatief logisch. Grote vrachtwagens worden steeds vaker geweerd, halen venstertijden niet of komen niet op tijd bij de klant. Dat vroeg om een andere aanpak. De door Trens ontwikkelde elektrische Sligro Wegtrein, die de horecagroothandel nu inzet in Den Bosch, is slechts 1,85 meter breed, slingert moeiteloos tussen alle opstoppingen door en is op tijd bij de klant. Ook het publiek vindt het leuk om te zien en maakt af en toe foto’s van de duurzame attractie. Daarom start Sligro er volgende maand ook mee in een andere stad. Met pakketbezorgers DHL en DPB voert Van Haaren eveneens gesprekken. Hun grote vrachtwagens kunnen de stad niet in en de kleine kunnen niet genoeg pakketten meenemen. De oplossing voor de toekomst is ook hier om met een grote vrachtwagen naar een cityhub buiten de stad te rijden en vandaaruit alles met elektrisch vervoer naar het centrum te transporteren.

Licht en sterk
De zonnetrein van Trens heeft twee, drie of vier aanhangers en kan twintig rolcontainers of zestig personen vervoeren. De trein combineert zo de wendbaarheid van een bestelbus met het capaciteit van een vrachtwagen. De locomotief heeft vier elektromotoren van 25 kilowatt en trekt met gemak elf ton aan gewicht een helling op. De trein heeft een actieradius tot 300 kilometer, die nog eens vergroot wordt door de lichtgewicht zonnepanelen op het dak. Die leveren op een zonnige dag 4.000 wattpiek extra stroom per uur, waar de trein acht kilometer extra mee kan rijden. Een belangrijk voordeel is ook het lichte gewicht. “De locomotief weegt 3.000 kilo en heeft een aslast van 1.500 kilo, de wagons wegen 3.500 kilo en hebben een aslast van 1.750 kilo. Vergelijk dat maar eens met een vrachtwagen die gemiddeld een aslast van 7.000 kilo heeft”, stelt Van Haaren.

Begonnen met quads
Van Haaren maakt al sinds 2000 elektrische voertuigen met zonnepanelen op het dak. Hij begon met elektrische quads, ter grootte van een golfkarretje, voor de toeristische sector. Bijvoorbeeld voor campings. “Die hadden toen te maken met de groene barometer en kregen klachten over lawaai en stank van de tractortjes die ’s ochtends de vuilnisbakken kwamen legen”, vertelt hij. Het zou ook een alternatief kunnen zijn voor de zware landrovers in Afrika, dacht hij, maar daar wilde niemand geld in steken. Daarom verlegde hij zijn focus naar de toeristenbranche, waar de vraag naar elektrisch rijden en zonne-energie ook opkwam. “In natuurrijke omgevingen hebben dieseltreintjes geen pas dus zijn we daarvoor elektrische treintjes gaan maken. Er rijden er nog twee van in de duinen bij Schoorl, maar ook daar bleek onvoldoende markt voor”, zegt hij.

Van toeristentrein naar bevoorrading
Sinds 2005 mikt hij op binnensteden, met name op de toeristentreintjes die daar rijden. Inmiddels heeft hij al 25 elektrische zonnetreinen geproduceerd en geleverd in Nederland, Duitsland, Spanje en andere Europese landen. Toch bleken in die sector de omzetten van ondernemers vaak te laag om deze treinen aan te kunnen schaffen. “Ik wilde ze daarom doorontwikkelen voor andere markten: het semipublieke openbaar vervoer en de bevoorrading van binnensteden. Daarom ben ik met partner Peter Cats in 2016 met Trens begonnen”, aldus Van Haaren.

Wet moet aangepast
Hoewel de elektrische zonnetreinen een oplossing bieden voor zero-emissiezones, denkt de wetgever daar nog anders over. In principe is het verboden om personen te vervoeren in een aanhanger of meer dan één aanhanger te hebben bij het vervoer van goederen. “Dat komt omdat er soms levensgevaarlijke vehikels op de weg rijden. Daar is die wet voor gemaakt”, zegt Van Haaren. Trens wil zijn treinen dan ook steeds laten testen en keuren door de RDW, zodat gemeenten er daarna weloverwogen ontheffing voor kunnen afgeven. “We zijn nu in overleg met de wetgever om dit te veranderen. Wellicht wordt er een pilot opgezet voor ons soort voertuigen. In Den Bosch draait nu een pilot van Sligro waarbij de voertuigen goed worden getest. Na inmiddels een half jaar operationeel te zijn is iedereen enthousiast en staan de seinen nog steeds op groen”, zegt hij.


Dit is een artikel van Change Inc., lees het hele artikel op hun website

evofenedex lanceert Supply chain samenwerkingscheck

Kan ik door middel van logistieke samenwerking de beladingsgraad van mijn vrachtauto’s verhogen of mijn beschikbare magazijncapaciteit beter benutten? Ondernemers die dit willen weten, kunnen de nieuwe Supply chain samenwerkingscheck van evofenedex doen.

De beladingsgraad van het vrachtverkeer in Nederland wordt geschat tussen de 60 en 70 procent. Als we de gedeeltelijk beladen vrachtwagens meerekenen, dan is de beladingsgraad nog veel lager. Bedrijven die werken met seizoenproducten kennen ook de uitdaging hun magazijncapaciteit op piekmomenten beschikbaar te hebben, terwijl het magazijn de rest van het jaar vrijwel leeg kan staan.

Bedrijventerrein
“Bedrijven gebruiken de capaciteit van hun logistieke middelen vaak niet optimaal”, stelt Nanne Schriek, projectleider Supply chain management bij evofenedex. “Veel bedrijven kennen dezelfde uitdagingen in hun supply chain. Chauffeurstekorten, toeleveringsproblemen en overvolle magazijnen. Logistiek samenwerken tussen bedrijven kan hierbij veel oplossen. Zo kan je buurman op hetzelfde bedrijventerrein magazijnruimte over hebben, terwijl jij net ruimte nodig hebt. Of hij heeft een retourstroom precies uit de stad die jij standaard belevert.”

Leren samenwerken
Om bedrijven meer inzicht te geven of hun bedrijfsvoering geschikt is voor logistieke samenwerking, heeft ondernemersvereniging evofenedex de Supply chain samenwerkingscheck ontwikkeld. “Zit het in je bedrijfscultuur om samen te werken? Staan je logistieke processen dit toe? Wie de check doet, krijgt in amper 5 minuten een beoordeling wat logistiek samenwerken voor hem kan betekenen en welke kosten dit uiteindelijk kan schelen”, besluit Nanne. Belangstellenden kunnen de check hier invullen. Bedrijven kunnen naast het delen van transport en magazijnruimte ook (logistiek) personeel, machines/apparaten, transportmiddelen en kennis uitwisselen. 

Compose
evofenedex is al jarenlang betrokken bij het project Compose, dat in samenwerking met Tilburg University horizontale logistieke samenwerking onderzoekt en stimuleert. Met de Supply chain samenwerkingscheck kunnen belangstellenden in enkele ogenblikken zien op welke manier logistiek samenwerken kansen biedt om hun logistiek te optimaliseren. Inmiddels kent het Compose-platform al meer dan 100 gebruikers. Lees meer over de mogelijkheden van Compose op www.supplychainsamenwerking.nl.

 


Dit is een artikel van evofenedex.

Topsector Logistiek ondersteunt bij tooling voor ISO14083

De ISO-norm 14083 komt er eind van het jaar aan. Deze norm zorgt straks voor een internationale methode voor Carbon Footprinting, het toewijzen van CO₂-uitstoot. Topsector Logistiek biedt bedrijven de mogelijkheid om hun bestaande tooling te toetsen aan de nieuwe ISO-norm. Met de kennis en ervaring van de afgelopen jaren kijken we naar de tool vanuit de nieuwe norm. Hiervoor stelt Topsector Logistiek een aantal vouchers beschikbaar.

Eerder hebben we al aangegeven dat eind van het jaar de ISO-norm 14083 eraan komt. Deze norm zorgt straks voor een internationale methode voor Carbon Footprinting, het toewijzen van CO₂-uitstoot. De Topsector Logistiek heeft samen met bedrijven eerder al veel praktische kennis opgebouwd, wat heeft gediend als input voor de ISO 14083 norm.

De eerste stap
Iedereen weet dat het hebben van een norm stap 1 is. Maar dan begint het pas. De norm vertelt je wat je moet doen, maar niet hoe je dat moet doen. Je moet gaan begrijpen hoe de norm in elkaar steekt, wat de norm doet en je moet de norm eigen gaan maken. Iedereen heeft uitzonderingen, elke situatie is anders, daar moet je met de norm mee om leren gaan. Of tooling klaar is voor ISO 14083 vraagt daarom heel veel interpretatiewerk, toetsing, bijstelling en weer toetsing. Zodat je uiteindelijk een verifieerbaar resultaat krijgt, dat voldoet aan de norm.

Praktische toepassingen en richtlijnen
Dat betekent dat je met de norm in de hand eerst kijkt naar hoe de tool werkt en hoe deze is gedocumenteerd. Dat vertalen we naar een tool die conform de norm werkt en een vergelijkbaar resultaat levert als andere tools. De Topsector Logistiek heeft vele ervaringen met Carbon Footprinting van 2016 tot 2022 vertaald naar richtlijnen en praktische toepassingen. Daarmee kunnen we bedrijven helpen te toetsen of de tool goed is ingericht en de norm op de juiste manier toepast.

Stap voor stap
Het bouwen van een tool, die CO₂-uitstoot op de juiste manier toewijst aan activiteiten conform de ISO 14083 norm, vraagt dus een stap voor stap aanpak. De norm begrijpen, documentatie opbouwen, vaststellen wanneer de resultaten verifieerbaar zijn, omgaan met uitzonderingen en vertalen naar de praktijk, toetsen van de gewenste uitkomsten, waar nodig weer aanpassen, corrigeren en verbeteren totdat de tool conform de norm werkt. Deze stappen blijf je doorlopen en herhalen tot de gewenste en getoetste uitkomst.

Pre-ISO vouchers
De Topsector Logistiek biedt bedrijven de mogelijkheid om hun bestaande tooling te toetsen aan de nieuwe ISO-norm. Met de kennis en ervaring van de afgelopen jaren kijken we naar de tool vanuit de nieuwe norm. Is deze goed geïnterpreteerd en uitgevoerd? Samen doorlopen we alle eerder genoemde stappen. Hiervoor stelt de Topsector Logistiek een aantal vouchers beschikbaar. De vouchers bieden bedrijven tijd, hulp, richtlijnen en toetsing om hun tooling voor het toewijzen van CO₂-uitstoot voor te bereiden op de nieuwe ISO-norm.

Wanneer de tools voldoen, krijgen ze een pre-ISO stempel van de Topsector Logistiek. De Topsector Logistiek zoekt daarvoor nu toolbouwers die hun tooling willen laten toetsen. Zodoende leren we met elkaar wat de nieuwe ISO-norm betekent in de praktijk en hoe deze toegepast kan worden op tooling voor het juist toewijzen van CO₂ aan activiteiten. Die kennis en ervaring gebruikt de Topsector Logistiek vervolgens bij het opleiden van auditors voor de definitieve ISO 14083 norm.

Topsector Logistiek is op zoek naar bedrijven die hun tooling willen laten toetsen. Ben je een toolbouwer en wil je hier aan mee werken? Neem dan contact met hen op via: info@topsectorlogistiek.nl.


Dit is een artikel van Topsector Logistiek.

evofenedex en TNO werken samen aan Supply Chain van de Toekomst

De oorlog in Oekraïne en de aan Rusland opgelegde sancties verstoren handelsketens wereldwijd in een al ontregelde wereldmarkt. Nederland is daar met haar open en exportgerichte economie als logistieke draaischijf van Europa zeer gevoelig voor. Handels- en productiebedrijven worden hierdoor direct en indirect geconfronteerd met tal van uitdagingen op het gebied van logistiek en internationale handel. Tegelijkertijd moeten bedrijven nadenken over verschillende uitdagingen voor de lange termijn; duurzamer produceren, minder CO2 uitstoten en de bijbehorende energietransitie vormgeven. Daarom gaan evofenedex en TNO een samenwerking aan op het thema ‘Supply chain van de Toekomst’.

Oplossingen nodig voor inzicht in toekomstige ketens
Als kennisknooppunt voor handel en logistiek spreekt evofenedex de taal van verladers en TNO biedt als kennisinstituut oplossingen voor de innovatie uitdagingen in de logistieke keten. Zo ontstaat met deze samenwerking een krachtige combinatie. De structurele ontregeling van handelsketens laat zien dat het noodzakelijk is om te komen tot een versnelde transitie naar meer weerbare en duurzame ketens. Het spreiden van risico’s, het flexibele inrichten van logistiek, meer oog voor IMVO en het verder terugbrengen van CO2-uitstoot worden belangrijke pijlers in de Supply Chain van de Toekomst. Digitalisering is een belangrijk fundament voor deze innovatie in de keten en een middel om meer inzicht te krijgen in de genoemde thema’s en geeft ook toegang tot nieuwe afzetkanalen en logistieke platformen.

Lange termijn
Omdat logistiek en supply chain niet altijd core business zijn (of uitbesteed zijn) voor verladers en de innovatie focus vaak op de (operationele) korte termijn ligt, verloopt innovatie te langzaam, met name bij de grote groep mkb-ondernemers. Dit terwijl verladers als opdrachtgevers van de logistieke keten juist het meeste impact kunnen maken door andere diensten te gaan vragen van logistieke dienstverleners, transporteurs en toeleveringsketens.

De verantwoordelijke binnen bedrijven, de supply chain professionals, lossen niet alleen de dagelijkse problemen en uitdagingen op, maar denken ook om na over morgen en overmorgen. Ondernemersvereniging evofenedex zet zich in voor bedrijven met een logistiek- en internationaal belang en heeft met het netwerk ‘Supply Chaingers’ een betrokken groep van meer dan 100 professionals opgebouwd. Deze groep heeft aangegeven volop te willen inzetten op de supply chain van de toekomst. Daarnaast heeft evofenedex alle kennis over ketensamenwerking en digitalisering binnen supply chains in huis. TNO zet zich als organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek al jarenlang in op onderzoek op het gebied van automatisering, robotisering en digitalisering. Waar de logistieke dienstverleners zich al inzetten in verschillende onderzoeksprogramma’s, blijft, afgezien van enkele koplopers, de grote groep bedrijven, het peloton, nog wat achter.

Ambitie
De ambitie is om handels- en productiebedrijven te betrekken in innovatieprojecten, samen met onder meer de Topsector Logistiek en relevante stakeholders en op deze wijze via een gezamenlijke aanpak, inzet en toekomstverkenning, verladers als onderdeel van het logistieke systeem in beweging te krijgen en versnelling te realiseren op relevante thema’s.

TNO en evofenedex zijn ervan overtuigd dat hun intensieve samenwerking in het kader van de Supply Chain van de Toekomst een vliegwiel gaat zijn voor innovatie in de keten. Allereerst worden relevante maatschappelijke ontwikkelingen door beide partijen in kaart gebracht en zullen externe partijen worden gevraagd mee te denken. Vervolgens zal een groep van experts van zowel universiteiten als nieuwkomers binnen het vakgebied supply chain management worden gevraagd de relevante trends te filteren en verder te duiden. Dan zal het netwerk van Supply Chaingers samen met experts deze ontwikkelingen verder uitwerken. Uitwerking voor de lange termijn zal inzicht en inspiratie geven over welke stappen nu gezet moeten worden. Daarnaast verwachten beide organisaties dat de uitwerking van de Supply Chain van de Toekomst ook zal leiden tot nieuwe onderzoeksvragen en projecten die relevant zijn voor de doelgroep en partijen die onderdeel zijn van het logistieke systeem. De eerste stappen worden voor de zomer gezet en de uitwerking volgt in het najaar.

Dit is een artikel van evofenedex.

Onderzoek naar de inzet van BEV/PHEV trucks in retail distributie

In opdracht van Topsector Logistiek hebben Districon en Simacan een onderzoek uitgevoerd naar het zero-emissie beleveren van winkels van grote retailketens.

Achtergrond
Grote retailers beleveren winkels vanuit een beperkt aantal centrale distributiecentra (DC’s), voor een fysieke winkel en voor (steeds meer) online bestellingen. De vraag was of, uitgaande van de huidige praktijk van één of meerdere ritten per dag, de winkels in ZE-zones met volledig elektrische (BEV) of met Plug-in Hybride (PHEV) vrachtwagens beleverd kunnen worden.

Het onderzoek
In het onderzoek is uitgegaan van bestaande distributie ritten in representatieve gebieden en situaties. Hiervoor zijn vier cases uitgewerkt op basis van ritgegevens uit de praktijk: twee non-food retailers met een centraal distributiemodel, een vervoerder van food & non-food met een decentraal distributiemodel en een supermarkt met een decentraal distributiemodel.

Het gemiddelde verbruik (kWH/km) van diverse soorten vrachtwagens (bakwagen met of zonder aanhanger, trekker oplegger) met of zonder elektrische koeling, is op basis van de literatuur en praktijkgegevens ingeschat. Er is aangenomen dat in de praktijk niet meer dan 75% van de maximale accucapaciteit wordt gebruikt, om reserves te houden voor tegenvallers en om de levensduur van de accu te verlengen. Voor de beschikbare accucapaciteiten is uitgegaan van commercieel aangeboden of binnenkort leverbare configuraties.

Op basis van deze uitgangspunten en de realiteit van de retailbelevering is per case berekend hoeveel procent van de ritten met BEV of PHEV vrachtwagens te realiseren zijn. De berekeningen zijn gedaan voor de toen bekende 23 ZE zones: het zijn er ondertussen 28 geworden en mogelijk stijgt dat aantal nog. De verwachting is dat deze toename niet tot andere conclusies leidt.

De belangrijkste conclusies
Het huidige aanbod van PHEV-vrachtwagens is geschikt om alle voorkomende ritten uit te voeren (inclusief pieken en extremen) waarbij ze in de ZE-zones emissievrij rijden. Het huidige aanbod van BEV-vrachtwagens kan reeds een aanzienlijk deel (tussen de 34 en 100 %, afhankelijk van de case) volledig ZE uitvoeren. Het additionele verbruik door elektrische koeling heeft vrij weinig invloed op deze percentages. Tussendoor laden bij winkels is weinig realistisch en levert ook weinig op in de praktijk. Werken met een hub is alleen werkbaar als er niet overgeslagen wordt: het grote nadeel van een hub is de grote hoeveelheid extra materieel en personeel dat nodig is, en de complexe planning.

Lees hier het rapport ‘De inzet van BEV-/PHEV-vrachtwagens in retail distributie’

Dit is een artikel van Topsector Logistiek.

Factsheet Vrouwen in de sector transport en logistiek

De Nederlandse economie groeit sterk na een dip in 2020 vanwege de coronacrisis. De sector groeit ook. Het aantal werkgevers en chauffeurs neemt in 2021 toe. Wel loopt de krapte in de sector ver op. Ruim de helft van transportondernemers heeft in najaar 2021 last van een personeelstekort. De arbeidsmarkt blijft naar verwachting ook krap. De komende jaren is sprake van een grote vervangingsvraag door vergrijzing. Goed en genoeg personeel vinden blijft voor de sector dus een uitdaging.

Een belangrijk groep voor de (toekomstige) instroom zijn vrouwen. Het aandeel vrouwelijke werknemers neemt toe. 12 procent van de werknemers in de sector is vrouw. De instroom van vrouwen ligt boven de uitstroom.

Klik op onderstaande blauwe button voor  de factsheet met meer cijfers en feiten over vrouwen in onze sector.


Dit is een factsheet van STL.

Samen leren hoe je van elkaar kunt leren

Robots en automatisering gaan de uitdagingen in de logistieke sector niet eigenhandig aanpakken. Daar zijn mensen voor nodig, menselijk kapitaal is onmisbaar. Maar ook dat ‘kapitaal’ moet groeien. Dat kan binnen learning communities, waar diverse organisaties samen werken aan een leven lang leren.

Learning communities is binnen het Topsectorenbeleid – waaronder de Topsector Logistiek – het kernbegrip geworden, waarmee alles wat te maken heeft met maatschappelijke ontwikkelingen vanuit het perspectief arbeidsmarkt kan worden gelabeld. Bedrijfsleven, onderzoek- en onderwijsinstellingen komen samen in fieldlabs of skilllabs en andere samenwerkingsverbanden om binnen de betreffende sector innovatie een extra impuls te geven. Want dat is de achterliggende gedachte: als medewerkers weten om te gaan met technologische vernieuwing, dan gaat het veel sneller met de implementaties van innovaties.

Change Gear zorgt voor structuur
Tot 2023 zullen zo’n honderd van die learning communities over de verschillende topsectoren heen opstarten. Sommigen zijn al heel ver. Dat geldt ook voor het project Change Gear, dat als doel heeft om boven tafel te krijgen hoe zo’n learning community – ondanks de diverse belanghebbenden – er toch in slaagt om resultaten op te leveren waar alle partijen baat bij hebben. Acht communities zijn intensief gevolgd en daaruit kwam een structuur die helpt om de voortgang er in te houden.

Samen scans en tools ontwikkelen
Menno Vos was namens Windesheim bij Change Gear betrokken. Hij is op de hogeschool in Zwolle lector Leven Lang Ontwikkelen. Volgens hem komt het vooral aan op samen van start gaan en al doende samen leren. Dat is met Change Gear in ieder geval gelukt. Het project is inmiddels afgerond met als resultaat een paar tools zoals een doelenscan en een cultuurscan, allemaal te vinden in een speciale toolbox. Het project werd gedragen door veel partners. Met name Windesheim en TNO hebben er hard aan getrokken. Vanuit het bedrijfsleven zijn partijen als Chain Logistics, Fritom, Van de Heuvel en Coop DC Gieten projectpartners geweest.

“Juist die samenwerking met de praktijk is belangrijk”, zegt Liesbeth Brügemann van TKI Dinalog. “Want niet alleen de technologie verandert, en de kennis en vaardigheden van de mensen, maar ook de behoeften vanuit bedrijven en overheden. Juist die learning communities helpen vraag en aanbod bij elkaar te brengen.”

Topsector levert een bijdrage
Volgens Brügemann is Chain Logistics mede dankzij dit project in staat geweest om zelf een learning community op te richten met bedrijven waar zij mee samenwerken om naast samenwerken ook samen te leren over nieuwe technologie. Dat is de winst op bedrijfsniveau. Verder is er dus een toolbox waar elk bedrijf gebruik van kan maken en tot slot leveren de resultaten inzicht op voor andere projecten binnen de topsectoren.

De ondersteuning voor dit project kwam uit de financiële bijdrage van NWO en TKI Dinalog, de twee organisaties die innovatieprojecten van de Topsector Logistiek van de grond trekken. Daar is Yolande de Heus programmamanager Human Capital.

“Human capital, oftewel menselijk kapitaal, omvat alles wat werkenden in huis moeten hebben om goed te presteren in hun werk”, zegt De Heus. Het programma waar zij voor staat richt zich met verschillende projecten op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden tot welzijn en motivatie. “Het is een belangrijk thema binnen het topsectorenbeleid van de overheid.”

Paragraaf opgenomen over human capital
In de afgelopen zeven jaar heeft de aanpak volgens De Heus veel nieuwe tools en hulpmiddelen opgeleverd. “Maar het belangrijkste is misschien wel in eigenlijk al het onderzoek naar de implementatie van nieuwe technologie wel een paragraaf is opgenomen over human capital. Wat betekent technologie voor chauffeurs en planners, voor medewerkers in een warehouse.”

Nog een interessante verschuiving constateert Brügemann. “Voorheen werden de voordelen van nieuwe technologie vooral afgemeten aan het bedrijfsbelang, nu hoor je steeds meer om je heen wat technologie kan bijdragen aan het welzijn van medewerkers.”

Gedragswetenschappelijke aspecten
De uitdaging is nu om de methodieken in de praktijk op te schalen – ook binnen andere topsectoren. “Daarbij moeten we wel uitkijken dat we niet alles zomaar een learning community noemen”, nuanceert Brügemann. “We moeten scherp in beeld houden hóe je die kennisontwikkeling en innovatie gericht kunt laten plaatsvinden. Daar zitten ‘harde’, technologische componenten aan, maar vooral ook ‘zachte’, meer aan de gedragswetenschappelijke kant. Al die partijen in de keten effectief laten samenwerken, daar zijn immers ook weer aparte vaardigheden voor nodig.”

Bron: Logistiek.nl


Dit is een artikel van Topsector Logistiek.

Nieuwe veiligheidseisen voor vrachtauto’s

Vanaf juli 2022 moeten nieuwe typen vrachtauto’s voldoen aan een pakket van nieuwe veiligheidssystemen. Twee jaar later gelden de verplichtingen voor alle nieuwe vrachtwagens. Met de zwaardere eisen beoogt de Europese Commissie het verkeer veiliger te maken en het aantal verkeersslachtoffers te verlagen.

Nu al moeten nieuwe vrachtauto’s voldoen aan strenge veiligheidseisen. Sinds november 2015 zijn ESP (Electronic Stability Program), LDWS (Lane Departure Warning System) en een noodremsysteem verplicht. De veiligheidseisen worden uitgebreid. Te beginnen met de zogeheten afbuigassistent, ook wel dode hoek-systeem genoemd. Dit waarschuwt chauffeurs bij het rechts afslaan als er voetgangers of fietsers in deze zone zijn.

Verder moeten vrachtauto’s zijn uitgerust met geavanceerde voertuigsystemen zoals een intelligente snelheidsondersteuning, de ondersteuning van de installatie van een alcoholslot, een vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing, een noodstopsignaal, achteruitdetectie, een gegevensrecorder voor incidenten en een bandenspanningscontrolesysteem. Dat laatste geldt ook voor zware aanhangwagens. De EC scherpt de voorschriften voor LDWS en noodremsysteem verder aan. Voortaan kunnen de systemen niet meer tijdens het rijden worden uitgeschakeld en worden ze bij het starten van de motor automatisch geactiveerd.

2022 en 2024
De nieuwe veiligheidseisen zijn vanaf 6 juli 2022 verplicht voor alle modellen en typen vrachtauto’s waarvoor de fabrikant een nieuwe typegoedkeuring aanvraagt. Vanaf 7 juli 2024 moeten alle nieuw te registreren voertuigen aan de strengere eisen voldoen. De aangescherpte voorschriften voor LDWS en noodremsysteem treden eerder in werking. Alle nieuw te registreren vrachtauto’s vanaf 12 ton moeten daar vanaf 6 juli 2022 al aan voldoen. De nieuwe voorschriften zijn vastgelegd in de EU-Veiligheidsverordening 2019/2144 die deel uitmaakt van de Europese typegoedkeuring (ETG) voor wegvoertuigen. Voor bestaande voertuigen heeft de nieuwe Verordening geen gevolgen.

Vision Zero
In 2050 wil de EC het aantal doden en zwaargewonden op de Europese wegen terugbrengen naar nul (Vision Zero). Ondanks alle veiligheidsmaatregelen van de afgelopen decennia overlijden nu nog jaarlijks 23.000 mensen op de Europese wegen en raken 130.000 mensen ernstig gewond. Dat is de reden voor de strengere eisen.

Pakket van maatregelen
Om deze doelstelling te bereiken, zijn ook grote investeringen nodig in duurzame en slimme verkeersveiligheidsoplossingen en in infrastructuur. De EC overweegt verder om de maximumsnelheden te verlagen, minimumnormen voor rijopleidingen in te voeren, meer te handhaven en strengere sancties in te voeren.


Dit is een artikel van TLN. Dit artikel is geschreven door Ambro Smit, beleidsadviseur Techniek bij TLN en werd eerder gepubliceerd in HUB 4, 6 mei 2022.

Alliance Healthcare Nederland centraliseert activiteiten in Veghel

Alliance Healthcare opent medio 2022 in Veghel haar nieuwe duurzame hoofdkantoor en distributiecentrum van Alloga t.b.v. de opslag en distributie van farmaceutische producten in Veghel. Als onderdeel van het plan om de logistieke dienstverlening verder te optimaliseren, is besloten om ook de overige distributieactiviteiten gefaseerd te centraliseren in Veghel en aldaar een tweede duurzaam distributiecentrum te bouwen. Naar verwachting wordt het tweede nieuwe distributiecentrum van Alliance Healthcare begin 2024 geopend in Veghel.

Alliance Healthcare Campus, zoals de locatie in Veghel genoemd wordt, zal uitgebreid worden met een compleet nieuw distributiecentrum t.b.v. de distributie van medicijnen en medische hulpmiddelen naar openbare- en poliklinische apotheken, ziekenhuisapotheken en apotheekhoudende huisartsen. Ook andere diensten zoals Central Filling (het centraal verwerken van recepten) en het ompakken en labelen van geïmporteerde medicijnen, zullen gecentraliseerd worden in Veghel.

Kalman Petro (Managing Director Alliance Healthcare Nederland): “De markt voor de distributie van farmaceutische producten is sterk in beweging. Klantenwensen veranderen voortdurend en als gevolg hiervan zoeken wij naar operationele verbeteringen om onze dienstverlening hierop aan te laten sluiten en duurzame groei te realiseren voor onze medewerkers, klanten en patiënten. Een voorbeeld van verandering in het farmaceutische zorglandschap is de groei van Central Filling.”

Kalman voegt daaraan toe: “Door onze activiteiten te centraliseren komen alle activiteiten onder één duurzaam dak, kunnen we gerichter automatiseren en optimaliseren, creëren we ruimte voor groei en flexibiliteit en kunnen we onze services gewoonweg beter en sneller afstemmen op veranderingen in de markt. Met de stap naar één centrale Alliance Healthcare operatie zijn we klaar voor de toekomst”.

De centralisatie van de activiteiten van Alliance Healthcare in Veghel heeft tot gevolg dat de distributie- en productielocaties in Meppel en Krimpen aan de IJssel in fasen en uiterlijk medio 2024 worden gesloten. De activiteiten van distributiecentrum Den Bosch verhuizen ook naar Veghel. De wijzigingen heeft impact op circa 240 medewerkers.

Alliance Healthcare zal de betreffende medewerkers persoonlijk terzijde staan en begeleiden in het proces van verandering. De voorkeur van Alliance Healthcare is dat medewerkers meeverhuizen. Medewerkers die willen meeverhuizen met hun werk worden hierin ondersteund. Door de verhuizing van de bedrijfsonderdelen naar Veghel, zullen daar ook nieuwe banen ontstaan. Voor de overige werknemers is een sociaal plan met o.a. een outplacement traject beschikbaar om ze van werk naar werk te begeleiden.

Kalman Petro: “Ik ben mijzelf terdege bewust van de impact die de verhuizing op onze medewerkers en hun gezinnen heeft. Wij gaan hen persoonlijk en actief begeleiden in de verandering en gaan ervoor zorgen dat medewerkers die niet mee (kunnen) verhuizen zo goed mogelijk begeleid worden naar een nieuwe baan”.

SPITS, leverancier van de MediRol (medicatie op een rol in zakjes) blijft gevestigd in Apeldoorn. Tevens zal het hoofdkantoor van Alcura, verantwoordelijk voor de coördinatie van medische hulpmiddelen en zorgprogramma’s, gevestigd blijven in Meppel. De centralisatie van de activiteiten van Alliance Healthcare heeft geen betrekking op collega’s van deze bedrijfsonderdelen.

Dit is een bericht van Alliance Healthcare Nederland.

Ministerie zet streep door Super EcoCombi

Terwijl steeds meer landen om ons heen voor de Super EcoCombi (SEC) kiezen, heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besloten het SEC-project te stoppen. Men acht de risico’s voor de fysieke infrastructuur en de verkeersveiligheid te groot om een pilot met de extra lange trucks te starten. TLN vindt dit een gemiste kans.

De Super Ecocombi is een extra lange vrachtwagencombinatie bestaande uit een trekker met twee 13,60 meter trailers die via een dolly verbonden zijn. Eén SEC (maximale lengte 32-34m, maximum gewicht 72 ton) kan daarmee dezelfde hoeveelheid lading vervoeren als twee reguliere 16,5 meter combinaties. Het plan is om de SEC in te zetten op goederenvervoercorridors. Doordat de SEC is opgebouwd uit standaard materiaal is deze ook uitermate geschikt voor intermodaal vervoer. Zo kan ook de Modal Shift versterkt worden.
De SEC is hiermee een belangrijk middel in het terugdringen van de CO2-reductie voor de transportsector. Op basis van de positieve ervaringen in andere landen heeft de transportsector enkele jaren geleden het initiatief genomen ook in Nederland een testtraject met de SEC te starten. Dit met als doel om te onderzoeken of het concept in Nederland ook toekomst heeft.

Gestrand
Een eerste poging om te komen tot een praktijkproef met een SEC-combinatie op een vaste corridor (Rotterdamse haven – Venlo) is begin vorig jaar gestrand omdat de RDW geen ontheffing gaf. Op basis van testonderzoek en een onderzoek van de SWOV was men van mening dat de verkeersveiligheid voor de geteste configuratie op het onderliggende wegennet niet voldoende gegarandeerd was.

Testcaroussel
Voor de sector kwam het besluit als een grote teleurstelling. Vooral ook omdat er veel tijd, energie en geld in het project was geïnvesteerd. De betrokken partijen hebben vervolgens besloten een doorstart te maken. Het betekende dat men op zoek moest naar nieuwe financiering voor verder onderzoek. De doorstart was inmiddels al gestart in de vorm van een verkenningsfase waarbij verschillende nieuwe SEC-combinaties getest zouden worden tijdens een zogenaamde testcarrousel op de RDW-testbaan. Onduidelijkheid en onzekerheid over de technische eisen waar de SEC-combinaties aan moeten voldoen, zorgden voor uitstel van het testprogramma. Bij IenW was men inmiddels tot de conclusie gekomen dat er te weinig commitment was om met het project door te gaan. Daarmee is er ook geen draagvlak meer voor verdere investeringen in dit innovatieve goederenconcept.

Jammer en teleurstellend
TLN betreurt de gang van zaken. Waar Nederland als innovatief land juist een voortrekkersrol heeft gespeeld met de LZV wordt voor de SEC die kans onthouden. Dat is uitermate jammer en teleurstellend. Zeker op het gebied van duurzaamheid kan er met de SEC veel CO2-besparing behaald worden. Proeven in andere landen laten dat ook zien. De resultaten zijn zelfs zodanig positief dat Finland de SEC inmiddels al in de voertuigwetgeving heeft opgenomen. Spanje (nu al meer dan 150 SEC combinaties) en Zweden gaan dat binnenkort ook doen. Denemarken heeft net aangekondigd binnenkort met proeven te gaan starten. Ook met de komende herziening van de Europese richtlijn voor maten en gewichten gaat er meer ruimte komen voor de inzet van langere vrachtautocombinaties. Dat is ook hard nodig om de uitstoot van broeikasgassen door het wegvervoer te verminderen en zo aan de Europese Klimaatwetgeving te voldoen. Ook vanuit dit oogpunt doet het pijn te constateren dat we in Nederland niet de kans krijgen om tot een praktijkproef voor de SEC te komen. Waar we altijd hoog opgeven over innovatie en vernieuwing laten we deze mogelijkheid lopen.


Dit is een artikel van TLN.

CO₂-reductie aantrekkelijk voor ondernemers

De Topsector Logistiek, evofenedex en Transport en Logistiek Nederland lanceren vandaag de website www.co2meter.nu. Via deze website bieden de samenwerkende organisaties bedrijven een laagdrempelige manier om de CO₂-uitstoot van hun transportactiviteiten te berekenen.

Er liggen grote doelen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Nederland wil in 2030 55 procent minder CO₂ uitstoten. ‘Die uitdaging geldt voor ons allemaal, dus ook voor bedrijven in het transport en de logistiek’, aldus Aad Veenman, boegbeeld van de Topsector Logistiek. ‘We willen met deze nieuwe website bedrijven in de logistieke keten stimuleren om inzicht te krijgen in hun CO₂-uitstoot en mogelijkheden aanbieden om die uitstoot terug te dringen.’

Ketenoplossing
Met elektrische of waterstofvrachtwagens is het CO₂-probleem voor de logistiek grotendeels opgelost. Alleen is de techniek nog lang niet zo ver dat alle goederentransport met dit soort voertuigen kan worden uitgevoerd.

Wel kunnen ondernemers op kortere termijn winst halen uit efficiency. Door eerst goed te kijken naar verbetermogelijkheden in de keten kunnen vervoerders en opdrachtgevers komen tot transporten met minder kilometers en/of een betere belading. Minder kilometers en betere belading betekenen minder CO₂-uitstoot. Veenman: ‘Daarom is het goed dat TLN en evofenedex gezamenlijk als ketenpartijen optrekken om dit probleem van CO₂ te tackelen.’

Berekenen, terugdringen en vergelijken
Via de nieuwe website www.co2meter.nu kunnen bedrijven op drie manieren hun CO₂-uitstoot bepalen. Als eerste door eenvoudig te starten met een berekening van alle vervoersactiviteiten. De tweede manier is het toewijzen van CO₂-uitstoot naar een specifieke klant of zending. De derde mogelijkheid is een anonieme vergelijking van CO₂-uitstoot met andere bedrijven.

Workshops
De Topsector Logistiek, TLN en evofenedex willen zo veel mogelijk bedrijven ondersteunen in de aanpak van hun CO₂-uitstoot en organiseren daarom kosteloos workshops. Daarin kunnen ondernemers leren hoe ze hun CO₂-uitstoot kunnen berekenen en verminderen, worden ze begeleid en leren ze de tooling gebruiken. Daarnaast krijgen ze uitgebreid uitleg over de nodige gegevens voor een betrouwbare berekening en hoe dit in de praktijk werkt.
Op deze pagina staat een overzicht van alle workshops.


Dit is een artikel van de Topsector Logistiek.

Duurzaamheid & efficiency gaan prima hand in hand!

Aan het woord is Paul Versantvoort, operationeel manager bij Trans-Imex. Een familiebedrijf op De Doornhoek. Wat Paul samen met zijn vader en zijn broer leidt. In 1999 begon vader Versantvoort met 1 vrachtwagen. Hij reed veel voor Jumbo, en de groei van de supermarkt, zorgde snel ook voor een flinke groei van Trans-Imex. Het klantenbestand en het wagenpark werden uitgebreid. Een kantoor met hal was geen overbodige luxe en zo vestigde Trans-Imex zich een kleine 8 jaar terug op de Doornhoek.

Paul zelf heeft zich altijd al erg betrokken gevoeld bij duurzaamheid. Het belang om actief bezig te zijn met de klimaatverandering komt echt uit zijn hart. Maar dat neemt niet weg dat bij ondernemen de praktische en financiële oogpunten ook zwaar wegen. Dat is natuurlijk bij Trans-Imex niet anders. Een serieuze besparing in verbruik en dus ook kosten was de vervanging van de verlichting in de oudere panden. Het nieuwe LED is ook helderder wat vooral in de hallen ook een stuk fijner is. Paul vertelt: ‘Duurzaamheid is voor mij dan wel een persoonlijke overtuiging. Maar de praktijk is ook belangrijk. Dat maakt dat we keuzes goed onderzoeken en onderbouwen. Het totaal daarvan moet kloppen willen we er als Trans-Imex in meegaan. En soms moet het ook gewoon. Al onze nieuwe vrachtwagens hebben Euro-6 motoren. Die stoten maar liefst 97% minder stikstof uit dan motoren in oudere vrachtauto’s. Heel goed dus dat dit gewoon de nieuwe standaard is!”

Hand in hand
Paul vervolgt: “Die Euro-6 motoren zorgen dus voor minder uitstoot. Maar rijgedrag is ook van belang. Want dat heeft flink invloed op het verbruik. Door slimmer te rijden, wordt er minder brandstof verbruikt. Dat is beter voor het milieu. En ook voor de kosten. Dus duurzaamheid en efficiency gaan goed hand in hand.” De chauffeurs van Trans-Imex krijgen hiervoor tips tijdens cursussen. En als stimulans heeft Paul wel eens een competitie met een knipoog in het leven geroepen. “Dat is een goede en leuke manier om bewuster te worden. Het is zichtbaar wat het verbruik per vrachtwagen is en we kunnen zien hoe er gereden wordt. Daarmee zien we ook wat er verbeterd kan worden. Door daar een spelelement van te maken gaat het meer leven. En dat voorkomt onnodig brandstofverbruik. Hoe meer auto’s je hebt, hoe groter de totale besparing.”

Elektrische wagens
Zwaarder vrachtverkeer op fossiele brandstoffen is nu al niet meer in elke stad toegestaan. En dit breidt zich alleen maar meer uit. Daarnaast staan we nog maar aan het begin van de e-commerce, deze groei gaat hard. De noodzaak wordt steeds groter. Deels dus door centra die minder uitstoot in de binnenstad willen, wijken die geen grote wagens meer door de straten willen. En dat terwijl er ook steeds meer bezorgd moet worden. Dus er is een uitdaging. De verwachting is dat in 2030 de helft van de verkochte vrachtwagens elektrisch is Maar zo ver zijn we nu nog niet. Paul: ”Ik verwacht niet dat er in 2025 al een truck met voldoende range is, die vanaf Veghel de Amsterdamse binnenstad in mag en kan. Dan zijn HUB’s een oplossing. Van Veghel naar Amsterdam rijden en daar aan de rand van de stad lossen. Zodat er dan vanaf daar een elektrische auto geconsolideerd gelost kan worden. Het liefst dus ook alles verzamelen uit diverse vrachten en dan met elektrische bussen of kleinere vrachtwagens naar 1 straat rijden om te lossen.” Paul is hierover momenteel al druk in gesprek om dit eventueel voor Veghel en bijvoorbeeld Uden op te kunnen gaan zetten.

Nog tips voor anderen?
Op de vraag wat Paul als tip heeft voor andere ondernemers verwijst Paul naar logistieke platforms. “Daar tref en spreek je andere bedrijven, je krijgt de trends mee. Duurzaamheid is daar altijd een issue. Het haalt je ook even uit je eigen bubbel en je doet op een informele manier veel kennis op.” Paul vervolgt: ”Sluit je ogen ook niet voor samenwerkingen. In de logistiek is veel te halen in lege kilometers. Die kun je beter benutten door samen te werken. Ook wij bekeken in het verleden die mogelijkheden niet actief. Maar als je vrachtwagen ook terug vol zit is dat beter voor het milieu. En ook voor het rendement. Dus, stel jezelf ervoor open en begin ermee!”

Dit is een artikel van DOE Meierijstad.

Maak leeftijdsbestendig personeelsbeleid onderdeel van arbobeleid

Vanwege de huidige arbeidsmarktkrapte is het essentieel voor werkgevers een leeftijdsbestendig personeelsbeleid te voeren. Dit om een hoog verzuim te voorkomen en medewerkers vitaal met plezier en vanuit vakmanschap hun pensioen te laten halen. Hoe kan een werkgever dit invullen?

Leeftijdsbestendig personeelsbeleid, wat is dat eigenlijk? “Dat is personeelsbeleid dat rekening houdt met de veranderende omstandigheden in het leven van medewerkers”, licht Daphne van Paassen, adviseur duurzame inzetbaarheid bij Sectorinstituut Transport en Logistiek (STL), toe tijdens het STL-webinar over dit onderwerp. “In de praktijk heeft dit meer te maken met de persoonlijke fase waarin iemand zich bevindt dan met een harde leeftijdsgrens. Daarom spreken we ook van levensfasebewust personeelsbeleid.” 

Dat levensbestendig personeelsbeleid een actueel onderwerp is, hoeft – gezien de vergrijzing en arbeidsmarktkrapte – geen betoog. Ook blijkt uit onderzoek van STL dat maar liefst 44 procent van de werknemers in de sector transport en logistiek aangeeft niet door te kunnen werken tot aan het pensioen. Bovendien maakt een helder personeelsbeleid een bedrijf een aantrekkelijke werkgever. En dat is een must voor wie nieuw personeel wil aantrekken. 

Leeftijdsbestendig beleid
Eén aspect van een leeftijdsbestendig personeelsbeleid is dat werk en privé in balans moeten zijn. “Dat is van essentieel belang”, stelt Adri Buitenhuis, casemanager en praktijkondersteuner bedrijfsarts (POB’er) bij STL. “Bij veelvuldig verzuim kan sprake zijn van een onbalans tussen werk en privé. Vaak hoor ik uit de praktijk dat werknemers aan hun werkgever niet durven vragen om minder uren of dagen te werken. Zij vinden het lastig om hierover in gesprek te gaan met hun werkgever. Vooral omdat er al zo’n grote krapte op de arbeidsmarkt is. Dat geldt zowel voor de oudere generatie als voor de jongere generatie die tegenwoordig vaak een papadag wil. Het betreft niet alleen de chauffeurs maar de gehele organisatie. Als die werk-privébalans er niet is, kan dit verzuim teweeg brengen. En als iemand fysieke klachten krijgt door overbelasting kunnen die al snel leiden tot drie maanden verzuim, wat erg veel geld kost. Door iemand minder te laten werken kun je soms verzuim beperken. Het kan daarbij gaan om een dag minder of minder uren per dag. Soms gaat het om het verminderen van het werk in de avonden, eventueel tijdelijk zoals bij een scheiding.” Buitenhuis erkent dat deze insteek soms lastig kan zijn voor de planning en de bezetting. 

Minder werken?
Volgens Remco Keus, adviseur preventie bij STL, is het verstandig de mogelijkheden om minder te werken bij een bedrijf vast te leggen in beleid. “Als onderdeel van het arbobeleid, waar ook onder meer de mogelijkheden voor loopbaan en persoonlijke ontwikkeling in staan. Betrek medewerkers bij het opstellen van dat beleid. Maak vervolgens duidelijk aan de medewerkers dat er een beleid is, communiceer hierover en ga met je medewerkers hierover in gesprek. Dat laatste is het allerbelangrijkste: besteed aandacht aan je medewerkers en probeer erachter te komen wat zij nodig hebben. Probeer als werkgever, leidinggevende of personeelsfunctionaris signalen op te pikken als een medewerker minder goed functioneert, vaak ziek is of bijvoorbeeld meer schade rijdt. Vertel hen vooral wat de mogelijkheden zijn.” 

Minder verzuim!
Esther Huls, hr-manager bij Dasko Groep in Almelo en Zwolle, bevestigt dat aandacht voor de medewerkers heel belangrijk is. “Van aandacht worden zij blij. Heb oog voor hen. Weet wat er speelt op de werkvloer en hoe het met hen gaat. In deze krappe arbeidsmarkt moet je als werkgever je stinkende best doen om medewerkers binnen boord te houden. Gelukkige werknemers zijn de beste werknemers. Vroeger was een goede chauffeur een chauffeur die zestig uur per week werkte. Maar een chauffeur die één of twee dagen beschikbaar is, is ook een goede chauffeur. De directie ziet dat ook. Dat is wel een kentering.” 

“Wat die aandacht voor het personeel ons heeft gebracht?”, vervolgt Huls. “Gelukkige medewerkers en een lager verzuim. Die aandacht begint bij leidinggevenden, die hun voelsprieten moeten uitzetten om bij signalen in gesprek te gaan om verzuim te voorkomen. Luister als werkgever naar je medewerkers en laat voelen dat zij gehoord worden. Je kunt niet alles oplossen, maar vaak kom je wel een heel eind. Natuurlijk is er beperkte tijd, maar maak hier tijd voor vrij, want dat gaat je iets brengen. Als hr-afdeling kun je dit ondersteunen.” 

Duurzame inzetbaarheid
Volgens STL is het belangrijk voor bedrijven om structureel aan de slag te gaan met duurzame inzetbaarheid. Van Paassen: “We merken dat veel bedrijven het nut en de noodzaak van duurzame inzetbaarheid zeker zien. Hiermee bedoelen we dat medewerkers vitaal, met plezier en vanuit vakmanschap hun werk doen, in een sociaal veilige werkomgeving. Nu en in de toekomst. Vaak starten zij met een losse interventie en dan ebt dat weer weg.”

Hoe een bedrijf blijvend met dit thema aan de slag blijft, daar helpt STL de sector bij, aldus Van Paassen. “We hebben een beproefde aanpak ontwikkeld om duurzame inzetbaarheid binnen een bedrijf wortel te laten schieten. Deze aanpak neemt het bedrijf als vertrekpunt, bouwt op de goede zaken en gaat aan de slag met de aandachtspunten. We hebben onlangs trajecten geëvalueerd en bedrijven zijn enthousiast over de aanpak. Je schept als bedrijf de context die maakt dat mensen optimaal met hun inzetbaarheid aan de slag kunnen. Hoe hou je het vol, hoe hou je het levend en appelleer je aan de eigen regie van medewerkers?”

Regelingen voor levensfasebewust beleid:
• Zwaarwerkregeling beroepsgoederenvervoer; 
• Pitstop: persoonlijk opleidingsbudget van € 3.000 (ook voor jongeren;
• MDIEU: Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden; hiermee ondersteunt het kabinet sectoren die investeren in duurzame inzetbaarheid. STL heeft deze subsidie aangevraagd en daarvan bekostigt het dienstverlening op het gebied van duurzame inzetbaarheid voor werkgevers en werknemers.

Meer informatie is te vinden op de website van STL. Of neem per e-mail contact op met Daphne van Paassen.


Dit is een artikel van Transport & Logistiek.

Piekmomenten in FMCG logistiek in goede banen

Iedereen herkent het wel; met Valentijnsdag halen we nog snel even een doosje chocola bij de supermarkt en met de eerste zonnestralen zitten de terrassen vol. Voor de consument is dat vanzelfsprekend. De schappen zijn gevuld en de menukaart op het terras is een zekerheidje. Maar achter de beschikbaarheid van al deze FMCG-producten gaat een heel netwerk schuil. Met een complexe supply chain waarin piekmomenten zich vaak gelijktijdig voordoen. Hoe zorg je er als ketenpartner voor dat de voorraden bij de horeca en retail op peil blijven in tijden van een toenemende vraag?

Wat zijn piekmomenten in de Supply Chain?
Piekmomenten zijn periodes waarbij in een relatief korte periode veel volume wordt gevraagd. Dat klinkt als een open deur, maar piekmomenten zijn er in soorten en maten. Thema’s zoals Pasen, Kerst en Back-to-school bijvoorbeeld, maar ook seizoensgebonden pieken zoals start evenementen- of het barbecueseizoen. En wat dacht je van piekmomenten door uitzonderlijke weersvoorspellingen, promotionele acties of – voor de opdrachtgever minder wenselijk – terugroepacties? Een piekmoment betekent voor alle ketenpartners altijd veel voorbereiding, naadloze afstemming met een scherpe focus op het doel.

Pieken in dalmomenten
Om de piekmomenten in goede banen te leiden gebruik je de dalmomenten. Voor de horeca is dat van oktober tot februari en voor de supermarkten in januari, februari en tijdens de bouwvak. In deze dalmomenten begint de voorbereiding voor de nieuwe pieken. Dat start met het evalueren van de voorgaande piekmomenten. Was er voldoende capaciteit? En was er voldoende kwalitatief materieel? Klopten de data waarop we beslissingen namen en waar we op planden? Wat moeten we bijsturen of verbeteren? Door niet achterover te leunen en te wachten tot de volgende piek, is pieken in een dalmoment hét juiste moment.

Flexibiliteit op projectniveau
Planning en forecasting zijn cruciaal voor een supply chain dienstverlener wanneer het gaat om het opvangen van dal- en piekmomenten. Dit zal voor niemand een verrassing zijn. Maar een gedegen planning maken kan en lukt niet altijd vanuit opdrachtgevers. Weersvoorspellingen, uitzonderlijke vragen vanuit de eindklant of vertraging van grondstoffen, zijn voorbeelden waardoor een planning mis kan gaan. Niet elk project past in de standaard. Dat vraagt dus om flexibiliteit. Direct contact met leveranciers, samenwerken met concullega’s, aangepaste werktijden of het voorladen van vrachtwagens. Natuurlijk afhankelijk van het product, want chocola kun je natuurlijk niet voorladen bij 30 graden.

Yes we can!
Planningen rond, mensen stand-by en verwachtingen helder? Mooi, dan is het nu zaak om de handen uit de mouwen te steken. Piekmomenten betekent ook gewoon hard werken. Bij Nabuurs vinden we het ook belangrijk dat we klanten volledig ontzorgen tegen marktconforme prijzen. Dat kan alleen met een can-do-mentaliteit! Of we nu onze medewerkers enthousiaste maken over een nieuwe promotionele actie waarvoor ze in het weekend een dagje werken of dat we de eindklant direct benaderen om bijvoorbeeld afspraken te maken voor een korte opslag van goederen. Niet moeilijk doen en gewoon organiseren is ons motto.

Wat kan jij als klant doen?
Sta je op het punt om een grote promotionele actie in te plannen? Laat je dienstverlener in de supply chain dit dan altijd tijdig weten. Want hoe eerder deze vraag bekend is, hoe beter beide partijen erop kunnen inspelen. Gesprekken hierover gaan wij maar graag aan om samen met jou te kijken naar de beste oplossing. Samen staan we sterk, bij pieken én dalen!

Dit is een artikel van Nabuurs.

Dit wordt het nieuwe DC van Raben in Oss

Raben blijft zijn imperium uitbreiden. De logistieke dienstverlener, die vorig jaar Bas Logistics overnam, bouwt in Oss een nieuwe distributiecentrum.

Raben, dat vorig jaar nog Bas Group overnam, bouwt een nieuw distributiecentrum in Oss. Het warehouse, ontworpen door Palazzo in opdracht van Goldbeck, staat op een zichtlocatie langs de A59 op bedrijventerrein Vorstengrafdonk en krijgt afwisselende lichte gevelvlakken van glas, beton en staal, passend bij de bedrijvigheid die erachter plaats vindt, aldus de ontwerper.

Groei
Het nieuwe Warehouse wordt gebouwd om de groei van bestaande klanten op te kunnen vangen en om nieuwe klanten te kunnen verwelkomen.

De grootte van het pand is zo’n 15.000 m2 en inclusief het buitenterrein is het 22.000 m2.
Er zal opslag voor klanten plaatsvinden incl. orders picken / packen / Value added services etc.
Januari 2023 moet het nieuwe distributiecentrum operationeel zijn.

Dit is een artikel van Warehouse Totaal.

Brandpunt van vernieuwing van voedselverpakkingen

Van karton tot plastic, van blik tot folie. Dit zijn enkele materialen waar de verpakkingsindustrie in Oss wel raad mee weet bij het verpakken van allerlei soorten en maten voedingsmiddelen. 

De Osse verpakkingssector wil toonaangevend zijn in duurzame verpakkingen. Daarom hebben de gemeente Oss, verpakkingsbedrijven, HAS Hogeschool, foodbedrijven en partijen uit de verpakkingsketen – inclusief reststroomverwerkers – samen de krachten gebundeld in het ‘Innovatieprogramma Circulaire verpakkingen.’ Dit nog relatief jonge innovatieconsortium richt zich op de ontwikkeling van duurzame verpakkingsprocessen en -producten.

In veel keukenkastjes
De verpakkingssector is sterk vertegenwoordigd in Oss. Om een idee te krijgen van de aard en omvang van de industrie: trek een willekeurig keukenkastje in open en de kans is groot dat er een verpakking uit Oss bij zit. 

“Al zolang er in onze gemeente voedsel wordt geproduceerd, zijn er bedrijven actief in voedselverpakkingen”, vertelt Cindy Hagenstein, beleidsmedewerker Economie van de gemeente Oss en projectleider van het innovatieprogramma. “Bijna iedere soort verpakking (met uitzondering van glas) in de supermarkt is op de een of andere manier wel terug te leiden naar Oss. De verpakkingssector is in onze gemeente goed voor zo’n 700 banen.” 

Sinds 2017 ondersteunt de gemeente verpakkingsbedrijven actief bij het verduurzamen van de sector.

“Het Innovatieprogramma Circulaire Verpakkingen vormt hierbij het innovatiebrandpunt van de voedselverpakkingen”, vertelt Cindy. “Hierin zetten we samen met studenten van HAS Hogeschool, Osse verpakkingsbedrijven, ontwerpers en kennispartners zoals het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken vol in op onderzoek, kennisdeling en samenwerking. Het programma helpt bedrijven slim in te spelen op de nieuwste ontwikkelingen op verpakkingsgebied.”

Uitdagingen
De verpakkingsindustrie zoekt steeds naar oplossingen om verpakkingen slimmer en duurzamer te produceren. Daarbij spelen ook wettelijke voorschriften en gebruiksgemak voor de consument een belangrijke rol. “Je kunt verpakkingen van milieuvriendelijkere materialen maken of bijvoorbeeld minder folie gebruiken maar wat betekent dat voor de houdbaarheid van een product?”, aldus Cindy. “Of is het haalbaar om naar minder verschillende soorten verpakkingen te gaan omdat dat beter is voor de recycling? De circulaire wens versus gebruiksgemak. Daar liggen interessante uitdagingen.”

Regio Deal
In 2020 kreeg het Innovatieprogramma ondersteuning vanuit Regio Deal Noordoost Brabant met Cindy als projectleider en aanspreekpunt. Binnen de Regio Deal werden het Innovatieprogramma Circulaire Verpakkingen en Circular Food Center – met projectleider Toine Timmermans – gebundeld tot één Regio Deal project. 

Cindy, die een echte verbinder is, ziet hier de voordelen wel van. “Dankzij de Regio Deal kwam er een direct contact tussen ons innovatieprogramma en het Circular Food Center. Daardoor zijn de gemeenten Oss en Meierijstad sterker met elkaar verbonden. Ook is het makkelijker om gebruik te maken van elkaars kennis en kunde, netwerk en faciliteiten op gebied van circulariteit en verspilling.” 

Op de vraag wat de ondernemers van de Regio Deal merken, antwoordt Cindy: “Bij het circulair maken van hun bedrijfsproces worden de ondernemers begeleid door de Kracht van New Business Oss. De verpakker leert anders te kijken naar zijn bedrijfsvoering. Dankzij de Regio Deal is dit begeleidingstraject voor de ondernemers gratis.“

Verbinding 
Voor Cindy is het duidelijk dat de Regio Deal voor meer verbindingen en betere samenwerking in de regio zorgt. “Door de Regio Deal kwam een aantal verpakkingsbedrijven voor het eerst bij elkaar. Ze kenden elkaar wel maar werkten nog niet samen.”

Ook hebben verschillende andere Regio Deal projecten inmiddels een lijntje naar het Innovatieprogramma. “Het is nog interessanter en leuker om elkaar in de regio op te zoeken. Door de interesse in elkaars projecten, kennisuitwisseling en de korte lijnen kun je elkaar helpen. Zo wordt het voor andere gemeenten veel makkelijker om onze aanpak over te nemen. Maar ook kon ik bijvoorbeeld in mijn zoektocht naar boeren om grondstoffen voor verpakkingen te gaan produceren een heel nieuw netwerk aanboren.”

Samenwerken loont
Voor het Innovatieprogramma Circulaire Verpakkingen is inmiddels een breed draagvlak binnen de gemeente Oss. “Het is mijn droom om met veel meer gemeentes en andere partijen binnen en buiten de regio samen te werken aan circulaire verpakkingen. En om samen EU subsidies binnen te halen voor innovatieve projecten. De Regio Deal bewijst dat samenwerken loont!” 

Investeren in talentontwikkeling
Cindy werkt veel én graag samen met studenten van HAS Hogeschool. Elk jaar biedt het Innovatieprogramma Duurzame Verpakkingen ruimte aan zo’n 15-16 afstudeerders van de HAS Hogeschool en aan 20 tweedejaars studenten die de module Duurzaam Verpakken volgen. Er zijn vier afstudeeropdrachten: drie onderzoekstrajecten en de organisatie van de jaarlijkse Dag van de Duurzame Verpakking in Oss. De onderzoekstrajecten variëren van de ontwikkeling van een circulaire verpakking voor een voedingsmiddelenbedrijf tot het opzetten van een monitor om de verduurzaming van de sector te kunnen meten. “Deze studenten zijn de verpakkingsexperts van de toekomst”, aldus Cindy.


Lees het hele artikel op de website van RNOB.

Zijn jouw medewerkers nog blij met jou als werkgever

Stel je voor. Je werkt je suf, maar je werkgever ziet je niet en eigenlijk is je beloning ook niets bijzonders. Collega’s denken hetzelfde en maken zich zorgen of het bedrijf wel bij hen past. Een teamgevoel is er al helemaal niet. De enige reden waarom je ’s ochtends tóch opstaat en naar je werk gaat is omdat je je rekeningen nou eenmaal moet betalen.

Als jouw werknemer dit ervaart, beleeft hij of zij een slechte ‘employee experience’, ofwel: de ervaring die hij of zij als medewerker heeft bij jou als werkgever is niet goed. En dat zorgt uiteraard voor een hoog verloop, iets wat we – zeker in deze arbeidsmarkt – willen voorkomen. In dit artikel nemen we je mee in alles rondom de employee experience.

Een employee experience
Hoe je werknemer het ervaart om bij jou te werken, is belangrijk. Deze beleving is de employee experience. Het gaat dan om alles wat hij of zij tijdens het werk meemaakt en beleeft, dat met jou als werkgever te maken heeft. Met andere woorden: alle interactie tussen de organisatie en de medewerkers.

Dan kan je dus denken aan de werkzaamheden, de omgeving (werkplek), verwachtingen van werknemers, maar ook aanwezigheid of transparantie van arbeidsvoorwaarden. Duidelijke afspraken, maar ook teamuitjes. Denk maar zo: alles wat de medewerker tijdens het werken ervaart wat hem positief of negatief beïnvloedt.

Werken aan een goede beleving
Een goede employee experience biedt enkele voordelen. Allereerst voor werknemers, maar ook voor werkgevers. Deze voordelen lichten we toe. Alle positieve ervaringen dragen bij aan een enthousiaste werknemer die zich aan het bedrijf bindt en inzet voor het bedrijfsbelang. Hoe meer enthousiasme en positief gevoel er heerst onder werknemers, des te meer er een teamgevoel ontstaat. Ook draagt het bij aan een loyale werknemer: iemand die jou niet zomaar verlaat voor ‘een beter bod’. Want ook dat zien we in de krappe arbeidsmarkt, concurrenten azen op jouw grootste kapitaal: je mensen.

Dus, om toe te werken naar een sterk team, dat presteert, het goed heeft en bij je blijft, wil jij een goede employee experience verzorgen! Hoe doe je dat?

Een goede employee experience in de praktijk
Dat jij aan zet bent, is een feit. Je hebt enkele stappen te doorlopen, om te weten waar je staat. Hoe ga je nu, overtuigd van het belang, aan de slag?

Begin bij het bevragen van je mensen. Laat hen bijvoorbeeld (anoniem) een vragenlijst invullen of ga ‘live’ met ze in gesprek. Vraag wat ze nodig hebben, wat ze belangrijk vinden, waar ze van dromen. En geef de mogelijkheid om ideeën in te dienen. Zorg vervolgens voor een samenvatting van de belangrijkste punten waar je aan wilt werken. Vergeet ook niet te delen wat al goed gaat: benadruk ook de positieve kanten

Ken je waardepropositie en schrijf deze op. En dan bedoelen we niet wie jij als mens bent, maar hoe je als organisatie en als werkgever functioneert. Welke normen en waarden gelden er? Leef je deze ook na? Wat is de unieke waarde die jij als werkgever kunt bieden aan je werknemers? Schrijf ook op wat je denkt dat je grootste kapitaal, je medewerkers, belangrijk vinden. Door een goed verhaal te hebben, kun je een onderscheidende positie als werkgever in de markt innemen en trek je de werknemers aan die bij je passen.

Schakel een adviseur in. Bijvoorbeeld als je twijfelt over je beleid en de arbeidsvoorwaarden die je biedt. Of als je tips wilt over hoe je dit beleid kunt aanscherpen. Het lijkt misschien overbodig, maar je werknemers vinden dit steeds belangrijker. Het weegt zwaar. Doe er wat mee, nu je weet dat dat zo belangrijk is. Wie schakel je in? Nou, het WSP Noordoost-Brabant: neem contact op met ons.


Dit is een artikel van WSP Noordoost-Brabant.

Waterstofhubs zijn nodig, een Stappenplan

Waterstof krijgt in de verduurzamingsopgaven van bedrijven en de overheidsdoelen een steeds grotere rol. De voorziene hoofdbuisleidingensysteem (backbone) voor waterstof gaat de grote afnemers van waterstof voorzien, maar komt niet overal in Nederland. Hoe komen andere industrieën, bedrijven en logistieke hotspots dan aan waterstof? Regionale waterstofhubs vormen hierop het antwoord. Buck Consultants International onderscheidt 5 stappen om tot zo’n waterstofhub te komen.

BCI heeft op basis van haar ervaringen met gebiedsontwikkeling, verduurzamingsvraagstukken (waaronder waterstoftoepassingen), Clean Energy Hubs en laadinfrastructuur een stappenplan ontwikkeld. Dit stappenplan biedt inzicht in de acties die lokale overheden, provincies en private partijen gezamenlijk moeten nemen om tot een waterstofhub te komen.

Multimodale knooppunten worden vaak niet ontsloten door de waterstofbackbone
De grote industriële complexen en zeehavens zullen door de waterstofbackbone ontsloten worden. Wanneer het zware en lange afstandsvervoer overstapt op waterstof (trucks, binnenvaart en misschien spoor) zal ook voldoende aanbod van waterstof op de logistieke knooppunten aanwezig moeten zijn. Naast veel industriële bedrijven, worden ook deze lang niet allemaal door de backbone ontsloten (figuur 1). Zij moeten dus op een andere manier waterstof geleverd krijgen. BCI verwacht dat regionale energiehubs of waterstofhubs daarbij een rol gaan spelen. Dit zijn locaties waar productie, opslag, transport en gebruik van waterstof op regionale schaal met veel inspanningen bij elkaar gebracht worden.

Stappenplan Waterstofhub
BCI heeft onderstaand stappenplan ontwikkeld voor het realiseren van deze waterstofhubs.

Stap 1: Bepalen rol van waterstof in multimodale ketens
Waterstof kan verschillende rollen hebben in multimodale ketens: gebruik als grondstof voor industrie, brandstof voor modaliteiten, productie, opslag en transport. Als waterstof lokaal wordt geproduceerd (liefst met lokaal opgewekte zonne- of windenergie) moet dat ook lokaal worden opgeslagen en getransporteerd. Als waterstof niet of onvoldoende lokaal wordt geproduceerd, wordt waterstof vanaf de zeehavens of andere regio’s aangevoerd. Dat kan op de lange termijn via regionale buisleidingen, die op de backbone worden aangesloten. Tot die tijd wordt waterstof (al dan niet via waterstof dragers zoals ammoniak) aangevoerd met truck, binnenvaart of spoor en moet de waterstof worden overgeslagen. Het is belangrijk om voor de regio scherp te krijgen welke van deze rollen in meer of meerdere mate nodig zijn om aan de verwachte vraag te kunnen voldoen.

Stap 2: Selectie van hub locaties
Wanneer in beeld is welke rollen waterstof in de regio kan spelen, moet geïnventariseerd worden welke stakeholders die rollen kunnen invullen. Denk bijvoorbeeld aan potentiële afnemers van de waterstof, opweklocaties voor groene elektriciteit (bijvoorbeeld daken van warehouses op bedrijventerreinen), tanklocaties voor modaliteiten (bus, truck, auto, binnenvaart, etc.), productielocaties, opslag locaties, overslaglocaties etc. Zijn deze partijen al in de regio aanwezig (bijvoorbeeld multimodale hubs)? Welke partij wil welke rol op zich nemen? Daarnaast moet worden bepaald hoe groot de potentiële volumes aan waterstof zullen zijn en hoe de logistieke ketens daarvan er uit gaan zien (vervoer via buisleidingen of via tube trailers of containers, benodigde tussen opslag, afnemers, etc). Op basis van deze inventarisatie wordt bepaald op welke locaties in de regio een waterstofhub met de benodigde faciliteiten ontwikkeld kan worden. Indien er meerdere locaties zijn, kan op basis van belangrijke criteria (o.a. beschikbare kavelgrootte, grondprijzen, ontsluiting, reeds bestaande faciliteiten etc.) aan de hand van een afwegingskader een keuze gemaakt worden (BCI heeft hiervoor een afwegingskader ontwikkeld).

Stap 3: Vaststellen specificaties hub op locatieniveau
Nu een eerste beeld van de waterstofhub is ontstaan, dienen de specificaties voor de betreffende hub in detail gedefinieerd te worden. Per activiteit wordt uitgewerkt wat het ruimtegebruik zal zijn, welke faciliteiten nodig zijn en welke randvoorwaarden daarbij gelden. Denk hierbij aan zowel benodigde infrastructuur (wegen, elektriciteitsvoorzieningen, etc), maar ook aan veiligheidsafstanden en milieueisen. BCI heeft voor verschillende verschijningsvoren, die bij de energietransitie naar voren komen, een impact analyse uitgevoerd. Dit overzicht kan als leidraad worden gebruikt.

Met de betrokken partijen wordt bepaald welke investeringen nodig zijn en hoe het exploitatiemodel van de faciliteiten eruit gaat zien, ook wordt bepaald welke onderdelen van de hub inkomsten gaan genereren en aan de hand van de volumes hoeveel dat kan zijn. De business case wordt daarmee duidelijk. In deze fase kan voor de publieke stakeholders een maatschappelijke kosten baten analyse worden gemaakt, zodat de maatschappelijke toegevoegde waarde van de faciliteiten aangetoond worden. Dat is immers bij publieke financiering vaak een belangrijke voorwaarde.

Stap 4: Coalitievorming
Om tot realisatie van de hub te kunnen komen moeten partijen in deze fase eerst met elkaar formelere afspraken maken over taken en verantwoordelijkheden. Belangrijk bij een succesvolle ontwikkeling is dat private partijen de trekkers worden. Met elkaar kan gekozen worden voor individuele ontwikkeling van faciliteiten (ieder ontwikkelt zijn eigen faciliteit), collectief (een aantal faciliteiten worden gezamenlijk ontwikkeld) of de hub direct op grote schaal te ontwikkelen. De rol van overheden hoeft hierbij niet altijd direct financieel (subsidies) te zijn. Het kan soms effectiever zijn wanneer zij faciliterend zijn bij procedures, ruimtereserveringen en voorwaardenscheppend opereren door bijvoorbeeld aanleg van infrastructuur en uiteindelijk misschien de launching customer worden of garant staan bij leningen. Lokale overheden of provincies kunnen bijvoorbeeld de OV-bussen op waterstof laten rijden met waterstof geleverd door de regionale waterstofhub. De formele samenwerking tussen alle stakeholders wordt vastgelegd in een Letter of Intent.

Stap 5: Naar realisatie: ontwikkelingsplan
Om tot realisatie te komen is tot slot een concreet ontwikkelplan nodig, waarin is uitgewerkt hoe de hub gerealiseerd wordt en door wie, welke planning daarbij hoort en hoe de financiering georganiseerd is. Met dat concrete ontwikkelingsplan kan het samenwerkingsverband actief aanvragen doen voor (Europese) fondsen, zoals CEF, DEI+, SDE++ etc. Per onderdeel kan de financiering op een andere manier georganiseerd worden. Ook kunnen publiek-private financieringsconstructies gezocht worden. Banken staan daar tegenwoordig steeds meer voor open.

Zodra de financiering rond is, wordt gestart met realisatie. Bij deze fase is het van groot belang om tijdig met de ruimtelijke- en milieuprocedures te beginnen. Deze procedures kunnen namelijk enkele jaren in beslag nemen.

Actie is nodig
Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen zijn waterstofhubs in het binnenland noodzakelijk. Nauwe samenwerking tussen stakeholders (zowel publiek als privaat) is nodig om zo’n waterstofhub te realiseren. Zij moeten samen de strategie bepalen en duidelijk de verschillende rollen afspreken. Voor de ontwikkeling van zo’n waterstof hub is tijd nodig. Om toch tijdig aan de klimaatdoelstellingen te kunnen gaan voldoen, is daarom nu al actie nodig!


Dit is een artikel van Buck Consultants International. Lees het hele artikel op hun website en download daar ook de presentatie: Stappenplan Waterstofhub in Multimodale Ketens.

Huidige situatie containerlijnvaart

De situatie in de containerlijnvaart blijft onrustig. Dat merkt iedereen. Maar wat is er precies aan de hand? In de marktupdate zetten we onze ervaringen met deze situatie uiteen. We zoomen in op de gehele keten en hoe een opeenstapeling van omstandigheden de situatie in de havens beïnvloed en de productiviteit verminderd.

Hoe graag we het ook willen, vervoerende partijen kunnen de capaciteit in de zeehavens niet uitbreiden. Terwijl een hoge productiviteit bij de terminals juist gewenst is voor alle partijen:

• Rederijen, omdat zeeschepen en transshipment sneller kunnen worden afgehandeld.
• Terminals, omdat ze meer handlings per etmaal kunnen verrichten.
• Achterlandvervoerders, doordat wachttijden afnemen.
• Niet in de laatste plaats de ladingbelanghebbenden, zodat  containers weer binnen de gestelde kaders kunnen worden ingeleverd of uitgehaald.

In deze marktupdate spreken we de wens uit dat rederijen en terminals methodes weten te vinden om de productiviteit van afhandeling in de zeehavens weer naar een maximum te krijgen. Wellicht kunt u hier zelf ook een bijdrage aan leveren door de juiste partijen hierover te bevragen. Maar leest u eerst het verhaal over de keten in onze marktupdate.

Dit is een artikel van van Berkel Logistics.

Nieuwe innovatieregeling voor bedrijven in Brabant

Voor veel ondernemers zijn het uitdagende tijden. Door de krapte op de arbeidsmarkt, toenemende digitalisering, nieuwe technologieën en duurdere grondstofprijzen is het belangrijk om alert te blijven op mogelijkheden om te verbeteren of te vernieuwen. Om het innovatieve vermogen van het Brabantse bedrijfsleven te ondersteunen, heeft de provincie Noord-Brabant de regeling Stimulering van Innovatie in de Regio (SIR) opengesteld. Kortweg: de SIR-regeling.

Vroegste fase
Met deze subsidieregeling kunnen bedrijven innovatieve producten, diensten en productieprocessen ontwikkelen die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, mobiliteit en verduurzaming van de voedselketen. Tegelijkertijd biedt SIR die ondernemingen nieuwe perspectieven. Het gaat om innovatie-initiatieven van ondernemers in de vroegste fase van de ontwikkeling.

De regeling is bedoeld voor mbk-ondernemingen en innovatieve startups uit alle economische sectoren in de regio’s Noordoost-Brabant, Midden-Brabant en West-Brabant. Het subsidiepercentage voor bestaande ondernemingen is 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van 50.000 euro. Voor innovatieve startups is dat 50% met een maximum subsidiebedrag van 15.000 euro.

Maarten Jilisen, voorzitter van de kopgroep Innovatie & Agrifood: “De SIR-regeling stimuleert de economische ontwikkeling en daarmee de brede welvaart van onze regio. Het is goed dat we op dat vlak binnen Brabant zoveel mogelijk samenwerken als één overheid. In RNOB bundelen we onze economische kracht door bedrijven bij elkaar te brengen. Ook ondersteunen we de ondernemers bij de aanvraag van de subsidie.” 

Aanvragers uit Noordoost-Brabant
Heeft u contact met bedrijven in uw gemeente? Gevestigde mkb-er en innovatieve starters die gebruik willen maken van de SIR regeling kunt u doorverwijzen naar Miloe Bosten, Regisseur Innovatieregelingen, via miloe.bosten@rnob.nl of 06 82 19 58 45. Zij adviseert en ondersteunt de bedrijven bij het indienen van de subsidieaanvraag. Bij de begeleiding van startups werkt RNOB nauw samen met OndernemersLift+.

De nieuwe SIR regeling heeft een doorlooptijd van drie jaar. Voor elke Brabantse regio is een subsidieplafond vastgesteld; voor Noordoost-Brabant is dit 400.000 euro per jaar. In 2022 kunnen bedrijven tot en met 1 oktober 2022 subsidie aanvragen. 

Dit is een artikel van RNOB.